Het lijkt zo mooi: sport als middel om trauma’s bij kinderen in conflictgebieden te genezen. Er zijn inderdaad aanwijzingen dat het kan helpen. Maar sport kan nooit het enige middel zijn, zeggen deskundigen.
„Met sport en spel maken kinderen zich een houding en waarden eigen die hen verder helpen na een conflict. Het maakt kinderen veerkrachtig.” De Amerikaanse psycholoog Bob Henley is overtuigd van de potentie van sport als middel om trauma’s te verwerken. Hij doet onderzoek naar de rol van sport na conflictsituaties. Deze week sprak Henley op de conferentie More than Child’s Play op het Institute for Social Studies in Den Haag.
Er is steeds meer belangstelling voor het inzetten van sport om door oorlog getraumatiseerde kinderen te helpen. De Verenigde Naties toonden hun enthousiasme al in 2001 door een Speciale Adviseur op Sport voor Ontwikkeling en Vrede aan te wijzen. De EU noemde in 2007 sport expliciet een krachtig instrument om vrede te bevorderen.
Ook Nederland blijft niet achter. Voor de periode 2008-2011 trekken de ministeries volksgezondheid, welzijn en sport en buitenlandse zaken samen zestien miljoen euro uit voor sport. Fragiele staten krijgen extra aandacht. „Sportprogramma’s blijken in moeilijke omstandigheden zoals tijdens en na conflicten en bij het verwerken van traumatische ervaringen succesvol te kunnen zijn”, stellen de ministeries in een gezamenlijke beleidsnotitie.
Verscheidene sprekers op de conferentie noemden enkele mogelijke voordelen van sport. Voorop staat dat de kinderen door de sport weer kunnen lachen. Het moet ’leuk’ zijn, en zonder competitie. Kinderen hebben tijdens het sporten bovendien fysiek contact met elkaar. Dat werkt soms explosief, maar onder begeleiding leren kinderen conflicten op te lossen en samenwerken. „Na een oorlog waarin kinderen soms zelfs als kindsoldaat betrokken raakten, is het belangrijk dat ze weer leren vertouwen te hebben. In elkaar en in zichzelf”, zegt Simon Oucul, programmamanager van de organisatie Right to Play in Oeganda.
Sport is niet alleen heilzaam na een conflict, maar kan ook voorkomen dat kinderen geronseld worden als kindsoldaat, stelt Mario Gomez Jimenez, mensenrechtendeskundige en adviseur van de Colombiaanse overheid. Colombiaans onderzoek noemt als redenen voor kinderen om zich ’vrijwillig’ aan te sluiten bij rebellen onder meer mishandeling, armoede en gebrek aan scholing. Maar ook een tekort aan speelplaatsen en ontspanning komen in het rijtje voor. Voetbal na schooltijd moet voorkomen dat kinderen besluiten oorlogje te spelen.
De Oegandees Oucul is echter sceptisch over sport als preventiemiddel. Veel van de kinderen in zijn programma’s zijn kindsoldaat geweest. Het lijkt Oucul moeilijk vast te stellen of sport daadwerkelijk voorkomt dat kinderen geronseld worden, terwijl er zoveel andere factoren meespelen. „Bovendien ga je er dan vanuit dat je controle hebt over de kinderen.”
Ook de helende werking van sport achteraf kent haar beperkingen. Zo waarschuwt Henley dat het werken aan de psychologische en sociale gezondheid meer is ’dan simpelweg een bal in het veld gooien en de kinderen laten spelen’. Dat bleek volgens hem na de aardbeving van december 2003 in Bam, Iran. Toen een projectcoƶrdinator van een sport- en spelprogramma van Terre des Hommes een bal in de lucht schoot als start van een potje voetbal, bleven de kinderen aan de grond genageld staan. Volgens Henley waren de kinderen zo getraumatiseerd dat zij vergeten waren hoe zij moesten spelen.
Oucul bevestigt dat sport alleen niet het antwoord is op de complexe situatie na een conflict. Dat ziet hij al in de dagelijkse praktijk „Wanneer wij tijdens een spel merken dat kinderen zwaar lijden onder ervaringen als seksueel misbruik en individuele begeleiding nodig hebben, dan doen we een beroep op andere organisaties in de omgeving.”
Ook de Nederlandse ex-minister voor ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk benadrukt dat sport geen wondermiddel is. Overheden kunnen sport zelfs gebruiken voor politieke motieven, bijvoorbeeld om de spanningen tussen etnische groepen te versterken of de aandacht van het onderliggende conflict af te leiden. „Wanneer het achterliggende conflict niet wordt aangepakt, dan zal sport nooit meer zijn dan een zoethoudertje.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.