Het verzet heft zichzelf op. Oud-verzetsstrijders hopen echter niet dat daarmee ook hun verhaal wordt vergeten.
Het geven van voorlichting aan schoolkinderen, om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden, gaat door. Zoals de Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet in Nederland (NFR) het in 1984 verwoordde: ’Zonder de lessen uit 1940-1945 hebben de jongeren van heden geen toekomst’.
Een kwart eeuw later is de toon nuchterder, maar de hoofdbestuurders hopen wel dat de gebrachte offers in herinnering blijven nu de organisatie besloten heeft zichzelf op te heffen. Voorzitter Wim de Bruijn: „Al bestaat het georganiseerd verzet niet meer, op 4 mei zal er wel een krans voor het verzet worden gelegd. Dat moet doorgaan.”
Eigenlijk had de NFR zichzelf al per 1 januari 2010 willen opheffen, maar dan zouden de oud-verzetsmensen een mooi jubileum moeten missen: de 65ste viering van de bevrijding op 5 mei. Dus is gekozen voor 30 juni 2010 als officiële opheffingsdatum van de landelijke raad.
De vergadering bij De Basis in Doorn duurde donderdag maar anderhalf uur. De leeftijd van de bestuursleden sprak stevig mee. „Je merkt dat sommige mensen het niet meer zo goed kunnen volgen. En voor veel bestuursleden is de reis naar Doorn te zwaar geworden”, klinkt het.
De vijftien lokale en regionale lidverenigingen van de NFR tellen nu nog 382 leden (gemiddelde leeftijd: 89 jaar). Lidverenigingen gaan langer door, net als de Stichting Samenwerkend Verzet, waarbij onder anderen Engelandvaarders en voormalige politiek gevangenen zijn aangesloten. Maar ook deze organisaties kunnen steeds moeilijker bestuursleden vinden.
Volgens historicus Loe de Jong hebben in de Tweede Wereldoorlog zo’n 25.000 mensen in Nederland meegedaan aan het georganiseerde verzet, zoals de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO), de Landelijke Knokploegen (LKP) en de ’illegale’ pers waaronder Trouw, Het Parool en Vrij Nederland. Nadat kort na de oorlog verschillende organisaties van ’oud-illegale werkers’ waren ontstaan, werd in 1947 de NFR opgericht.
De noodzaak tot samenwerking bleek uit het succesvolle verzet in 1946 tegen de vrijlating van 45.000 ’foute’ Nederlanders. Achter de schermen was de NFR nauw betrokken bij de totstandkoming van uitkeringen voor oud-verzetsmensen en nabestaanden.
Prominent naoorlogs bondgenoot was prins Bernhard. De raad mengde zich met wisselend succes in kwesties die verzetsmensen bezig hielden, zoals de viering van Bevrijdingsdag, de affaire rond oorlogsmisdadiger Menten, de vrijlating van de Twee van Breda en het verjaren van Duitse oorlogsmisdaden.
Met het ouder worden van prins Bernhard en de oud-verzetsmensen nam ook de invloed van de NFR af. Werd er in vroeger tijden nog verheven gesproken over ’geestelijke weerbaarheid’ om de democratie te bewaken, later kregen de bijeenkomsten van de NFR en lidverenigingen het karakter van reünies. De opheffingsbijeenkomst zal in de NFR-traditie ’een leuk feestje’ worden. Secretaris Loek Caspers: „Iedereen die enigszins lopen kan, zal komen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.