*

 

’Die hangen mijn vuile was vast niet buiten’

Jonathan Maas − 18/04/09, 00:00

Plaatselijke kranten die kritisch schrijven over de politiek in eigen buurt: bestuurders moeten eraan wennen. „Er zijn incidenten nodig om nieuwe verhoudingen te creëren.”

  • Hoofdredacteur Robert-Jan van der Horst van huis-aan-huisbladOns Utrecht. (FOTO MAARTEN HARTMAN)
  • (Trouw)

Froukje Nijholt keek er deze week niet van op toen ze vernam van de kwestie in Utrecht, waarbij burgemeester Aleid Wolfsen een hem onwelvoeglijke publicatie in een huis-aan-huisblad met een telefoontje naar de uitgever wist tegen te houden. Toen ze enkele jaren terug als verslaggeefster van de Heerenveense Courant over de ’vernieuwingsdriften’ van een regionaal opleidingencentrum schreef, ervoer ze hoe lokale en regionale bestuurders zich met haar stuk probeerden te bemoeien.

„Het ging niet zo ver dat ze de publicatie dreigden tegen te houden”, vertelt Nijholt, nu hoofdredacteur bij een uitgever van twaalf lokale weekbladen. „Maar ze waren witheet”, memoreert ze, „en verbaasd dat een kleine lokale krant kritisch in de materie was gedoken.”

Hoezo? Verwachten bestuurders van het ’lokale sufferdje’ geen echte journalistiek? „Tja”, verzucht Nijholt, „het zal toch met het lokale karakter te maken hebben. Burgemeesters kennen de uitgever persoonlijk en denken dan: die hangt mijn vuile was niet buiten.”

Toch peinst Nijholt er niet over alleen het uitdelen van de lintjes te verslaan. Met het afkalven van regionale dagbladen is het voor huis-aan-huisbladen zelfs belangrijker geworden om kritisch lokale bestuurders te volgen.

Dat vindt ook Paul Bos, directeur van de branchevereniging van lokale nieuwsmedia NNP. „Huis-aan-huiskranten zijn zich de laatste jaren steeds meer als luis in de pels gaan gedragen en nemen steviger stelling”, zegt hij. „Daar moeten bestuurders aan wennen. De relatie komt vaker op het scherpst van de snede te staan.” Bos meent dat aanvaringen tussen lokale media en bestuurders, zoals deze week in Utrecht, louterend werken voor het creëren van nieuwe verhoudingen.

Dat stelt ook Marcel Broersma, hoogleraar Journalistieke Cultuur en Media aan de Universiteit van Groningen. Hij denkt dat bestuurders vooral moeite hebben zich te verhouden tot verslaggevers van nieuwe plaatselijke kranten die ze nog niet goed kennen.

„De regionale dagbladen waren geïnstitutionaliseerd. Maar die zijn de laatste jaren afgekalfd, terwijl er aan de andere kant nieuwe initiatieven van burgers en voormalige dagblad- en persbureaujournalisten voor nieuwe huis-aan-huis- en stadskranten ontstonden. Nu krijgen bestuurders ineens nieuwe verslaggevers voor hun neus die ze niet kennen, noch de status van het medium waarvoor ze werken.”

Die nieuwe media zijn niet vies van een relletje, ziet Broersma. „De lokale nieuwsmarkt is enorm in beweging en wil je als nieuwe titel zichtbaar zijn, dan moet je toch iets van rumoer of dynamiek zien te creëren.”

Daar heeft Bos zijn bedenkingen bij. Lokale journalisten moeten beslist bestuurders controleren en misstanden aankaarten, maar een stad of dorp is er niet bij gebaat als je elkaar alleen maar het vuur na aan de schenen legt, vindt hij. Bos: „Menselijke verhoudingen moeten ook weer worden hersteld. Je zit samen in een systeem: de kinderen van de plaatselijke verslaggever spelen met de kinderen van de bestuurder. Aan de ene kant moet je als lokale journalist de luis en de pels zijn, aan de andere kant het cement voor de sociale cohesie.”

mailIcon print |