Vier maal citeerde Barack Obama uit de Koran. De toespraak in Cairo viel goed. Maar de Arabische wereld wacht op daden.
Het grootste succesnummer in Obama’s toespraak tot de moslims was gisteren toch wel zijn citaten uit de Koran. Vier keer haalde hij een zinsnede uit het heilige boek van de moslims aan, vier keer kreeg hij stormachtig applaus van zijn gehoor in de Universiteit van Cairo.
De Amerikaanse president kreeg de handen ook op elkaar toen hij de situatie van de Palestijnen ’ondraaglijk’ noemde. Hij benadrukte, zoals hij de afgelopen weken meer heeft gedaan, dat de Palestijnen recht hebben op een eigen staat, en dat Israël moet stoppen met nederzettingen in de bezette gebieden. Het kwam hem na afloop op positieve woorden te staan uit het Palestijnse kamp.
Tegelijkertijd noemde hij de band tussen Amerika en Israël ’onverbrekelijk’, en riep hij de moslimwereld op rekening te houden met het lijden van het joodse volk. Nu bleef applaus uit, net als bij een iets latere passage waarin Obama de Palestijnen opriep alle geweld te staken, op een bijna smekende toon.
Zo bleek een zaal vol Egyptenaren moeilijker te bespelen dan een plein met Amerikanen of Duitsers. Toch bleek ook Cairo gevoelig voor de persoonlijke kleur die Obama af en toe in zijn toespraak aanbracht, en voor de lofzang op de islam waarmee hij begon.
In de zaal ging ook gejuich op toen Obama democratie en even later de rechten van vrouwen in de islamitische wereld aan de orde stelde. Maar dat deed hij omzichtig, zonder landen of leiders aan de schandpaal te nagelen. Hij voegde bovendien expliciet toe dat het niet aan de VS is om democratie op te leggen aan anderen. Duidelijk wilde hij de missionaire toon van zijn voorganger Bush niet herhalen, of zijn gastheer – alleenheerser president Moebarak – schofferen.
In zijn toespraak stipte Obama verder vele andere pijnpunten aan in de relatie tussen het Westen en de islamitische wereld. Hij sprak over de noodzaak voor de VS om extremisten in Afghanistan aan te pakken (geen applaus). Maar ook over de wens van de Amerikanen om Irak te verlaten (wel applaus).
Voor Iran had hij wederom verzoenende woorden over, hoewel geestelijk leider Khamenei juist nog had gezegd dat in het Midden- Oosten een ’diepe haat’ bestaat voor de Amerikanen. Iran heeft recht op nucleaire energie, volgens Obama, als het de voorwaarden van het Non-Proliferatie Verdrag maar naleeft.
Een kernwapen ontwikkelen mag daarentegen niet, al was het maar omdat het zou leiden tot een wapenwedloop in de regio. Voor degenen die het oneerlijk vinden dat sommige landen wél en andere landen geen kernwapens hebben, had Obama ook een weerwoord: „Amerika streeft naar een wereld waarin geen enkel land nucleaire wapens heeft.”
De toespraak lokte overwegend positieve reacties uit. Maar het effect van een toespraak is gering, waar het uiteindelijk op aankomt is actie. Moslims wachten op een ander beleid van de VS, benadrukten analisten uit de islamitische wereld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.