Het devote beeld dat het Museum voor Religieuze Kunst in het Brabantse Uden voor 30.000 euro heeft aangeschaft bij een kunsthandel in Frankfurt am Main, is omstreeks 1510 in Antwerpen gemaakt. De maker is anoniem, maar zoveel is zeker: de man moet goed op de hoogte zijn geweest van de laatste trends op beeldhouwgebied, zowel in Brabantse als in Nederrijnse contreien. Er zijn vele beelden met deze voorstelling, maar de kwaliteit is vaak laag.
Het exemplaar dat het Museum in Uden nu heeft aangekocht, was daarentegen wat de stijl betreft zijn tijd vooruit en bovendien sterk van uitdrukking. Met deze Christus, die kort na de aankoop al op zaal is te zien, slaagt het museum erin zijn toch al zo fraaie verzameling middeleeuwse kunst een flinke opwaardering te geven. Ook sluit het beeld goed aan bij de spiritualiteit van de zusters Birgittinessen. Deze zusters leven in de abdij waarvan het museum een bouwkundig onderdeel vormt. Hun leven staat in het teken van het Lijden van Christus.
De opdrachtgevers hebben de Vita Christi van de veertiende-eeuwse auteur Ludolf van Sachsen gelezen. Van Sachsen schrijft daarin: „O lieve heere hoe jammerlyck sadt gy opten kouden steen, beevender van grote koude ende pynen.” De pijn is Jezus aan te zien, hij wordt weergegeven met geboeide handen, eenzaam rustend op een steenblok en door iedereen verlaten.
Het motief van ’Jezus op de Koude Steen’ wordt al in de late Middeleeuwen door beeldhouwers en schrijnwerkers gebruikt en waarschijnlijk op grote schaal, zij het dat deze ontwikkeling tot de Nederlanden beperkt bleef. Buiten de Nederlanden ontstonden geheel andere motieven, zoals de Piëta (vooral in Italië) en de Man van Smarten, in Duitsland.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.