opinie Ja, ik heb hem een wedstrijd zien gooien. Magie dus. Nooit vertoond en daarom zo leuk. Het was in 1976 en de Detroit Tigers speelden tegen de New York Yankees. Ik zag Mark Steven Fydrich gooien en ik zag zijn handelingen die hem in nog geen twee maanden tot grote held van het Amerikaanse counterculture publiek hadden gemaakt.
Hier stond een man van 1.92 meter lengte, lang, gekruld haar en hij sprak tegen de bal. Ja, hij sprak tegen de bal en hij veegde zijn werpheuvel schoon door op zijn knieën liggend het gravel te egaliseren en hij deed nog veel meer dingen die het Amerikaanse publiek nog nooit van een pitcher had gezien.
Ik keek mijn ogen uit. Hier stond een vrije geest, een leuke kerel die niet eens bewust de kachel aanmaakte met oude, vastgevroren waarden binnen de sport, maar die geheel volgens intuïtie handelde en van een honkbalwedstrijd een leuke avond maakte. Waar hij gooide liepen de stadions vol, waar hij was vibreerde de wereld.
Waarom deze inleiding? Omdat Mark Steven Fydrich deze week overleed. Door een stom ongeluk. Men vond hem onder zijn truck. Hij had een reparatie willen uitvoeren en zijn kleding was tussen aandrijfassen gekomen waardoor hij (waarschijnlijk) gestikt was.
Fydrich was en is mijn held. Waarom? Omdat hij tegenpolig was. En ja, hij was ook nog Pool. Kleinzoon van Poolse immigranten. Geen talent op High School, maar ineens stond hij daar in de Major League en gooide hij 24 complete wedstrijden, waar hij er negentien van won. Ongehoord was het, bijna een wonder.
En alles gebeurde zo snel. Op de cover van Sports Illustrated, op de cover van Rolling Stone (één der eerste foto’s van Annie Leibovitz) en wereldberoemd in Amerika in nog geen twee maanden tijd.
Hij werd Big Bird genoemd, naar de grote vogel van Sesame Street. Onze Pino dus, en hij paste in die naam. Hij was anders, maar niet overdreven. Reed een Volkswagen omdat hij zich een duurdere auto niet kon permitteren. Woonde sober en alleen en zag trossen vrouwen in katzwijm vallen als hij ergens verscheen.
Ik herinner me de wedstrijd nog: de Yankees verloren met 5-1 in minder dan twee uur. Ik zag dat hij de bal teruggooide naar de scheidsrechter en begreep dat hij daar niet meer mee wilde gooien omdat ’er al een hit in zat’.
Ik zag hem op zijn knieën liggen en zijn tuintje bijeen harken. Ik zag hem inderdaad tegen de bal praten en ik hoorde het opgewonden geroezemoes van het tot de laatste plaats uitverkochte Detroit Stadion.
Hier, ineens, stond een mens dat anders deed en dacht en dat mens kon heel goed werpen. Niets aan hem was gespeeld, dat maakte hem zo leuk. Hij trok volle stadions door zichzelf, maar dus ’anders’ te zijn dan de recht toe recht aan wereld van de USA dat zich in die tijd in de koude oorlog stortte.
Enhij bleef slechts vier jaar honkballen. Blessures maakten een einde aan zijn loopbaan. Hij ging vrachtwagens rijden, want hij vond dat leuk.
Ooit berekende men dat hij in die zomer van 1976 alleen goed was voor één miljoen dollar aan extra verkochte kaartjes in Detroit. Zijn salaris was toen 16.500 dollar. Hij was er tevreden mee. „Plezier wordt niet gedragen door geld”, merkte hij eens op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.