Aanvoerder Stijn Schaars mag in het veld de bepalende factor worden genoemd van de aanstaande kampioen AZ. „Ik voel aan wanneer er wat moet gebeuren.”
De aanvoerder van AZ grijpt naar het flesje voor hem op tafel en gaat er wat mee spelen – om maar even geen antwoord te hoeven geven. Maar zijn schalkse glimlach, met een twinkeling in de ogen, zegt genoeg.
Of hij niet vaak heeft gedacht, was de vraag, dat AZ twee jaar geleden al kampioen zou zijn geworden als hij, geblesseerd destijds, er toen bij was geweest.
Ja, dat heeft Stijn Schaars wel eens gedacht.
„Ik zag dat het fout ging”, zegt hij. „Als ik fit was geweest, had ik kunnen ingrijpen.” Schaars is wijs genoeg om het zijn gesprekspartner te laten zeggen, maar hij spreekt niet tegen dat in het verloren slotduel met Excelsior (3-2) slechts het uitschakelen van Bruins, de middenvelder van de passjes, en de snelle aanvaller Slory had volstaan. Hij had er graag het sein voor gegeven – en dan ’lelijk’ kampioen geworden, zoals dat meestal gaat in kampioenswedstrijden.
Nu AZ dan toch kampioen wordt, mag Schaars (25) in het veld de bepalende factor worden genoemd, méér dan offensieve blikvangers als El Hamdaoui en Dembele, voor wie het grote publiek in eerste aanleg meer oog heeft. Neem de laatste wedstrijd bij NAC (0-1), waarin AZ verre van soepel draaide. „Na zes, zeven minuten had ik door: er zijn vandaag andere dingen vereist”, zegt Schaars. „Ik voel aan wanneer er wat moet gebeuren. We lieten ons fysiek ondersneeuwen, maar ook in het de scheidsrechter mee krijgen of niet. Daar steek ik dan veel energie in, want daar begint het toch mee.”
Ergens in het vorige, mislukte seizoen riep Schaars, toen nog steeds als geblesseerd toeschouwer, dat ze bij AZ eens een paar tegenstanders over de reclameborden moesten schoppen. Trainer Louis van Gaal, die met AZ destijds nog onvoorwaardelijk voor de aanval koos en voor de esthetiek, had zich aan die rauwheid gestoord. Hij had het anders moeten formuleren, zegt Schaars nu, maar de achterliggende gedachte staat nog overeind. „Het mocht dan wel de AZ-stijl zijn, maar als het niet lukt zul je toch een keer de mouwen moeten opstropen. Je kunt niet 34 wedstrijden in vorm zijn.”
Schaars, die dit seizoen na drie enkeloperaties eindelijk kon terugkeren, vervult als controlerende middenvelder een sleutelrol in AZ’s terughoudender speelstijl. Hij voegt iets toe wat het vaak ongeremd en onschuldig aanvallende AZ miste, bepaald niet als enige Nederlandse ploeg trouwens. De aanvoerder van AZ denkt al internationaal. „Als je ziet wat er in het Europese voetbal op het middenveld wordt uitgevochten”, zegt hij. „Daar wordt puur op fysiek geselecteerd.”
„In de Nederlandse competitie wordt nog erg aan techniek gedacht. Kijk wat er nu bij Ajax op het middenveld staat, met Aissati, Anita, Enoh. Technisch begaafd, maar fysiek gezien kunnen ze niet mee aan de Europese top. Je kunt er wel eentje tussen hebben lopen, maar niet drie. In Nederland kan het nog omdat het niveau hier minder is, maar als je echt potten wilt breken kan het gewoonweg niet.”
Sinds enkele maanden tracht Schaars zijn spieren met fitnessoefeningen te stalen. „Je moet jezelf voorbereiden op nieuwe situaties. Ik wil altijd vooruit. Zeker nu ik al enkele keren ben teruggeworpen kan ik geen stagnatie meer gebruiken. Daarom probeer ik me te wapenen met zaken die in het internationale voetbal nodig zijn. Ik ben niet op mijn achterhoofd gevallen. Chelsea-Liverpool, dat is negentig minuten gáán. Gerrard, Torres, Lampard, Ballack – ze zijn creatief, maar óók allemaal fysiek sterk. De huidige topvoetballers zijn heel compleet.”
Schaars is desondanks zelfverzekerd. Dat Van Gaal onlangs zei dat hij het beter zou doen dan Barcelona-middenvelder Touré, beangstigt hem niet. „Als je goed bent, ga je mee in een betere ploeg. Als je maar leergierig bent, daar ben ik niet bang voor.’’ Maar Schaars kan óók relativeren. Dat hij in én buiten het veld meer dan anderen om zich heen kijkt, is nu eenmaal altijd zo geweest. „Ik zie gewoon veel in het veld, en ik kan het overbrengen. Maar je kunt niet elf Stijn Schaarsen hebben die alles zien en alles willen verbeteren. Dan word je helemaal gek van elkaar.”
Nu mag hij de modelaanvoerder lijken van de nieuwe kampioen van Nederland, maar vorig seizoen had ook hij in Alkmaar de rijen niet kunnen sluiten. „Het brokkelde toen steeds verder af. De chemie was weg. Dat was ook voor mij een moeilijk verhaal geweest. Ik denk wel dat ik eerder met de vuist op tafel had geslagen: wat er allemaal in de kleedkamer gebeurt, dat kan niet. Maar als een ploeg slecht wil, doe je er uiteindelijk niets aan.”
Nu is de homogeniteit één van de pijlers onder de aanstaande titel. Maar verwacht van de aanvoerder van AZ geen padvinderspraat dat de spelers nu elkaar trouw moeten blijven. Ook hierin denkt Schaars niet klein. „Het is te hopen dat we met deze groep kunnen proberen in de Champions League zo hoog mogelijk te komen, om daarna bijvoorbeeld de vleugels uit te slaan. Maar stel dat er nu voor wie dan ook een echte topclub komt, dan moet je dat die jongen wel gunnen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.