„Met steenkoude voeten loop ik in het schemerlicht naar huis. Het is oorlogstijd, de ijsbaan sluit zodra het donker wordt. Ik kan een beetje schaatsen, ook al ben ik volgens mijn vader geen doorzetter. Maar gelukkig ben ik geen pork meer, porken leren het achter een keukenstoel.
„Het is een lange en strenge winter. Er is gebrek aan voedsel, brandstof en warme kleding. Mijn moeder is bezig in de keuken, het enige vertrek in huis waar het lekker warm is.
"Ze zet me op een stoel voor het fornuis en met mijn voeten in de oven kom ik langzaam weer een beetje op temperatuur. Gezellig! Ik voel me geborgen en geniet van het vlammenspel als ma het fornuis bijvult. Morgen word ik tien jaar en ik mag kiezen: pannekoeken of ’pork’. Echte taartjes of andere lekkernijen zijn al lang niet meer te koop. De ingrediĆ«nten voor pork zijn met enige moeite nog wel te bemachtigen.
„Tegen inlevering van een broodbon krijgt ma bij de bakker meel en een stukje gist. Wat melk, een ei en margarine zijn er ook nog wel. Bij gebrek aan rozijnen of krenten worden het gedroogde appelschijfjes die de bakker voor ons op zijn oven gedroogd heeft.
„Ik mag helpen om het deeg te maken, maar het rijzen en koken duren mij eigenlijk veel te lang. De pan met de pork pruttelt zachtjes, zo nu en dan sissen er een paar druppels water over de kookplaat. Als ik ’s middags uit school kom, ligt de pork uit te dampen en ruik ik de typische gistgeur al voordat ik in de keuken ben. Met een dun vliegertouwtje snijdt ma hem in dikke plakken. Nog een beetje stroopsaus erbij en het smullen kan beginnen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.