*

 

Inspecteurs zijn te schijterig om heldenrol te spelen

Bert Keizer − 18/04/09, 00:00

Je hebt mensen die de krant vermijden omdat je er zo beroerd van wordt. Goed gezien, maar dan mis je de kleine opbeurende boodschappen die er ook in staan. Zo werd ik op niet geheel verklaarbare wijze ineens erg gelukkig bij een foto in de Trouw van Pasen, waarop zes mannen en twee vrouwen getweeën door het grind schrijden voor een huis uit naar ik schat 1905. Zij dragen wat beschreven wordt als ’een roomkleurige mantel met daarop een rood Jeruzalemkruis’. Het onderschrift van de foto luidt: ’De leden van de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem lopen op Palmzondag in stilte rondom het gebouw in Zeist’.

Dat mijn kinderhand gauw gevuld is moge blijken uit het feit dat ik bij dit ’Zeist’ de slappe lach krijg. De aanblik van acht oudere Nederlanders, in velerlei opzicht helemaal goed bij het hoofd, die in diepe ernst verkleed rondlopen en zich ridders en edelvrouwen wanen die zich geestelijk rond het ooit zo woest omstreden Graf scharen, maar dan in Zeist, bracht mij het bijbelwoord te binnen: als gij niet als kinderen wordt dan kunt ge het Rijk der Hemelen wel vergeten.

Waarvan acte.

Op wat wij vroeger Derde Paasdag noemden stond er iets veel minder amusants in de krant. Ik bedoel het gesprek met Jedidja Fortuyn en Vanusa Baroni Caramel, die net als ik verpleeghuisarts zijn in Amsterdam. Zij vertellen over de toestanden in het Jan Bonga-huis. Hun klachten zijn wel bekend, maar komend uit de mond van artsen die bij wijze van spreken net uit de vuurlinie terugkeren klinkt het indringender. In de vele televisie-uitzendingen over het verpleeghuis wordt de blaam vaak daar gelegd waar hij niet hoort: bij de verzorgenden. Fortuyn en Caramel komen met een veel juistere diagnose. Zij wijzen op het opleidingsniveau van verzorgenden en op de omstandigheid dat er binnen de sector wel degelijk animo is om daar iets aan te doen. Maar er is geen geld en dus geen tijd.

Een andere factor is de ondoordringbaarheid van het management. Het almaar verder fuseren heeft in de verpleeghuiswereld geleid tot een werksfeer waarin je als werknemer nooit meer te maken krijgt met een eindverantwoordelijke man of vrouw. Je staat als werknemer binnen zo’n koepel als consument tegenover, noem eens wat, UPC of KPN of ING. Er is geen relatie, er zijn geen gedeelde problemen.

Werknemers die steeds maar doordrammen over slechte zorg worden beschouwd als saboteurs, zeurpieten en miesmachers en als zodanig bejegend. Ik spreek uit ervaring.

Een derde factor is de Inspectie voor de Gezondheidszorg, waar Fortuyn zich verwachtingsvol heeft gemeld om verslag te doen van haar wedervaren. De Inspectie? Als het kalf verdronken is komen zij vragen waar de nieuwe put gegraven moet worden. De Inspectie! Als je meldt dat je een patiënt uit het raam hebt gegooid, dan schrijven ze dat op. Als je vervolgens meldt dat je weer een patiënt uit het raam hebt gegooid, komen ze met een rapport: volgens onze gegevens heeft u nu twee patiënten uit het raam gegooid, wordt er wel gelet op voorbijgangers tijdens deze maatregelen?

Ik kan niet goed uitleggen waarom dit zo is, want volgens mij zouden de inspecteurs een heldenrol kunnen spelen, maar ze zijn jaar in jaar uit te schijterig gebleken om gewoon te zeggen: Caramel en Fortuyn en vele anderen met hen, hebben gewoon gelijk. De zorg in de Nederlandse verpleeghuizen is matig tot slecht. En dat komt niet door een toevallige omstandigheid in Huize A. of een eenmalig misverstand in Huize B. Nee, dat komt omdat u, het hele Nederlandse volk, in de vorm van de 150 die het in Den Haag proberen te regelen, zich niet voldoende interesseert voor het lot van deze groep medemensen. Uw desinteresse toont zich onder andere in uw aanvaarding van het te lage opleidingsniveau van verzorgenden.

De Inspectie heeft gelijk als zij stelt: je kunt de kwaliteit van verpleeghuiszorg in ons land niet verbeteren door tegen ons aan te schoppen. Maar het zou zo oneindig veel helpen als de Inspectie zich ronduit solidair zou verklaren met familieleden, cliënten, verzorgenden en artsen uit de sector die zich op goede grond bij hen melden. Het gebeurt nooit. Ik ben zelf een keer naar de Inspectie geweest om mijn nood te klagen en kreeg van de inspecteur te horen dat ik in de OR had moeten gaan zitten – ’dan kunnen ze u heel moeilijk ontslaan’. Bedankt voor de waardeloze tip.

Overigens leveren Caramel en Fortuyn hun collega’s in den lande wel een mooie streek. Zij zeggen: het is wel erg in Jan Bonga, maar eigenlijk is het overal een zootje. De dames worden bedankt. Wat kan ik hier op zeggen? Ik werk in het enige Amsterdamse huis dat slechts één bescheiden fusietje achter de rug heeft, dat financieel redelijk draait en waar de zorg, gelet op de belabberde omstandigheden, aanvaardbaar tot goed is te noemen.

Voor wie andere omstandigheden wil is hier het nummer van VWS: 070 – 340 7911.

mailIcon print |