*

 

Leraren werken niet te veel

Hanne Obbink − 10/04/09, 15:19

De hoge werkdruk in het onderwijs wordt mede veroorzaakt door de lange vakanties, blijkt uit onderzoek. Maar die vakanties zijn juist nodig vanwege de werkdruk, reageren leraren. Een cirkelredenering.

De gemiddelde leraar in het voortgezet onderwijs besteedt 38 procent van zijn tijd aan lesgeven, meldde het ANP deze week op gezag van onderzoeksbureau Regioplan. Behalve aan hun lessen besteden zij tijd aan zaken die rechtstreeks met die lessen te maken hebben (20 procent) en aan vergaderingen, administratie, leerlingenbegeleiding, cursussen enzovoorts (alles bij elkaar 42 procent). Is dat opmerkelijk nieuws?

Dat valt wel mee. Het is weliswaar iets minder dan een jaar of acht geleden, maar het wijkt niet enorm af van de geldende normen: een fulltime leraar hoort 1659 uur per jaar te werken en daarvan geeft hij 726 uur les – oftewel 44 procent van zijn werktijd.

Niets aan de hand? Dat ook weer niet, ook al omdat achter die cijfers toch problemen schuilgaan. Veel schooldirecteuren en ook leraren zelf hebben weinig zicht op de tijd die opgaat aan taken buiten de les, vermoeden de onderzoekers. Het komt nogal eens voor dat ze meer tijd besteden aan bijvoorbeeld het begeleiden van leerlingen dan er officieel voor staat. Dat gaat uiteraard ten koste van andere zaken, en het lijkt erop dat vooral bijscholing erbij inschiet.

Er valt nog iets anders op in het rapport van Regioplan: de cijfers over de werkdruk. Net als uit eerder onderzoek blijkt ook nu dat fulltime leraren niét meer uren maken dan waarvoor ze zijn aangesteld – en parttime leraren slechts 3 procent meer. Hoe komt het dan dat leraren zelf dat vaak heel anders ervaren?

De onderzoekers zien één belangrijke oorzaak: de schoolvakanties. Doordat leraren veel vakantie hebben, moeten ze de 1659 uur die hun werktijd beslaat in een beperkt aantal weken proppen. Dat leidt tot werkweken van gemiddeld 43 uur, en in drukke maanden loopt dat aantal uren nog verder op.

Met die vaststelling raakt Regioplan het grootste taboe onder leraren. Het is nog maar een paar weken geleden dat leraren internetfora overspoelden met boze reacties op het voorstel van staatssecretaris Van Bijsterveldt om de zomervakantie in het voortgezet onderwijs een week in te korten.

De staatssecretaris deed dat voorstel vooral om scholen in staat te stellen hun leerlingen het vereiste minimum van 1000 uren les per jaar te bieden. Maar een bijkomend argument was de werkdruk. Die week minder vakantie kan over het jaar verspreid worden in de vorm van lesvrije dagen en daardoor wordt ook de werkdruk beter gespreid. Regioplan laat zien dat dat geen onzin is: het klopt dat de hoge werkdruk mede veroorzaakt wordt door het grote aantal vakantieweken.

De woede van leraren is deels begrijpelijk: één weekje minder vakantie helpt te weinig, en er zijn andere oorzaken van de werkdruk (grote klassen, bijvoorbeeld), die óók aangepakt moeten worden. Maar veel leraren roepen ook: wij hebben die vakanties juist nodig omdat onze werkdruk zo hoog is. En dat leidt tot een cirkelredenering. De vakanties maken de werkdruk hoog, de hoge werkdruk maakt die vakanties noodzakelijk, die vakanties leiden tot hoge werkdruk enzovoorts.

mailIcon print |