*

 

Bijtanken tussen papyrus en jakhals

Inez Polak − 10/04/09, 00:00

Jaarlijks vliegen er zo’n 500 miljoen vogels over de Israëlische Choelavlakte. Het moerasgebied is een ideale pleisterplaats aan de trekvogelsnelweg tussen het noorden en Afrika. En een droom voor vogelaars, die er de kraanvogels uit Egypte zien komen aanzeilen.

  • De Choelavlakte: eerst moeras, toen landbouwgrond maar dat gaf gedonder; nu toch maar weer moeras. (Inez Polak, Trouw)
  • (Trouw)
  • (\N)
  • (Trouw)

Eerst is er het geluid. Dan zijn hoog in de lucht de eerste stippen te onderscheiden. In een haast ordentelijke V, vliegen ze aan om boven onze hoofden te stoppen, de formatie breekt op, het lijkt wel of ze in vergadering zijn, overleggen: wordt dit ons logies of trekken we door?

„Het is nog vroeg”, menen de vogelaars op de grond, turend door hun kijkers, de halzen gerekt. „Misschien besluiten ze nog wat door te vliegen, het is nog twee uur voor het donker wordt.” Na enkele minuten en een paar steeds kleinere rondjes zetten de kraanvogels de daling in. Het ’hotel’ is goedgekeurd, de maaltijden staan bekend als vijfsterren, met graan, pinda’s en kekererwten – dezelfde erwten waar de plaatselijke bevolking ook zo dol op is, alleen dan gekookt, fijngestampt en met een beetje olijfolie.

Van verre, nabij de uitlopers van de Golanhoogvlakte, vlakbij het punt waar Syrië, Jordanië en Israël elkaar ontmoeten, steekt een nieuwe groep logés de grens over, de militaire verkenningsposten en lokale ruzies negerend. „Pelikanen?”, klinkt het vragend. „Nee”, is even later de consensus. „Het zijn ook kraanvogels.”

Jaarlijks vliegen hier over de Choelavlakte (Hula Valley) zo’n 500 miljoen vogels over, op weg naar hun winterverblijf in Afrika, of terug van hun overwintering naar de noordelijke broedgebieden: ooievaars en zangvogels, roofvogels en eenden, reigers en flamingo’s en de kraanvogels. De vogeltrek verbindt als een lange draad maar liefst 22 landen met elkaar. De afgelopen zes jaar hebben de vogelaars in dit gebied van nog geen 180 vierkante kilometer meer dan 360 soorten geteld.

De vallei maakt deel uit van de grote Syrisch-Afrikaanse slenk, die van Oost-Afrika tot het zuiden van Turkije loopt. De slenk is een perfect herkenningspunt op de lange route. De warme luchtstromen die opstijgen boven de, aan beide zijden door deels steile kliffen begrensde, vallei zijn ideaal om te zweven, een snelweg voor vogels die de zee mijden.

„De netgearriveerde bezoekers hebben vandaag waarschijnlijk al 500 kilometer afgelegd en komen uit Egypte”, vertelt Zev Labinger, vogelkenner van de Israëlische natuurbescherming. „Dankzij de thermiek kunnen sommige soorten de enorme afstanden geheel zwevend afleggen, andere moeten er enige lichamelijke inspanning voor verrichten. De kraanvogels zitten er vanwege hun gewicht tussenin; deels zweven zij, deels moeten ze ’bijvliegen’.”

Jaarlijks strijken hier zo’n 25.000 van de overtrekkende 75.000 kraanvogels neer. De meeste zijn er maar heel kort, maar sommige onvolwassen vogels hebben de Choela al tot hun hoofdverblijf gemaakt en trekken voorlopig niet verder. Jonge vogels vliegen de eerste jaren vanuit het overwinteringsgebied vaak niet helemaal terug richting geboortegrond.

Zestig jaar geleden was de Choela nog een groot moeras, met een rijke flora en fauna, inclusief muskieten en malaria. De basaltheuvels vormden de zuidelijk grens van de vallei en hinderden het water zuidwaarts te stromen naar het meer van Galilea. Voor Israël vormden de moerassen een zionistische uitdaging: er werd een grootscheeps plan bedacht, en uitgevoerd, om het land droog te leggen en beschikbaar te stellen aan de omliggende landbouwnederzettingen.

Dertig jaar later werd duidelijk dat deze ingreep het ecosysteem had aangetast. Omri Bonneh van het Joods Nationaal Fonds: „Ontdaan van zijn natuurlijke begroeiing, werd de bodem weggeblazen door de sterke winden in de vallei. De turf van het drooggelegde moeras veroorzaakte ondergrondse branden die moeilijk te doven waren. Maar het kwalijkst was het water, dat met al zijn landbouwchemicaliën nu wel naar het meer van Galilea vloeide en Israëls belangrijkste waterreservoir dreigde te vergiftigen.”

Dus kwam er een nieuw project, dit keer om het moeras in ere te herstellen. De Choela moest veranderen in een natuurreservaat, een toeristische en ecologische trekpleister, mede door de creatie van een kunstmatig meer. Bonneh: „Aan de oevers werden, opnieuw, riet en papyrus geplant; dit is het noordelijkste puntje op aarde waar papyrus groeit. Op het land keerden de roofdieren terug, jakhalzen, wilde katten.”

Het nieuws verspreidde zich ook in de lucht. „Het aantal vogels dat hier met name in de trektijd op krachten komt, neemt met het jaar toe. De kraanvogels brengen de nacht door in het ondiepe water, waar ze het veiligst zijn voor de roofdieren.”

In de zaaitijd lopen de spanningen op. In principe bestaat er een akkoord tussen de organisaties die het reservaat beheren en de boeren uit de omgeving. In de wintermaanden wordt dagelijks drie ton graan verspreid in een gebied dat speciaal voor de vogels is bestemd, tweehonderd ton elke winter. Maar de vogels pikken ook wel eens een zaadje mee uit de omliggende terreinen. ’Het restaurant is gesloten’, verklaarden kwade boeren deze winter. Ze probeerden de vogels met veel lawaai, inclusief explosieven, te verjagen en bezetten de toegang tot het reservaat. Na enig heen en weer geschreeuw is de zaak gesust – waarschijnlijk tot het volgende seizoen.

Jaarlijks bezoeken ook zo’n kwart miljoen toeristen het gebied. De Choelavallei dient tegelijkertijd als centrum voor de studie van de vogels en vogeltrek. Nieuw is dat niet. In bijbelse tijden observeerde de profeet Jeremia al dat ’zelfs de ooievaar aan de hemel zijn vaste tijden kent en tortelduif en zwaluw nemen de tijd van hun komst in acht’ (Jeremia 8,7). Hij wilde maar zeggen dat die vogels weten hoe het hoort, terwijl de mensen er een troep van maken.

Ook dat is niet nieuw.

mailIcon print |