Weinig jonge Chinezen weten het fijne over de massale protesten van hun leeftijdgenoten van twintig jaar geleden. Bovendien hebben de meesten wel iets anders aan hun hoofd dan idealisme.
„Waarom zijn buitenlanders toch altijd zo geïnteresseerd in Tiananmen?” De jonge studente journalistiek vraagt het meer geïrriteerd dan nieuwsgierig. „Ik praat er weleens over met mijn kamergenoten op de universiteit, en wij zouden nooit op die manier demonstreren”, stelt ze. „Daar zijn we te pragmatisch voor.”
Ze zegt het met een trotse ondertoon, alsof ze eigenlijk een beetje neerkijkt op het naïeve idealisme van de generatie van haar ouders. Toch wil ze niet met haar naam in de krant, want de gebeurtenissen twintig jaar geleden op het Tiananmenplein – het Plein van de Hemelse Vrede – zijn nog altijd taboe, en daar is ze zich maar al te goed van bewust. De internetsites over de studentendemonstraties van 1989 zijn geblokkeerd, de buitenlandse televisiezenders gaan op zwart als het onderwerp ter sprake komt, en buitenlandse kranten en tijdschriften die erover berichten, komen niet of incompleet in Peking aan.
Studenten aan de Pekingse universiteiten hebben, net als in enkele andere plaatsen in China, te horen gekregen dat ze geen interviews mogen geven aan buitenlandse journalisten tot ná 4 juni; de dag waarop werd herdacht dat twintig jaar geleden honderden, of zelfs duizenden betogers om het leven kwamen. De (daarom anonieme) studente journalistiek is kritisch en zou graag meer persvrijheid zien in China. Maar het vinden van werk na haar afstuderen, is van dringender orde. Als enig kind draagt ze immers de volle verantwoordelijkheid om straks voor haar ouders en de nog levende grootouders te zorgen.
Dat is één van de verklaringen voor de vaak gehoorde klacht dat de huidige generatie jongeren zo pragmatisch en apolitiek is. Daarnaast hebben ze volgens schrijfster Zhang Lijia gewoon veel minder reden tot ontevredenheid. Zhang was één van de organisatoren van de arbeidersdemonstraties in de stad Nanjing in 1989. „Vergeleken met de jaren tachtig hebben mensen in het huidige China veel persoonlijke vrijheid”, zegt Zhang. „Maar toch is er nog altijd een kooi. Voor veel mensen voelt die kooi zo groot, dat ze de tralies niet voelen. Maar die zijn er wel.”
Zouden de studenten in 1989 genoegen hebben genomen met een grotere kooi? Eén van de belangrijkste studentenleiders, Wu’er Kaixi, verwoordde destijds hetgeen waar de studenten om streden, als volgt: „We willen Nike schoenen, en veel vrije tijd zodat we onze vriendinnen mee kunnen nemen naar de disco. En de vrijheid om met iemand te discussiëren over wat dan ook.”
Dat beschrijft vrij nauwkeurig hoe de huidige studenten ervoor staan, al hebben ze de keuze uit nog veel meer sportmerken, en zijn er meer trendy nachtclubs en hippe gelegenheden dan Wu’er Kaixi twintig jaar geleden ooit had kunnen dromen.
„De studenten van nu vinden dat China de groei aan de huidige communistische leiders te danken heeft, en verwachten dat de bloei doorzet”, zegt Jasper Becker, een veteraan onder de China-correspondenten, die in 1989 de studentendemonstratie versloeg. „Maar je moet ook bedenken dat de overheid er alles aan heeft gedaan om de discussie en zelfs de herinnering aan de studentendemonstraties van ’89 te onderdrukken. Er werken allerlei spionnen en informanten op de universiteiten, en bij het geringste teken van kritiek op internet of het organiseren van politieke activiteiten grijpen die in.”
Blijkbaar is de Chinese overheid er niet gerust op dat merkschoenen en disco’s genoeg zijn voor de intellectuelen en studenten. En om er rond deze gevoelige verjaardag zeker van te zijn dat de studenten op hun campus blijven, waren er over heel China gisteren tentamens ingeroosterd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.