De tandem is hot, vooral de sportversie is in trek. Wat maakt de duofiets zo populair? Samenwerking is sowieso geboden.
Liefst vijf uur bracht een koppel eerder dit voorjaar door op de Fiets- en Wandelbeurs. Van tandem naar tandem probeerden ze ieder type uit, met het doel een opvouwbaar exemplaar aan te schaffen. Tot hun verbazing bleek een niet-opvouwbare tandem zo veel beter te bevallen, dat ze die kochten en ’m nu, achter hun oude eend, op een aanhangwagen vervoeren.
De tandem deed het goed, op de beurs. Marten Hoffmann, tandemspecialist, durft het voorzichtig in percentages uit te drukken: hij vermoedt dat zo’n zeventig procent van de geïnteresseerden op de beurs serieus van plan was een tandem aan te schaffen. Zo’n tien procent kwam gewoon even proeven. En een kleiner deel vond op de beurs uit dat tandemrijden niets voor hem of haar was: als ’stoker’, achter op de fiets, moet je de controle over het sturen durven loslaten. En dat kan niet iedereen.
De tandem is ’hot’, zoveel is duidelijk. Ieder jaar worden in Nederland 1,4 miljoen nieuwe fietsen gekocht. Het aandeel tandems is niet groot, maar er is een sterke groei zichtbaar. Marten Hoffmann spreekt van een totaal van drie- tot vierduizend per jaar, en heeft het dan alleen nog maar over de sporttandems. Met de klassieke tandems meegeteld, moeten het er nog veel meer zijn.
Hoffmann beheert de site van de Nederlandse tandemclub en begrijpt wel waarom de tandem zo populair is. Nog los van het feit dat de fiets uitkomst biedt voor mensen met een fysieke handicap, is ie ook nog eens ideaal om het snelheidsverschil tussen fietsers op te lossen. Hoffmann: „Als koppels op twee losse fietsen een berg op moeten, staat hij vaak al boven als zij nog halverwege is.” Volgens Hoffmann is dat voor zeven van de tien koppels dé reden om een tandem aan te schaffen.
Bijkomende voordelen zijn er legio. De stoker, achterop, kan kaartlezen zonder op de weg te hoeven letten. Hij (of vaker: zij) kan boterhammen smeren. Of gewoon om zich heen kijken. Wat overigens moeilijk gaat als de voor-zitter twee meter lang is en de achter-zitter een stuk kleiner. Maar zelfs daarvoor is een fiets, de ’Hasepino’: de Pino van de Duitse firma Hase, waarop de voorste fietser wat lager zit.
Invloed van de achterzitter is er zeker, maar beperkt. Die beweegt mee in de bochten en levert kracht. Gouden regel in tandemland: de stoker heeft altijd gelijk. De voorste fietser remt, schakelt en stuurt ’slechts’. De kunst van het tandemfietsen is het samenwerken: goed voor de relatie (of niet), want als koppel ben je sterk afhankelijk van elkaar. Hoffmann: „Het is een relatietest. Eén van mijn collega’s vertelde laatst dat hij al vrij goed kon behangen met zijn vrouw, dus het tandemfietsen was helemaal een eitje voor ze.”
De Nederlandse tandemclub waaraan Hoffmann verbonden is, is vooral gericht op sporttandems. De klassieke Gazelle is zwaar en fietsers zitten rechtop. Aantrekkelijk is het niet, voor mensen die houden van racefietsen of mountainbiken. De sporttandem daarentegen, heeft onderdelen van sportfietsen en is een stuk lichter. „Lichter, makkelijker en sneller dan de Gazelle op Texel.”
De club doet veel samen en haar leden gaan letterlijk de hele wereld over. „Van blokjes om, tot Azië.” Bovendien wordt dit jaar de internationale tandemrally in Nederland gehouden, van 1 tot en met 8 augustus. Van heinde en verre komen tandemkoppels naar het Friese Appelscha, om een week te fietsen. Dat kan, want sommige tandems zijn opklapbaar, kunnen achter op de auto of zelfs mee in het vliegtuig.
Hoffmann kan nauwelijks nadelen aan de tweezitter bedenken. Hoewel: de fiets biedt iets minder bagageruimte dan twee ’losse’ fietsen. Maar dat is ook weer een voordeel, lekker primitief. „Ik zeg altijd: Alles wat je thuislaat, is meegenomen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.