*

 

Deze routes zijn niet voor doetjes

Ellis Ellenbroek − 18/04/09, 00:00

De Drentse Knapzakroutes worden vernieuwd: langer, mooier en nog meer dan nu over ongebaande paden.

Een halfdode hommel wordt opgepakt en in de struiken gelegd; een buizerd die over het hoge gras scheert uitgebreid bewonderd. Wandelen met Roelof Huisman is vaak halt houden. Voor een dier, een plant, een beekje met helder water met afgevallen blad erin. „Kijk toch hoe het daar ligt, het is maar gewoon blad, maar die vorm, de helderheid van het water.” Huisman citeert zijn wandelmaat Theo Brugman: „Theo zegt het ook altijd: het mooiste van wandelen is stilstaan.”

Roelof Huisman en Theo Brugman zijn vrijwilligers bij de vereniging Brede Overleggroep Kleine Drentse Dorpen (BOKD) en belast met een klus van formaat. Zij maken nieuwe versies van alle Knapzakroutes, zo’n zestig stuks.

In 1985 verscheen het eerste Knapzakboekje. Ruim twintig jaar later is de serie dermate verouderd dat BOKD met het Drentse Landschap de boekjes in een nieuw jasje steken. De provincie Drenthe geeft een subsidie van liefst 230.000 euro, want die profileert zich graag als wandelprovincie.

„En dan lopen we straks lekker met de snuit in de zon”, verkneukelt Huisman zich aan het begin van een wandeling door de bossen bij Hooghalen. Onderweg vertelt de gepensioneerde fraude-expert wat er allemaal komt kijken bij het maken van de nieuwe routeboekjes. Een route per maand pakken hij en zijn wandelgenoot bij de kop. „Dat wij dit mogen doen, vinden we geweldig.”

Thuis zet Huisman de oude route in de computer. Eerst controleert hij de afstand. „Soms is de tocht wat te kort. Een beetje route moet tussen de tien en twintig kilometer zijn.” Huisman trekt de route een paar kilometer door en maakt er lussen in, zodat mensen er ook een deel van kunnen wandelen. Als het kan, maakt Huisman de route zo dat die eenvoudig aan een tweede Knapzakroute te knopen is, voor wandelaars die een dag niet genoeg vinden.

Met de verlengde conceptroute gaan Huisman en Brugman, een voormalig schoolrector, op pad. Ze halen de fouten uit de oude beschrijving, want die zitten er geheid in, bijvoorbeeld door ruilverkaveling. Hun missie is echter vooral: „De route mooier maken.” De heren spotten onderweg opvallende zaken die genoemd moeten worden in het nieuwe boekje. Vandaag passeren we een vreemd bouwval. Huisman: „Dat hoort hier niet in het veen. Van zoiets zoek ik dan uit wat het is.” Standaard wordt in elk Knapzakboekje-nieuwe-stijl ook een boom beschreven die onderweg veel voorkomt.

Knapzakgangers treffen geen gekleurde houten paaltjes die de weg markeren. Zij moeten zich redden met het tekstboekje. Elke loper kan dat, denkt Huisman. „Verdwalen doe je niet zo makkelijk en je hebt altijd nog de stand van de zon.”

Deze middag stuiten we op een wel erg drassig karrenspoor. We nemen een parallel parcours door het bos. Typisch Knapzak, zegt Huisman die zoveel mogelijk verharde wegen verwijdert uit de oude versies. „Lopen over ongeplaveide wegen en buiten de gebaande paden is toch het mooist.”

Maar weer niet te dicht langs sloten. De schouwpaden langs de sloten, die het Waterschap gebruikt voor het onderhoud aan de waterwegen, worden zoveel mogelijk gemeden. „Ze worden nog maar af en toe gemaaid. In een korte broek door zeventig centimeter hoge brandnetels is geen pretje.”

Culturele en historische wetenswaardigheden over het gebied worden geleverd door de plaatselijke dorpsverenigingen. Huisman is net op pad geweest met de voorzitter van de dorpsvereniging Langelo. Samen hebben ze rondgefietst, langs onder meer de onderaardse gasopslag. In de nieuwe boekjes staat telkens een uitgebreid interview met een oude dorpsbewoner.

Huisman vindt het jammer dat dat tot nu toe altijd mannen zijn. „Wij hopen nog steeds op de eerste vrouw. Een vroedvrouw uit de buurt moet fantastische verhalen hebben.”

Op de vernieuwde Knapzaksite kunnen wandelaars foto’s en ervaringen achterlaten en suggesties doen. De vraag is of die klakkeloos worden opgevolgd. Wandelaars die al eens vroegen om de bankjes in te tekenen, kregen niet hun zin. Huisman: „Laat mensen maar een zitlap meenemen. Die kun je in elke buitensportwinkel kopen. Op een pol heide zitten is toch veel leuker dan op een bankje. Als iedereen op hetzelfde punt gaat zitten, krijgen we weer geklaag over prullenbakken die vol zijn.”

Ooit was er een wandelaar die vroeg om een bruggetje op een plek waar zijn vrouw van een paar stapstenen in het water was gegleden. Het bruggetje kwam er.

Een beetje tot Huismans spijt. Knapzak is avontuur, niet te veel voorgekauwd krijgen. Een wandelproduct voor een bepaald publiek, geeft hij toe. „Rugzak op, wandelschoenen aan, eten mee en we zien wel. Dat is ons publiek. Mensen die na vijf kilometer willen kunnen koffiedrinken zijn andere types.”

mailIcon print |