Zou er nu echt een verschil zitten tussen een waterput die is geslagen door een partner van Oxfam Novib, een van Unicef of een van Plan Nederland? En welke Nederlander kan vertellen wat het verschil is tussen de kindgerichte programma’s van Terres des Hommes Nederland, Save the Children, Plan Nederland of Stichting SOS Kinderdorpen, International Child Report en de stichting Right to Play? Nederland schaatst en rent voor water in ontwikkelingslanden. We doen alles voor het goede doel en gaan er van uit dat al die doelen samen ook werkelijk het goede doel dienen. Maar is dat ook zo?
114 organisaties meldden zich voor het vorige subsidieprogramma dat onder minister Van Ardenne werd opgetuigd. En 73 organisaties kregen geld. Het was destijds dringen rond de geldpotten en het zal ook nu weer dringen worden. Zeker nu minister Koenders niet 525 miljoen euro per jaar heeft te verdelen zoals Van Ardenne destijds, maar 425 miljoen. Al decennia lang proberen alle organisaties in Nederland uit te leggen waarom zij uniek zijn, waarom zij de beste resultaten boeken. En iedereen, geen organisatie uitgezonderd, riep altijd dat de overhead laag was. Dat het geld altijd goed besteed was en dat vooral het arme zuiden profiteerde. Ja, zo werd op willekeurig welk congres erkend, het aantal organisaties is groot, wellicht zelfs te groot. Maar de Nederlander moest zich kunnen herkennen in het goede werk in het zuiden. En dus was het goed dat er zoveel diversiteit was. Diversiteit was bevorderlijk voor het draagvlak in Nederland. Draagvlak dat weer nodig was om de subsidiestroom, opgebracht met belastinggeld, op gang te houden.
Helaas stelde niemand de vraag of die diversiteit ook goed was voor de ontvangers van de steun. Niemand rekende ooit uit of de overhead van de totale sector niet te groot was. Of al die campagnes met bijbehorend lesmateriaal wel nodig waren. Slechts een enkele keer kwam een directeur van een partner uit een ontwikkelingsland naar Nederland met de mededeling dat de overvloed aan organisaties eerder verlammend dan bevorderend werkte. Die directeuren keken wel uit. Elke euro richting het zuiden is er een.
De crisis brengt een kentering. Er is minder geld beschikbaar en dus moet worden gekozen. Slechts 30 aanvragers kunnen geld van Koenders krijgen. Zo wordt samenwerken afgedwongen. En dat kan heel heilzaam werken. Met het op elkaar afstemmen van campagnes of zelfs het clusteren van campagnes kan veel geld worden verdiend. Op de hoeveelheid geld die in Nederland wordt benut om het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking overeind te houden, kan makkelijk bezuinigd worden. Het zou zelfs het geloof in het goede werk ten goede komen als wat minder vaak wordt geroepen dat het goede werken zijn.
De crisis moet worden aangegrepen om ontwikkelingshulp niet aan te prijzen, maar zichzelf te laten verkopen. En dat kan best.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.