*

 

Hezbollah: staat in de staat?

Iris Ludeker − 05/06/09, 00:00

Hezbollah, de sjiitische politieke partij en paramilitaire organisatie, kan met zijn coalitiegenoten dit weekeinde de verkiezingen in Libanon winnen. Dat is voor sommige inwoners een schrikbeeld– zij vrezen de beweging als vijfde colonne van Iran. Of is Hezbollah een ’gewone’ Libanese partij geworden?

  • Hezbollah-aanhangers in Beiroet zwaaien met vlaggen terwijl ze naar een toespraak van leider Hassan Nasrallah op de televisie luisteren. (FOTO AFP)
  • (Trouw)

Er lopen geen verkeersagenten rond in Zuid-Beiroet. In plaats daarvan proberen mannen in zwarte legerbroeken, met korte baarden en geel-groene banden in hun haar, de auto’s door de te nauwe straten van de verarmde voorstad te dirigeren. Ze zijn niet in dienst van de centrale overheid van Libanon, maar van de sjiitische organisatie Hezbollah.

Zuid-Beiroet is het bolwerk van Hezbollah, in het Westen vooral bekend als terreurorganisatie, in Libanon ook als verzetsbeweging tegen Israël en als politieke partij die meedoet aan verkiezingen. Aan alle lantaarnpalen in de wijk wapperen de gele vlaggen van de beweging. Symbool is een kalasjnikov en de Arabische tekst: ’Islamitische Revolutie van Libanon’.

In een winkeltje met religieuze parafernalia verkoopt een in het zwart gehuld tienermeisje Hezbollah-gadgets. Er zijn posters, vlaggen, luchtverfrissers met de beeltenis van leider Hassan Nasrallah erop. Het meisje loopt naar een andere hoek van de winkel, waar een stellage staat met servies. „Als je thee in deze mok schenkt, verschijnt een afbeelding van Nasrallah”, zegt ze enthousiast.

De verering van geestelijk en wereldlijk leider Nasrallah, het officieel beleden streven van Hezbollah naar een islamitische staat à la Iran, en het feit dat de sjiitische beweging zwaar bewapend is en allerlei parallelle instituties binnen de samenleving in het leven heeft geroepen, baart veel Libanezen zorgen. Zij beschouwen de sjiitische organisatie als een staat in de staat, als een vijfde colonne van Iran zelfs. Uit Iran stamt het idee van de Islamitische Revolutie, en uit dat land krijgt Hezbollah geld en militaire steun.

Het zijn de meer westers georiënteerde Libanezen die daarom met angst en beven de parlementsverkiezingen van zondag afwachten. Want de kans is aanzienlijk dat de politieke tak van Hezbollah met zijn bondgenoten een meerderheid zal halen. Sommige Libanezen vrezen dat het dan langzamerhand gedaan zal zijn met hun vrijheden, en dat de invloed van Iran hand over hand zal toenemen. „Ik heb geen zin om in het zwart te lopen”, verwoordt de jonge ingenieur Mazen Sjehade dat gevoel. Hij wil geen Iraanse toestanden, in wat nog altijd het liberale centrum van het Midden-Oosten is.

Maar zo heet wordt de soep helemaal niet gegeten bij Hezbollah, denkt Timur Göksel. Göksel, een Turk die jarenlang voor de in Zuid-Libanon gestationeerde VN-macht Unifil werkte en nu in Beiroet woont, kent de beweging door en door. Hij meent dat Hezbollah niet echt gedreven wordt door ideologie. „Hun achterban is niet per se erg religieus.” Dat wordt bevestigd in de Hezbollah-wijk, waar veel vrouwen ongesluierd en in strakke shirtjes rondlopen.

Göksel ziet een trend, eentje die erop wijst dat Hezbollah zich steeds meer ontwikkelt tot een ’normale’ partij. In de Libanese werkelijkheid met zijn stammen en tientallen religieuze minderheden betekent dat: opkomen voor je eigen clubje. „Libanon is niet homogeen, de zaken moeten hier altijd geregeld worden op basis van delen. Het verschil tussen religieuze groepen is daarbij niet eens doorslaggevend. Tribale structuren wel: uiteindelijk is iedereen uit op het verdedigen van het belang van zijn eigen groep, zijn eigen stam.” Daarom wisselen de coalities bijna nergens zo snel als in Libanon.

Hezbollah, dat voor deze verkiezingen een alliantie sloot met een andere sjiitische partij en een belangrijke christelijke groep, doet inmiddels vrolijk mee in dit systeem. „In het begin, in de jaren tachtig, probeerde Hezbollah wel een Iraans model (van een islamitische staat, red.) aan haar achterban op te dringen. Maar sinds Nasrallah in 1993 aan de macht kwam, is dat veranderd, hij is meer pragmatisch. Hezbollah is vooral uit op het verdedigen van de belangen van de sjiieten, ze willen een groter deel van de taart.”

Dat werd eigenlijk tijd ook. In Libanon is het politieke systeem langs confessionele lijnen ingedeeld, en de sjiieten zijn daarbij onderbedeeld. Terwijl ze waarschijnlijk (er is al in decennia geen volkstelling geweest) de grootste minderheid van het land vormen, mogen ze slechts 27 van de 128 parlementszetels bezetten. En terwijl in Libanon de president en de legerleider maronitisch christen zijn, en de premier een soenniet, moeten de sjiieten het doen met het voorzitterschap van het parlement.

Maar is Hezbollah niet bezig met méér dan alleen het veranderen van de machtsverhoudingen? Want tegelijkertijd heeft de beweging zijn eigen verkeersagenten, zijn eigen militie, scholen, liefdadigheidsbewegingen, padvinders en wat al niet meer. Een staat in de staat, volgens sommigen, grotendeels gefinancierd door Iran.

Göksel wijst het van de hand. „Hezbollah heeft een eigen schoolsysteem opgezet – maar niet als enige, integendeel. Niemand stuurt zijn kinderen naar een openbare school. Vroeger gingen sjiitische kinderen in het zuiden naar christelijke scholen, nu hebben ze hun eigen onderwijs. Staat in de staat vind ik dan ook geen goede term. Dat suggereert dat Hezbollah iets doet in plááts van de staat, maar de staat doet niks.”

Toch zijn niet alle Libanezen ervan overtuigd dat Hezbollah te vergelijken is met de andere (politieke) bewegingen in het land. Al was het maar omdat Hezbollah als enige een leger vormt dat dusdanig zwaarbewapend is dat het bij een confrontatie het nationale leger aan zou kunnen. Officieel zijn al die wapens bedoeld om het land te verdedigen tegen Israël, maar niet iedereen is er even gerust op dat de sjiieten ze alleen in die zin zullen inzetten.

Die scepsis is sinds vorig jaar groter geworden. De belofte van Nasrallah dat zijn beweging nooit de wapens zou opnemen tegen Libanezen, bleek in het voorjaar van 2008 weinig waard. In de straten van Beiroet vochten Hezbollah-aanhangers met (vooral) soennitische tegenstanders. Die waren kansloos.

Het voedt de angst dat het wéér mis kan gaan in Libanon, waarbij de grote scheidslijn dit keer niet zal lopen tussen christenen en moslims, zoals tijdens de vorige burgeroorlog (1975-1990). Paul Salem, directeur van denktank Carnegie Middle East Center in Beiroet: „De woede zit nu tussen de soennieten en sjiieten.”

Dat is volgens Salem in de jaren negentig ontstaan met het aantreden van de soennitische premier Hariri, een zakenman die met zijn charisma en zijn vele miljarden Libanon na de burgeroorlog uit zijn as deed herrijzen. „Hariri werd vanaf dat moment de belangrijkste figuur-van-staat, in plaats van de christelijke president”, zegt Salem. „Hezbollah ontwikkelde zich juist tot de belangrijkste niet-statelijke factor, met zijn verzet tegen de Israëlische bezetting van Zuid-Libanon.”

Die tegenstelling tussen soennieten en sjiieten is alleen maar groter geworden, en kan in potentie tot meer geweld leiden. Zeker omdat op de achtergrond het soennitische Saoedi-Arabië en het sjiitische Iran hun invloed willen doen gelden. Het grotere conflict in het Midden-Oosten wordt zo op Libanese bodem uitgevochten, via lokale stromannen.

Want de angst dat Hezbollah eigenlijk de zaakjes van Iran vertegenwoordigt in Libanon, díe is volgens Salem terecht. „Hezbollah is als een vliegdekschip voor Iran. Zoals de VS vliegdekschepen hebben in de Perzische Golf om Iran af te schrikken, zo gebruikt Iran Hezbollah met zijn op Israël gerichte raketten ter afschrikking.”

mailIcon print |