Traditioneel sluit het CDA geen enkele wettig gekozen partij uit van coalitiedeelname, verklaren partijleider Jan Peter Balkenende, partijvoorzitter Peter van Heeswijk en vele andere partijgangers in koor. Tot verontrusting van prominente CDA’ers blijft daarmee ook de deur open voor samenwerking met de PVV van Geert Wilders. „Als dit gebeurt, kom ik voor de afweging de fractie te verlaten.”
In de rust van zijn werkkamer, met de deur dicht, wil het CDA-Kamerlid best even speculeren over de verkiezingen die ’pas’ over twee jaar worden gehouden. Ja, het is nog ver weg, een verkiezingsoverwinning van de PVV is nog steeds de vraag, maar afgaande op de peilingen is het inderdaad een mogelijkheid. Wat moet je als traditionele partij van het politieke midden, zeer ervaren in het sluiten van coalities met linkse en rechtse partijen in alle bestuurslagen, dan doen?
„Wij zijn altijd bereid het kruis van de verkiezingsuitslag te dragen”, luidt het bijna religieuze antwoord. Waarmee hij niet wil zeggen dat hij een voorstander van een mogelijke coalitie met de PVV is. Maar de stem van het electoraat moet wel zichtbaar worden gemaakt. Dat kan over links, maar ook over rechts. In 2002 vond het kruis van de verkiezingsuitslag zijn uitdrukking in een coalitie van CDA, VVD en het nauwelijks bestaande LPF, de partij van Pim Fortuyn. „Het land mot toch geregeerd worden”, antwoordde Piet Hein Donner destijds op de vraag waarom zijn CDA in zee ging met de LPF.
De woordvoerder van de CDA-fractie vindt alle speculaties over mogelijke coalities totaal onzinnig. „De verkiezingen zijn pas over twee jaar. Waar hebben we het over? Peilingen? Laten we eerst maar eens de echte uitslag afwachten.”
Dit is het beeld dat het CDA graag naar buiten toe uitdraagt. Geen speculaties over mogelijke coalitiepartners. Partij en fractie spreken met één mond. Zinspelen op samenwerking met de PVV speelt tegenstanders alleen maar in de kaart, zet het CDA klem en leidt bovendien tot onnodige, interne verdeeldheid die de kiezers afschrikt. Het CDA moet een bastion van degelijkheid blijven, een rots in de branding waar kiezers altijd op kunnen vertrouwen. Uiteindelijk kun je met deze opstelling kiezers over de streep trekken die twijfelen tussen CDA of PVV.
Toch is die vraag over een mogelijke coalitie met de PVV niet onzinnig. Deze is door CDA-voorzitter Peter van Heeswijk bovendien zelf op tafel gelegd. Hij zei in De Telegraaf dat een coalitie met de PVV tot de mogelijkheden behoorde, ook al waren de verschillen groot. En die vraag zal ook op tafel blijven liggen, ondervond CDA-Kamerlid Madeleine Van Toorenburg afgelopen woensdag in een debat over de Marokkanenproblematiek. Uitgedaagd door GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi erkende ze een coalitie met de PVV niet uit te sluiten. „Daar denken we tandenknarsend over na.”
De reactie van Van Heeswijk veroorzaakte een zeker schokeffect in de CDA-fractie, ook al omdat Geert Wilders en oud-VVD-leider Hans Wiegel een samenwerking op rechts zeker mogelijk achtten. „Als dit gebeurt, kom ik voor een persoonlijke afweging te staan de fractie te verlaten”, zo reageert een van de 41 CDA-Kamerleden die niet bij naam genoemd wil worden. Er zijn er echter meer binnen de fractie die bezorgd zijn over de peilingen voor de PVV en wat dat zou kunnen betekenen voor het CDA.
Wat bijdraagt aan de speculaties is de ambivalentie van het CDA in het politieke debat als het gaat om onderwerpen als immigratie, integratie, moslims en de islam. De partij wekt de indruk op deze onderwerpen een rechtse koers te varen en tegen de VVD en PVV aan te leunen. In het Kamerdebat bijvoorbeeld over de legerimam Ali Eddaoudi, vond CDA-Kamerlid Raymond Knops met de PVV en VVD dat de geestelijk verzorger ontslagen moest worden vanwege diverse radicale columns die hij in het verleden had geschreven. Knops had geen boodschap aan de bezwaren van de PvdA en SP dat een oproep tot ontslag van een geestelijke een schending was van de scheiding tussen kerk en staat, en haaks stond op de vrijheden van meningsuiting en godsdienst die ook voor een militair gelden.
Hij had in het vorig najaar gepubliceerde rapport ’Integratie op waarde geschat’ van het wetenschappelijk instituut van zijn partij kunnen lezen dat het CDA gepeperde meningen in het publieke debat niet afwijst. „Voor afwijkende meningen is ruimte, zelfs als deze als schokkend en door velen als offensief of storend worden ervaren”, schrijft het wetenschappelijk instituut. Datzelfde instituut bepleit maatregelen die uiteindelijk leiden tot immigratiebeperking uit vooral landen als Turkije en Marokko.
De ambivalentie wordt ook gevoed door bijvoorbeeld een recente uitspraak van Maxime Verhagen, de CDA-minister van buitenlandse zaken, over Geert Wilders. De PVV-leider maakte van Nederland een land van ’wij en zij’. „Dat is niet het land waar ik wil leven”, concludeerde Verhagen. Ook CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel heeft in Kamerdebatten Wilders al diverse keren aangepakt.
„Het CDA spreekt met verschillende monden”, oordeelde PvdA-leider Wouter Bos al in de verkiezingsstrijd van 2006.
De traditionele middenpositie van het CDA in het politieke krachtenveld en de daarbij horende dilemma’s werden ooit pregnant samengevat door oud-CDA-leider en oud-premier Dries van Agt. „We buigen niet naar links, we buigen niet naar rechts”, zei hij in 1977 op een verkiezingsbijeenkomst. Het CDA werkte in de afgelopen decennia samen met de VVD, de PvdA en diverse malen ook met D66, de partij die door oud-leider Van Mierlo juist was opgericht uit weerzin tegen het almachtige CDA. In deze kabinetsperiode is samenwerking tot stand gekomen met de orthodoxe ChristenUnie.
Gevraagd naar zijn uitspraak van toen en hoe hij vanuit dat perspectief naar de PVV kijkt, zegt Dries van Agt, tegenwoordig politicus in ruste: „Gelukkig word ik niet voor de verzoeking geplaatst na te denken over samenwerking met de PVV. Dat is een verwerpelijke partij. We buigen zeker niet naar ultra-rechts.”
Bert de Vries, oud-minister van sociale zaken die destijds het imago had van een typische politicus uit het midden, wijst de PVV eveneens af. „Dat is geen partij voor het CDA. De PVV is voor mij hetzelfde als de Centrumpartij van Janmaat destijds. Daar deden we ook geen zaken mee. De PVV van nu en de Centrumdemocraten van toen staan buiten ons gezichtsveld. Als de partij toch die samenwerking zoekt, dan zullen mensen zoals ik afhaken.”
Dit laatste vreest ook Ayhan Tonca, actief CDA-politicus uit Apeldoorn. „Het is goed mogelijk dat mensen uit onze partij stappen. Gelukkig hoef ik nog niet over die vraag na te denken. De verkiezingen zijn nog ver weg. Hoewel we geen enkele democratisch gekozen partij voor een coalitie uitsluiten, lijkt mij de samenwerking met de PVV ondenkbaar. De verschillen zijn te groot en we hebben ons lesje wel geleerd met de LPF.” De les van 2002 was dat het eerste kabinet-Balkenende na acht maanden viel, omdat LPF’ers elkaar de tent uitvochten.
PvdA-leider Wouter Bos haalde onlangs uit naar het gebrek aan debat in het CDA over zaken als integratie en immigratie. Dit in tegenstelling tot zijn eigen partij, die intern een open discussie voerde over de voor- en nadelen van de immigratiesamenleving. Hij hoopte wellicht zijn coalitiepartner uit de tent te kunnen lokken en kleur te laten bekennen. Bij de PvdA zijn ze niet vergeten hoe het CDA in 2002 Pim Fortuyn met fluwelen handschoenen aanpakte. Maar het bleef opmerkelijk stil in het CDA, op een reactie van partijvoorzitter Van Heeswijk na. Dit voedt het beeld dat de partij zich niet in een politieke richting wil laten duwen – niet naar links, maar ook niet naar rechts. De partij wil alle mogelijkheden openhouden.
Maar niet tot ieders tevredenheid. CDA’er Hans van den Broek, in de jaren tachtig minister van buitenlandse zaken, vindt dat Geert Wilders door het CDA ’fundamenteler’ moet worden aangepakt; kritischer. „Dan hoef je ook niet na te denken over de vraag of je later met hem in een coalitie moet stappen. Ik mis het inhoudelijk debat met Wilders. Dat gebeurt nu veel te weinig. Waar het mij om gaat is inhoud, inhoud, inhoud en inhoud.”
Arie Oostlander, in de jaren tachtig directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA en oud-Europarlementariër, is het niet eens met de kritiek van Bos. „De partij is al decennia intensief betrokken bij de integratiekwestie. Moslims kunnen vanaf de oprichting van het CDA lid worden. Vorig jaar bracht het wetenschappelijk instituut nog een dik rapport uit over integratie, immigratie en islam. Ik ben zelf nog betrokken geweest bij een werkgroep die vorig jaar een Engelstalig rapport uitbracht, ’Building Bridges’.”
Maar vergeleken met de PvdA is het toch opvallend hoe weinig in de partij zelf wordt gediscussieerd over het rapport ’Integratie op waarde geschat’ van het wetenschappelijk instituut. Oostlander vindt het geen punt. „Het rapport zal ongetwijfeld betrokken worden bij het schrijven van het volgende verkiezingsprogramma.” De fractie nam bovendien diverse aanbevelingen over.
Het CDA zal altijd zijn bestuursverantwoordelijkheid nemen, zo bewees de partij telkenmale, omdat het land nu eenmaal geregeerd moet worden. Toch zal deze in het CDA diep beleefde verantwoordelijkheid geen brug kunnen slaan naar de PVV, denkt Oostlander: „Wilders wil de vrijheid van godsdienst, de positie van minderheden in ons land, de rechtsstaat en de vrijheid van onderwijs aantasten. Dat zijn voor ons ontzaggelijk zwaarwegende principiële punten. We verschillende fundamenteel over samenwerking in Europa, dat onder andere door de christen-democratie tot stand is gekomen. Een coalitie met de PVV is vanuit die principes onmogelijk, onvoorstelbaar en onacceptabel. Wij hebben altijd wel met de VVD en PvdA kunnen samenwerken, omdat ondanks verschillende uitgangspunten die principes nooit werden aangetast. Dat zijn fatsoenlijke, propere partijen.”
Bert de Vries en Arie Oostlander kunnen de vorming van de coalitie met de LPF in 2002 wel verklaren. Oostlander: „Pim Fortuyn had een breed programma dat veel aanknopingspunten bood. Fortuyn was niet zo onredelijk als Wilders. Bovendien leende de partij ministers van andere partijen. Dat scheelde ook.” Bert de Vries: „Links had – vooral de PvdA – in 2002 veel zetels verloren. Er was op dat moment geen reëel alternatief voor de LPF.”
Beide oud-politici zien over twee jaar wel alternatieven opdoemen voor het CDA. Voortzetting van de huidige coalitie, of centrum-linkse samenwerking, waarbij zelfs de SP niet uitgesloten moet worden. De Vries: „Aan de SP zou ik me minder storen. Het is een goed georganiseerde partij, misschien niet helemaal democratisch, maar uiteindelijk moet je ook weer niet al te kieskeurig zijn. Bij een hoge score van de PVV is samenwerking tussen CDA en SP voor mij niet ondenkbeeldig.” Oostlander: „De SP is veel constructiever dan de PVV. Die samenwerking, als dat nodig zou zijn, zie ik veel eerder ontstaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.