Schelpenverzamelaar Thijs de Boer noemt gekielde noordhorens zijn favoriete schelp. „Die hebben zulke mooie, dikke spiraalribben”, vertelt hij, „de soort heeft hier lang geleden rond een ijstijd geleefd.
Je vindt alleen fossiele exemplaren. Op de oostpunt van Schiermonnikoog blaast de oostenwind steeds weer nieuwe schoon.” Dat geldt voor meer grote schelpen, oesters en wulken bijvoorbeeld, en noordkrompen. Over de noordkromp schreef ik een regel of drie in het boek ’Schitterende schelpen en slijmerige slakken’ over 75 jaar Nederlandse Malacologische Vereniging.
Dat is een mooi boek met een charmante verzameling verhalen van schelpenverzamelaars. Ze variĆ«ren van wetenschappelijke onderzoeksverslagen tot jeugdherinneringen aan de prille schelpenverzameling in 1935. Tientallen leden stuurden een foto van hun lievelingsschelp. Thijs’ favoriet mag dan de gekielde noordhoren zijn, in het jubileumboek roemt hij Ranella olearia. Op de foto staat een beschadigd slakkenhuis. „Super!” vond Thijs zijn vondst, al vond hij hem op Ameland en niet op zijn eigen eiland. Het is namelijk het enige exemplaar dat ooit in Nederland gevonden is.
In Thijs’ schelpenmuseum, dat u gezien moet hebben (Paal 14, Martjeland 14) wijs ik zoontje van zeven de schelp aan. „Vraag maar eens of Thijs die ranella zelf heeft gevonden”, stook ik hem op. Hij oefent even het woord ranella. „Thijs”, vraagt hij, „heb je die ranella zelf gevonden?” Thijs snelt toe en vertelt over zijn vondst op 23 maart 1996. Zoon luistert bewonderend. Thijs weet met zijn hartstocht voor schelpen anderen te prikkelen. Die laten vervolgens hun vondsten aan hem zien, waar hij altijd enthousiast op reageert. Ook publiceerde hij twee boekjes over de schelpen van Schier. En, samen met Rykel de Bruyne, het standaardwerk ’Schelpen van de Waddeneilanden’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.