Donkere wolken pakten zich afgelopen week samen boven het Holland Festival en De Nederlandse Opera. De naam van Pierre Audi, artistiek directeur van beide instellingen, dook ineens op in berichten over de opvolging van Jürgen Flimm bij de even gerenommeerde als notoire Salzburger Festspiele. Audi behoorde samen met Fransman Stéphane Lissner en Oostenrijker Alexander Pereira tot de drie kandidaten voor het intendantschap van het festival in Salzburg, dat in het verleden zulke spraakmakende leiders had als dirigent Herbert von Karajan en opera-intendant Gerard Mortier.
Maar in Amsterdam kon men aan het eind van de week weer rustig ademhalen. Het Kuratorium van de Salzburger Festspiele, onder voorzitterschap van de legendarische diva Brigitte Fassbaender, koos uiteindelijk zoals verwacht voor Pereira, sinds jaar en dag intendant van de opera van Zürich en de Züricher Festspiele.
Overigens was er in sommige buitenlandse media aardig wat kritiek op de ’zouteloze’ voordracht van het driemanschap. Van Pereira werd gezegd dat hij, ondanks een goedlopend, maar conservatief operahuis in Zürich, tot weinig creatieve impulsen in staat was. Vernieuwend zou zijn operahuis al helemaal niet zijn. Lissner, groot geworden in het Parijse Théâtre du Châtelet en op het zomerfestival van Aix-en-Provence, werd verweten dat hij van de Scala in Milaan een ’smakeloze co-productiepudding’ heeft gemaakt. Audi ten slotte – ’een tandenloze estheet’ – zou geen creatieve adem meer hebben en zou zijn belangrijke plekken in Amsterdam slechts te danken hebben aan het gebrek aan concurrentie en internationaal al helemaal niet aantrekkelijk zijn.
Harde kritiek, die zeker in het geval van Audi, volledig de plank missloeg. Volgens dezelfde bron zou het leiderschap van Mortier het beste zijn wat Salzburg ooit overkomen was. Over het vele rumoer, de schandalen en de financiële rampspoed die de Belg in het Oostenrijkse stadje achterliet wordt helemaal niet meer gesproken. Zo gaat dat: eens verguisd, later bewierookt.
Audi’s carrière is in Amsterdam wat dat betreft redelijk soepel verlopen. Hij heeft al eerder aanbiedingen gehad, en er was in die 21 jaar wel eens gemor, maar de belangrijkste critici had en heeft hij nog altijd op zijn hand. In deze tijd van vlug, snel en kort is het een verademing dat iemand langdurig de tijd neemt voor dat waar hij goed in is.
Ik kreeg deze week een filmpje opgestuurd waarop de 99-jarige Magda Olivero – laatste der mohicanen uit het tijdperk Callas-Tebaldi – een fragment uit ’Francesca da Rimini’ zingt. Ontroerend en verbazingwekkend tegelijk. Olivero heeft haar hele leven gedaan waar ze goed in was. Tot vreugde van velen. Moge zij tot voorbeeld dienen van Audi en van velen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.