*

 

Burgemeester verliest geld op ambtswoning

Perdiep Ramesar − 18/04/09, 00:00

Door de ambtswoning weer in ere te herstellen, stelt minister Ter Horst, voorkomt een gemeente ’burgemeestersrellen’ als in Den Helder.

  • De Larense burgemeester Elbert Roest betrok een ambtswoning in de stad. Een eigen huis zou voor hem onbetaalbaar zijn geweest. (Maartje Geels)

De ambtswoningen voor de burgemeester mogen wat minister Guusje ter Horst (PvdA) van binnenlandse zaken betreft weer terugkomen. Aanleiding hiervoor zijn de ’burgemeestersrellen’ in bijvoorbeeld Den Helder en Utrecht over de vergoeding die burgemeesters krijgen om een tijdelijk onderkomen te financieren tot ze een eigen woning hebben. Door de ambtswoning in ere te herstellen, voorkomt een gemeente volgens de minister problemen.

Ook het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB) pleit daarvoor, mits burgemeesters voor hun benoeming van de voor- en nadelen op de hoogte zijn. Gemeenten kozen er de afgelopen jaren juist voor de ambtswoningen te verkopen.

In Nederland bestaan in de 441 gemeenten volgens het NGB nog maar vijftien officiƫle ambtswoningen, die dus eigendom zijn van de gemeente. Zoals in Amsterdam waar burgemeester Job Cohen nog wel woont in een dienstwoning.

In 2007 telde het ministerie van binnenlandse zaken er nog 21. Onder meer door gemeentelijke herindelingen en fusies is een deel van die woningen weggevallen.

Geld is een belangrijke reden waarom gemeenten besloten ambtswoningen van de hand te doen. Deze vaak grote monumentale panden brachten veel geld op, wat winst opleverde voor de gemeentekas. Voor gemeenten waar het financieel minder goed ging, was de verkoop een eenvoudige bezuiniging.

Ook de burgemeesters zelf hebben hun redenen om beslist niet een dienstwoning te betrekken. De burgemeester profiteert bijvoorbeeld niet van de waardestijging van het dure pand. Daarbij moet de eerste burger volgens het ministerie van binnenlandse zaken ook nog eens tien procent van zijn brutosalaris afdragen, als eigen bijdrage aan de woning. Volgens een woordvoerster van het ministerie bleek dat voor een aantal ambtsdragers veel kostbaarder te zijn dan de hypotheeklasten van een eigen woning. De bewoner van een ambtswoning heeft immers geen recht op hypotheekrenteaftrek, omdat hij geen eigenaar is.

In bepaalde gemeenten bleef de ambtswoning wel bestaan, zoals op de Waddeneilanden, omdat de burgemeesters die van buiten kwamen hun woning aan wal wilden behouden. In onder meer de Gooi- en Vechtstreek en Kennemerland – zoals in Laren en Heemstede-Aerdenhout – zijn de huizenprijzen zo hoog dat een burgemeester daar een huis helemaal niet kan betalen en daarom toch kiest voor een dienstwoning. In behoudende christelijke gemeenten speelt naast de hoge prijzen ook nog mee dat de ambtswoning en haar bewoner daar nog een bepaalde status genieten. Die gemeenten kiezen er dan ook gezagsgetrouw voor om de ambtswoning te behouden.

mailIcon print |