*

 

Obama wijst de weg: Onze democratie is veel te gesloten

Hans Goslinga − 02/05/09, 00:00

opinie Er is een tijd geweest dat de heersende politieke elite de politieke partijen wantrouwde. Hoe kon je de volkswil bepalen als het partijbelang vooropstond en partijen met hun leuzen en propaganda de mensen misleidden, vroeg de liberale premier Cort van der Linden zich in 1918 af.

In zijn visie kon de wil van het volk alleen maar zuiver worden bepaald op basis van ’onafhankelijke onbaatzuchtigheid’. Tegenover de Kamer verklaarde hij: ’Ik heb de stemmen niet alleen geteld, ik heb ze ook gewogen’. Nu, een kleine honderd jaar later, worden partijen als de onmisbare dragers van de democratie beschouwd.

Sterker nog, hoewel Nederland in de negentiende eeuw geen andere praktijk kende, wordt een democratie zonder partijen als een schrikbeeld gezien of zelfs voor onmogelijk gehouden. De overheid vindt het daarom niet alleen oorbaar, maar zelfs noodzakelijk partijen vanwege hun essentiële belang voor het functioneren van ons stelsel financieel te ondersteunen. De subsidie bedraagt jaarlijks vijftien miljoen euro, die wordt verdeeld op basis van het aantal Kamerzetels en het ledental. Misschien heeft deze steun intussen iets weg van monumentenzorg, want met de partijen gaat het niet goed. Nog maar net iets meer dan twee procent van de bevolking is betalend lid van een partij en slechts een fractie daarvan is ook werkelijk actief.

Tegelijk laat Wilders met zijn gesloten en ledenloze PVV het autoritaire alternatief zien en probeert Rita Verdonk in een wat mildere variant met behulp van internet de volkswil te bepalen. Als uitdagers van het bestel versmaden zij bewust de overheidssubsidie, maar doen ze hun best particuliere geldbronnen aan te boren. Daarmee is duidelijk dat de vraag hoe je de volkswil bepaalt, geen academische is, maar een uitdrukking van de politieke machtsstrijd. Dat was in de tijd van Cort van der Linden niet anders. Ook toen woelden grote maatschappelijke veranderingen het politieke landschap om en werden de mores van het bestel getart en ter discussie gesteld.

Van der Linden onderkende destijds dat het ontwaakte politieke bewustzijn van de massa om verandering van het stelsel vroeg en van de maatschappelijke elite vergde een stap terug te doen, hoe moeilijk het ook was macht en invloed prijs te geven. In de machtsstrijd die nu gaande is tussen traditionele partijen en de uitdagers van het bestel, heeft de Raad voor het openbaar bestuur een advies uitgebracht dat langs de weg van de partijfinanciering poogt de oude en nieuwe vormen van democratie met elkaar te verbinden. Dat is een stap vooruit.

Het advies is opgesteld door enkele schrandere en door de wol geverfde oud-politici als Jos van Kemenade (PvdA), Peter Lankhorst (GroenLinks) en Annelize van der Stoel (VVD). Ze lieten zich bijstaan door de Tilburgse hoogleraar bestuurskunde Frank Hendriks, die ideeën heeft ontwikkeld om de polder- of consensusdemocratie nieuw leven in te blazen, niet door stelselwijzigingen maar door verandering van de politieke cultuur. Dat is verstandig na veertig jaar vruchteloos discussiëren over staatkundige hervormingen.

Aan de ene kant poogt de werkgroep, door het loslaten van een limiet aan particuliere giften, de traditionele partijen uit de, lui makende, schulp van het bestel te trekken; aan de andere kant tracht ze de ledenloze bewegingen PVV en TON bij het bestel te betrekken door hen overheidssubsidie in het vooruitzicht te stellen indien ze donateurs invloed geven op program, kandidaten en lijstaanvoerder. Het voorstel is aanstekelijker dan het voorstel van minister Ter Horst, die particuliere giften juist aan een limiet (25.000 euro) wil binden.

Van Kemenade en de zijnen willen de financiering compleet openbreken op voorwaarde dat partijen openheid betrachten over wie wat schenkt. Ze gaan dus meer de Amerikaanse kant op. Dat kan op weerstand rekenen. De houding hier tegenover de democratie in de VS is sterk ambivalent: bewondering voor de vitaliteit en het persoonlijke karakter van de politieke strijd, scepsis over de sterke invloed van geld en de mannetjesmakerij. Van Kemenade tracht die scepsis weg te nemen door erop te wijzen dat Obama onder het motto ’It’s all about you’ liet zien hoe, met behulp van internet en sms, het mobiliseren van mensen en fondsen kan samengaan. Hij haalde bij ongeveer drie miljoen mensen 600 miljoen dollar op voor zijn campagne.

De omslag die zoiets vraagt in de Nederlandse politieke cultuur is niet ondenkbaar, de tijd lijkt er zelfs rijp voor. De gesloten en regenteske polderdemocratie past ondanks de zegeningen niet meer goed bij de moderne samenleving, die steeds opener, sneller en gemeenzamer wordt. De opkomst van populistische partijen boezemt de traditionele machten vrees in, maar kan ook worden gezien als een wake-up call, een signaal van onvrede over die poldercultuur. Zo ver is het nog niet. Vooralsnog vertoont het oude bestel tekenen van verkramping, zoals de karikaturale botsing tussen coalitie en oppositie over het jongste polderakkoord vorige maand liet zien. De coalitie sloot zich in zichzelf op, de oppositie liep demonstratief weg of aanvaardde knarsetandend haar onmacht.

In zo’n situatie spelen de partijen als intermediair tussen Den Haag en de samenleving geen enkele rol meer. Sterker nog, alle partijgeledingen, van de fracties tot en met de wetenschappelijke instituten, worden geacht zich aan de macht van het politieke leiderschap ondergeschikt te maken. In die zin is er niet zoveel verschil tussen de traditionele partijen en de ledenloze, autoritair geleide PVV en TON. Ook bij CDA en PvdA gaan eenheid en discipline steeds vaker voor tegenspraak, debat en openheid. Leefde Cort van der Linden nog, dan zou hij concluderen dat zijn wantrouwen in partijen terecht was en dat Van Kemenade op tijd een breekijzer aanlevert.

mailIcon print |