Met een oproep tot een Palestijnse staat en opheffing van het embargo tegen de Gazastrook, heeft paus Benedictus XVI de Palestijnen een hart onder de riem gestoken. Duizenden hadden zich verzameld op het Kribbeplein voor de Geboortekerk in Betlehem om de kerkvader te begroeten.
Op de voorste rij zaten president Mahmoed Abbas en de andere gezagsdragers met baseballpetjes met het geblokte patroon van de kaffia-hoofddoek, het symbool van de Palestijnse strijd, en een Palestijns vlaggetje op de klep. Verderop hielden Palestijnse vrouwen de portretten omhoog van hun mannen die in Israël gevangen zitten. Onder het publiek bevonden zich ook een honderd christelijke Palestijnen uit Gaza die speciale pasjes hadden gekregen om het pausbezoek bij te wonen. In Gaza wonen nog slechts 2000 christenen. De laatste jaren zijn onder het bewind van Hamas de aanvallen op christelijke instellingen toegenomen. De delegatie uit Gaza kreeg een speciaal welkom van de kerkvader die zich ook richtte tot de bewoners van de belegerde Gazastrook: „Weest verzekerd van mijn solidariteit met u in het immense werk van de wederopbouw dat voor u ligt, en van mijn gebeden voor een snel einde aan het embargo.”
Jaiesj al-Baba, klonk het uit het publiek, ’Leve de paus’. Een bezoek aan het door de islamitische Hamas bestuurde Gaza staat niet op zijn programma.
Ook pelgrims uit het buitenland vulden het plein, de gastarbeiders die hun brood in Israël verdienen, vrouwen uit de Filippijnen die in de ouderenzorg werken, als ook ’de huishouders’ uit Peru en Colombia. In Betlehem, ooit een overwegend christelijke stad, vormen de christenen nog slechts dertig procent van de bevolking. De afgelopen decennia hebben er zich steeds meer moslims van het platteland gevestigd, christenen emigreren. Zelfs de burgemeester, Victor Batarseh, zocht ooit zijn geluk in de VS – zijn kinderen wonen er nog altijd – maar hij keerde terug. De souvenirwinkeltjes met houten kameeltjes, kruisen en blikjes ’lucht uit het heilige land’ waren ooit allemaal in christelijke handen. Die tijd is voorbij.
De eigenaren klaagden gisteren dat het aantal toeristen sterk tegenvalt. Bij het vorige pausbezoek in 2000, het jubeljaar, kwamen 50.000 pelgrims met de paus mee. Nu zijn dat er nauwelijks 10.000. Alleen de vlaggenmakers doen goede zaken. De paus zelf had uitzicht op een immense Palestijnse vlag. Voor de moskee aan de andere kant van het plein waren agenten van de nationale garde opgesteld om te voorkomen dat, net als bij het vorige pausbezoek, de oproep van de moeezzin tot het gebed de mis zou verstoren.
Al in de ochtend had zijn grote zwarte Mercedes de paus langs de afscheidingsmuur gevoerd, die Betlehem afsnijdt van het luttele kilometers verderop gelegen Jeruzalem.
De afgelopen dagen hadden de Palestijn gestaag doorgewerkt om een groot podium aan te leggen in het Aida-vluchtelingenkamp naast de grote betonnen afscheidingsmuur, alle Israëlische protesten ten spijt.
Vandaar kon de paus met eigen ogen, en met hem de hele wereld, ’de Muur’ aanschouwen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.