Politieman Gerard Suijker kreeg een conflict over het dragen van een vuurwapen in de rechtbank van Rotterdam. „De minister geeft mij gelijk.”
Gerard Suijker (55) werkte 34 jaar bij de parketpolitie in Rotterdam. Op 1 november vorig jaar werd hij met buitengewoon verlof gestuurd, waarna in januari formeel ontslag wegens ongeschiktheid volgde. Dat ontslag vecht hij aan.
„Ik ben een dwarsligger”, erkent Suijker. „Maar goede rails worden aangelegd op dwarsliggers. Ik heb veel ervaring bij de parketpolitie, schreef er een boekje over en doceerde aan nieuwkomers. Minister Ter Horst van binnenlandse zaken heeft mijn gelijk zwart op wit bevestigd.”
De parketpolitie zorgt voor veiligheid in de rechtbank en begeleidt verdachten. Sinds begin 2003 in Arnhem een officier van justitie gewond raakte bij een schietpartij in de rechtbank, zijn de regels landelijk aangescherpt. Bij de ingangen van gerechtsgebouwen staan detectiepoortjes en willekeurig in- en uitlopen is sindsdien uitgesloten.
Kern van het conflict met Suijker is het verbod voor de parketpolitie van Rotterdam om in zittingszalen een vuurwapen te dragen. Suijker was het hiermee oneens. Door een ander incident – hij zou in privétijd na een aanrijding zijn doorgereden – kwam hij in 2004 in botsing met de korpsleiding. Hij werd vrijgesproken en het hem opgelegde ontslag teruggedraaid. Toch kon hij pas begin 2008 weer aan de slag, daarvoor was hij met buitengewoon verlof. Eenmaal terug ontstond het conflict rond de bewapeningsregeling.
De korpsleiding vindt het dragen van een vuurwapen in zittingszalen geen meerwaarde hebben. Bij escalerende situaties, zoals gijzelingen, zou zo’n wapen extra risico’s geven. Wapenstok en pepperspray noemt de politieleiding geschiktere middelen om bij noodsituaties in de rechtbank te gebruiken. „Daarmee ben ik het oneens”, zegt Suijker. „Sla artikel 1 van de politiewet na op het dragen van een vuurwapen. Detectiepoortjes of niet, risico’s blijven. Je kunt een enorme krachtpatser tegenkomen, families die elkaar opzoeken. Pepperspray zou dan de oplossing zijn. Maar dat middel mag niet tegen meerdere personen tegelijk worden ingezet.”
Suijker stuurde minister Ter Horst een brief. In haar persoonlijke antwoord schreef zij hem, mede namens ambtsgenoot Hirsch Ballin van justitie, dat de bewapening aan politiemensen is toegekend ’opdat zij proportioneel (...) kunnen handelen bij de uitoefening van hun taken ten dienste van Justitie’. Ook erkende zij dat uit inventarisatie was gebleken dat ’in sommige gerechtsgebouwen inderdaad is bepaald dat geen pistool wordt gedragen’. Zij benadrukte het uitgangspunt dat ’alle ambtenaren van politie bij de uitoefening van de aan hun opgedragen taken de volledige toegekende bewapening dienen te dragen’.
Een uitzondering kan de korpsbeheerder alleen maken voor heel bijzondere situaties, zoals het cellencomplex. In Rotterdam werd deze uitzondering op 4 november vorig jaar geformaliseerd. Toenmalig korpsbeheerder Opstelten besloot hiertoe na de Ondernemingsraad en de twee overige leden van de lokale driehoek gehoord te hebben. Een dag tevoren besprak Opstelten de kwestie met de korpsleiding.
Suijker werd uiteindelijk ontslagen wegens racisme. Een collega van Antilliaanse afkomst noemde hij ’zwarte trekhond’ en een moslima sprak hij aan op de geur van knoflook. „Ik ben een ras-Rotterdammer en die zijn soms rauw, zonder het te menen”, zegt Suijker. „Beide collega’s namen mij niets kwalijk. Welnee, ze kennen mij. Maar de leiding greep die zaken aan voor een negatieve dossiervorming over mij.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.