Kaapverdië, een eilandenstaat voor de kust van Afrika, maakt een opmerkelijke economische ontwikkeling door. Dankzij gedegen bestuur.
De weg is nog niet af, maar aan het eind van wat straks een asfaltroute wordt, staat een imposant dorp. In pasteltinten uitgevoerd is het Sambala tourist resort een icoon van de ontwikkeling van Kaapverdië. Niet alleen omdat het er staat, maar omdat het grootste deel van de appartementen daadwerkelijk verkocht is. De eigenaars en hun huurders zijn sinds kort van harte welkom om de economie van Kaapverdië verder aan te zwengelen.
Toerisme is de voornaamste motor van de groei die het land doormaakt. Het inkomen per hoofd van de bevolking is ruim 2800 euro. Geen vetpot, maar wel genoeg om tot de middenklasse van de wereld te worden gerekend. Dat was moeilijk voorstelbaar toen deze droge rotsen in de oceaan in 1975 onafhankelijk werden van Portugal. Behalve rijke viswateren heeft het land geen grondstoffen. Sterker nog, vrijwel alles moet worden geïmporteerd.
Hoe is dit land dan een van de rijkste van Afrika geworden? „Goed beleid”, zegt Manuela Francisco, de econoom die zich voor de Wereldbank met Kaapverdië bezighoudt. „De instituties werken en de bevolking vertrouwt ze.” Mede daardoor kan Kaapverdië bogen op tradities die zeldzaam zijn in de regio: politieke stabiliteit, een meerpartijensysteem en respect voor de verkiezingsuitslag. Voeg daarbij een verantwoord macro-economisch beleid met een geloofwaardige wisselkoers, en het verklaart de interesse van buitenlandse investeerders.
Manager Ben Podesta van het Sambala resort ziet de toekomst rooskleurig in. „Een perfect klimaat, met stranden, bergen en cultuur op zes uur vliegen van Europa. Dit valt niet te kloppen”, zegt hij met de zelfverzekerdheid van een makelaar. Maar wat hem opvalt is het gemak waarmee hij zaken kan doen. „Zowel de overheid als de bevolking zetten zich in voor het slagen van Sambala. Ze pakken de kans om hun levensomstandigheden te verbeteren.”
Juist de kleinschaligheid van Kaapverdië is een voordeel. De communicatielijnen zijn kort en er is relatief weinig bureaucratie. Voor de bijna half miljoen Kaapverdiërs maken een paar duizend rijke toeristen al gauw een flink verschil. Winkeliers in de buurt van toeristencentra doen goede zaken. Even buiten het Sambala resort runt dona Emma haar winkeltje. Er staat een geit in de voortuin en binnen heeft ze haar geheime wapen: een koelkast vol koud bier. Voor haar zijn de langsrijdende toeristen een welkome uitbreiding van de klantenkring.
Het toeristengeld vindt ook zijn weg naar derden. De hoofdstad Praia vertoont duidelijk tekenen van een economie in ontwikkeling: veel hijskranen en nieuwe auto’s. Op de terrasjes is het druk en lang niet alleen met toeristen.
Een ander teken van succes is dat Nederland zijn ontwikkelingssamenwerking met Kaapverdië afbouwt, juist omdat het land zo snel vooruitgaat. Hulp moet de komende jaren worden vervangen door meer economische samenwerking.
Toch blijft de economie van het ministaatje kwetsbaar. Toerisme is een grillige handel om afhankelijk van te zijn, zeker als het Westen in een recessie terechtkomt. „Maar er zijn kansen”, zegt econoom Francisco. Ze wijst op plannen om de overslaghavens op de strategisch gelegen eilanden te ontwikkelen en om van Kaapverdië een internationaal financieel centrum te maken. „Er komen nu ook buitenlandse investeringen in andere sectoren dan toerisme. Strategisch is dat erg belangrijk.”
De Wereldbank is niet bang dat Kaapverdië zal instorten door de wereldwijde financiële crisis, al zullen toerisme en investeringen een klap krijgen. Juist het goede economische beleid van de laatste jaren heeft het land een buffer bezorgd, zegt Francisco. „Ze hebben de fiscale ruimte en monetaire reserves om deze schok op te vangen.” Als ook dat lukt, zal het de status van Kaapverdië als voorbeeldland enkel doen stijgen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.