*

 

Heeft de toekomst nog een krant?

Willem Schoonen − 23/05/09, 00:00

De San Francisco Chronicle dreigt om te vallen. San Francisco kan de eerste grote Amerikaanse stad worden zonder lokale krant. Is dat erg? Ach, zegt de burgemeester, mensen onder de dertig zullen het niet eens merken.

Zo begint een commentaar in The Economist. De commentator van 's werelds beste weekblad stelt nuchter vast dat veel bedrijven in de problemen zitten, maar dat geen sector het zo beroerd doet als de dagbladen. Vooral de Angelsaksische; in Groot-Brittannië zijn in het afgelopen jaar zeventig lokale kranten verdwenen, en in de VS zijn tal van kranten in moeilijkheden.

Maar de problemen beperken zich niet tot die landen. Deze week werd bekend dat het AD meer dan een kwart van zijn personeel de deur moet wijzen om de krant overeind te houden. En het AD is niet de enige Nederlandse krant die moet ingrijpen.

De crisis speelt een rol, maar de trend is structureel. Onder de nieuwsbronnen verliest de krant terrein. In een onderzoek van het Amerikaanse Pew Research Centre zegt slechts 34 procent van de ondervraagden de dag voordien een krant te hebben gelezen. Vijftien jaar geleden was dat nog 58 procent. Het verloren terrein is ingenomen door televisie en internet (niet door radio, want ook die is in de VS op zijn retour).

Amerika is Nederland niet. We zijn hier nog altijd gezegend met een ongekend groot aantal mensen dat met liefde betaalt om iedere dag de krant in de bus te krijgen. Maar die cijfers geven te denken. Ze zijn geen reden om de handdoek in de ring te gooien, wel om de functie van de krant te heroverwegen. We zijn al gewend aan het idee dat wij niet meer de brengers zijn van het nieuws. Het nieuws hebben de meeste mensen al gekregen via andere, snellere kanalen. De kranten, met hun gespecialiseerde redacteuren, kunnen dat nieuws duiden en van achtergrond voorzien.

Veel kranten, ook Trouw, hebben geprobeerd de ontwikkelingen bij te houden door websites te lanceren, waarop het nieuws te lezen is voordat de gedrukte krant verschijnt. Dat werkt, maar het levert veel te weinig op. Kranten krabben zich nu achter de oren; ze zetten veel te veel van hun inhoud gratis op het net, zonder dat daar voldoende advertentie-inkomsten tegenover staan. We zullen daar selectiever in worden. De krant online zetten, gaat ons niet redden.

De vraag is niet of de krant over tien jaar nog in gedrukte vorm verschijnt; de vraag is welke rol wij als nieuwsbedrijf dan nog hebben. En het antwoord ligt niet in de omvang van ons bereik, maar in de kwaliteit ervan. We zullen specifieke doelgroepen opzoeken die we bedienen met informatie waarvoor zij iets over hebben. En we zullen adverteerders aan ons binden die juist die doelgroepen willen bereiken en die zich thuis voelen bij onze identiteit.

Daar gaan we uitkomen, dat is het probleem niet. Probleem is wel dat de krant zijn sleutelfunctie in het democratisch bestel dreigt te verliezen. En er is niet één medium dat die functie overneemt. De meest schokkende uitkomst van het onderzoek van het Pew Research Centre, is niet dat de krant concurrentie heeft gekregen van andere nieuwsbronnen. De meest schokkende uitkomst is, dat van de jonge ondervraagden 34 procent zegt geen enkel nieuwsfeit van de vorige dag tot zich te hebben genomen. Niet via tv, niet via internet. Een samenleving waarin een groeiend deel van de bevolking helemaal niet meer op de hoogte is van het nieuws, moet zich ernstig zorgen maken.

mailIcon print |