*

 

Ina Post is een stap dichter bij eerherstel

Van onze verslaggever − 22/04/09, 00:00

den haag – - De advocaat-generaal bij de Hoge Raad vindt dat de strafzaak tegen bejaardenverzorgster Ina Post moet worden heropend.

  • Er is kritiek op het onderzoek naar de dood van een 89-jarige weduwe in 1986. Mogelijk was verzorgster Ina Post (foto) toch niet de dader. (FOTO ANP)
  • (Trouw)

Advocaat-generaal W. Vellinga schrijft dit in een advies aan het hoogste rechtscollege. Post zou op 22 augustus 1986 in Leidschendam een weduwe van 89 jaar hebben gedood. Zij kreeg zes jaar gevangenisstraf, voornamelijk op grond van haar bekentenis bij de politie. Nog voor haar proces begon, trok zij de verklaring in. Ze zegt onschuldig te zijn en heeft na het uitzitten van haar straf onophoudelijk voor eerherstel gestreden.

De Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) oordeelde maart 2008 kritisch over het onderzoek naar de dood van de weduwe. De commissie stelde dat politie en justitie uitgingen van een mogelijk foutief tijdstip van overlijden van het slachtoffer. Onderzoek van de advocaat-generaal geeft nu aan dat de vrouw vermoedelijk enkele uren eerder overleed dan Post in haar bekentenis aangaf.

De twijfel die dit oproept, wordt verder versterkt, stelt de advocaat-generaal. Zo verklaarde een deskundige tegenover de CEAS dat het haast onmogelijk is dat Post de weduwe wurgde op de manier zoals zij die zelf in de, naderhand ingetrokken, bekentenis omschreef. Zij zou deze daad met een elektriciteitssnoer en met één hand hebben verricht.

De CEAS constateerde vorig jaar al tal van gebreken in het politie- en justitieonderzoek. Het onderzoek in de woning van de weduwe verliep rommelig en zonder enige structuur. Tactische en technische rechercheurs én de piketofficier liepen door elkaar. ’Er werd in de woning gerookt en men stapte zelfs over het lichaam van het slachtoffer heen, waardoor het geval bestond dat sporen(dragers) onbruikbaar werden (...)’, schreef de commissie.

Vellinga meent dat Post op basis van de nieuwe feiten vrijgesproken had kunnen worden. Vermoedelijk eind juni beslist de Hoge Raad over het advies van de advocaat-generaal.

mailIcon print |