Subsidies voor duurzame energie zijn snel op. Voor grote zonnepanelen zelfs binnen één dag. Demotiverend, zegt de branche. Onvermijdelijk, zegt de minister. Vier vragen en antwoorden.
Waarom zijn de subsidies zo snel op?
Het beschikbare subsidiebedrag is beperkt. Voor zonne-energie is bijvoorbeeld 88 miljoen euro uitgetrokken. Als dat geld op is, moeten aanvragers een jaar wachten op de nieuwe subsidieronde. Vorig jaar was er binnen een paar weken geen subsidie meer beschikbaar. De verwachting was daarom dat veel aanvragers, uit angst weer achter het net te vissen, op dag één hun papieren zouden indienen. En inderdaad. Subsidie voor grote zonnepanelen was binnen een dag op, voor biomassa binnen twee dagen. Ook bij windenergie en andere vormen van duurzame energie gaat het hard. De vraag is bijna standaard groter dan het aanbod. Als de angst om subsidie mis te lopen kleiner was, zouden aanvragen waarschijnlijk verspreid over een langere periode worden ingediend.
Het is toch juist goed als de subsidie volledig wordt gebruikt?
Dat klopt, maar dit subsidiebeleid is er een van hollen en stilstaan, zeggen critici. De sector krijgt bij elke nieuwe subsidieronde een korte impuls en valt weer stil omdat de pot leeg is. De betrekkelijk nieuwe industrie kan zich zo niet ontwikkelen, waardoor de overschakeling naar duurzame energieopwekking ernstig wordt belemmerd. Ook krijgen consumenten het idee dat de overheid het hen moeilijk maakt om zelf iets voor het milieu te doen.
De grote wens van de duurzame energiesector is een ’open einde regeling’, waarbij subsidie zonder limiet beschikbaar is. Het zou de enige manier zijn om een substantieel aandeel van de energie op duurzame wijze op te laten wekken. In Duitsland, modelvoorbeeld op het gebied van duurzame energie, is die regeling er al. Het zorgt alleen al bij zonnepanelen voor vele honderden megawatt groei per jaar.
Waarom laat het ministerie dat subsidieplafond niet los?
Juist vanwege een explosieve groei zoals in Duitsland kiest Economische Zaken niet voor de open einde regeling. Het is budgettair onbeheersbaar omdat het subsidiebedrag in theorie oneindig kan blijven groeien. Dat geld moet ergens vandaan komen. Nu wordt duurzame energiesubsidie uit belastingcenten betaald. In de toekomst moet dat geld uit een toeslag op de elektriciteitsrekening komen. Het is een lastenverzwaring van honderden euro’s per jaar, waar Economische Zaken pertinent tegen is. De duurzame sector schat de toeslag echter op maximaal een paar euro per maand.
Moet de duurzame energiesector niet gewoon blij zijn met de beschikbare subsidie?
Slechts 600 van de 8000 mensen die subsidie voor zonne-energie kregen toegezegd, maken daar gebruik van. Dat komt door ’overinschrijving’: woningbouwmaatschappijen vragen bijvoorbeeld subsidie aan voor duizend nog te bouwen woningen, waarvan er misschien maar drie daadwerkelijk zonnepanelen op het dak krijgen. Een groot deel van de subsidie blijft zo onbenut, en er is dus niets om blij over te zijn stelt de duurzame energiesector. Een open einde regeling of een financiële drempel om subsidie te kunnen reserveren kan die overinschrijving voorkomen.
SenterNovem, het instituut dat de subsidie voor de overheid toekent en uitkeert, wil dat relativeren. 900 aanvragers uit 2008 hebben wel panelen geïnstalleerd maar werken zich nog door het laatste papierwerk heen. 5000 anderen plaatsen de zonnepanelen in 2009. Na achttien maanden vervalt de aanvraag en gaat het geld terug naar de subsidiepot.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.