In het Belgische Mons is een uitgebreide tentoonstelling te zien van de ietwat vergeten graffitigrootheid Keith Haring.
Even leek het of de graffitikunstenaar Keith Haring vergeten was. Het was ingewikkeld om zelfs maar antiquarisch een boek met zijn werk te kopen. Op de website van de Keith Haring Foundation staan ook heus bij de afgelopen jaren wel wat tentoonstellingen gemeld. Maar het zijn steeds heel kleintjes, met hooguit een paar werken.
In het Belgische Bergen (Mons) is nu zomaar een zeer uitgebreide tentoonstelling van zijn werk te zien. Op twee locaties in de stad zijn in totaal meer dan 150 werken te zien. In het Museum voor Schone Kunsten een groot aantal van de schilderijen, tekeningen en sculpturen die hij in zijn studio in New York maakte. En op loopafstand van dat museum, in de hal van het voormalige slachthuis, zijn ’straatwerk’, waardoor hij in de jaren tachtig bij het grote publiek bekend en geliefd werd.
Hier zijn ook foto’s en video’s te zien van hoe Haring in de New Yorkse metro in een mum van tijd met krijt de zwarte vlakken vulde van de onverkochte ruimtes voor affiches. Die lege zwarte vlakken deden zijn handen jeuken als hij met de metro van zijn huis naar de kunstacademie ging. Hij maakte wel veertig van die tekeningen per dag. Kunst moest je niet weghangen in musea, maar delen met een zo groot mogelijk publiek. Voor hem was het in het openbaar creëren van een kunstwerk onderdeel van het werk. Zo heeft hij er en passant voor gezorgd dat veel mensen minder negatief naar graffiti gingen kijken. Maar al was hij tien keer Keith Haring, het bleef illegaal wat hij deed in de New Yorkse metro. Hoewel hij razendsnel werkte, werd hij toch geregeld aangehouden.
Zijn populariteit nam door deze ’performances’ wereldwijd enorm toe. Zozeer dat zijn affiches uit de metro werden losgeweekt, en een aantal nu in het voormalig abattoir in Bergen hangt. Maar dat mensen die tekeningen voor zichzelf wilden hebben, was niet Harings bedoeling. Hij wilde de tekeningen juist aan iedereen laten zien. Uit frustratie stopte hij in 1985 met tekenen in de metro. Maar hij ging met evenveel energie door met ander werk en gaf, ondanks dat zijn werk inmiddels veel waard bleek, net zo gemakkelijk aan jan en alleman tekeningen weg.
In de hal van het voormalig abattoir van Bergen is ook het topstuk van de tentoonstelling te zien. 24 beschilderde metalen platen, elk 2,6 bij 1,4 meter. Aaneengelegd vormen de platen samen één enorm schilderij met een totale lengte van 70 meter. Het is nooit eerder in zijn geheel vertoond. Haring schilderde het in 1984 op een werf in New York, waar ook anderen later hun tag op het werk hebben gezet. ’Angel en Lisa, 1985’, zullen wel raar opkijken dat ook hun aantekening met stift nu in een museum hangt.
Keith Haring was eigenlijk vanaf het begin beroemd. Hij werd in 1958 geboren, ging in 1978 naar de kunstacademie, maakte in 1980 zijn eerste schildering in de metro en was in 1982 al met werk te zien op de Documenta-tentoonstelling in het Duitse Kassel plus met een eigen tentoonstelling in een galerie in New York.
Een jaar later werd hij door de directeur van het Schneider Children’s Hospital in New York gevraagd om kunstwerken voor het ziekenhuis te maken. Harings vrolijke, heldere lijnen spreken kinderen aan en vrolijken hen op, dacht de directeur. En Haring werkte er graag aan mee en maakte het (nog steeds gebruikte) logo en wel veertig kunstwerken voor het ziekenhuis.
Haring was gek op kinderen en wist dat zijn werk juist hen enorm aansprak. Zijn snelle precieze lijnen lijken ook wel wat op de viltstifttekeningen van kinderen. In 1983 beschilderde hij een spijlenwiegje in vrolijk geel en rood, met dansende beren en krokodillen. Het is te zien op die ander locatie van de tentoonstelling, het Museum voor Schone Kunsten, waarheen – niet toevallig – nogal wat ouders hun ongeveer tienjarige kinderen blijken mee te nemen. Hier zijn ook zijn grote doeken te zien, gemaakt van acrylverf op zeildoek of op vinyl. De conservatoren hebben een goed oog gehad voor de mooie doorkijkjes in dit museum en hebben de kleurige doeken zo opgehangen dat ze zowel van dichtbij als van veraf goed te bekijken zijn. Hier is ook goed te zien dat Haring er niet om maalde als de verf van zijn strakke lijnen uitliep.
Uit respect voor kinderen had Haring in de New Yorkse metro nooit tekeningen gemaakt met griezelige monsters of seksuele verwijzingen. Thema’s waar hij voor het overige wel raad mee wist, en die dan ook ruimschoots aan bod komen in de schilderijen en tekeningen in het Schone Kunstenmuseum.
Hier is te zien dat, hoe origineel ook in zijn uitwerking, Haring een duidelijk product is van zijn tijd. Studerend in de deprimerende jaren tachtig, toen de bom elk moment kon vallen en de studenten in New York volop experimenteerden met drugs, gaat het thema van een kernramp als een rode draad door zijn werk. Dat geldt ook voor de psychedelische monsters en de verwijzingen naar (homo)seks. Als Haring in 1988 hoort dat hij met het aidsvirus is besmet, weet hij dat hij niet lang meer te leven heeft. Hij roept een naar hemzelf genoemd fonds in het leven voor projecten rond aidsbestrijding en voor hulp aan kinderen.
Alsof hij niet al energiek genoeg is, werkt hij als een razende door. In de speciaal voor de tentoonstelling uitgebrachte catalogus (Frans/Engels), met essays van tijdgenoten en een overzicht van tentoongestelde en andere werken, is te zien hoe productief Haring was. Hij heeft als kunstenaar precies de hele jaren tachtig mogen meemaken. Hij stierf in februari 1990, 31 jaar oud.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.