Eén ding is duidelijk: de Noord-Zuidlijn in Amsterdam moet af. Definitief stoppen met de metrotunnel is te duur.
Doorgaan met de bouw van de nieuwe Amsterdamse metrolijn is volgens oud-minister Cees Veerman de enige optie. Maar dat kan alleen als er een ’flink aantal nieuwe maatregelen’ wordt getroffen, schrijft zijn commissie, die de toekomst van de Noord-Zuidlijn onderzocht.
Zo moet de mogelijkheid worden bekeken om vanuit twee richtingen de tunnel te boren. Dat kan volgens de commissie-Veerman een tijdswinst van een jaar opleveren. Bovendien is er dan meer tijd om station Vijzelgracht – waar eerder verzakkingen waren door de aanleg – rustig af te bouwen. Ook moet het boorproces nauwlettend worden begeleid, om in geval van verzakkingen direct met een ’vliegende brigade’ in te grijpen. Veerman benadrukt overigens dat er ook bij ’goede’ boorprocessen verzakkingen optreden, maar dan wel minder erg dan in Amsterdam.
Verder heeft de commissie organisatorische aanbevelingen. Er moet een projectdirecteur komen die verantwoordelijk is voor het totaal en die direct aan de wethouder rapporteert. Ook wil de commissie een onafhankelijk raad van commissarissen die de uitvoering controleert.
De communicatie met de Amsterdammers vindt de commissie ook belangrijk. De afhandeling van schade moet ruimhartiger en sneller geschieden. De omwonenden moeten serieus worden genomen en ’de angst en ergernissen moeten weg’, zegt Veerman. Zo verdwijnen irritaties over de ontstane bouwputten in de stad, denkt hij, als de omvang van de bouwlocaties beperkt blijft, bijvoorbeeld door bouwmateriaal zo snel mogelijk weg te halen.
De verzakkingen en andere technische problemen rondom de aanleg van de Noord-Zuidlijn zorgden de afgelopen jaren voor enorme budgetoverschrijdingen. De kosten waren in 1999 nog op 45 miljoen euro geraamd. Maar dat bedrag liep op tot ruim 1 miljard euro. En de gemeente kon niet zeggen of de kosten niet nog verder zouden stijgen. Evenmin kon ze beloven dat er vóór 2018 een metro door de nieuwe tunnel rijdt.
De tegenvallers leidden tot veel onrust in de stad, eind februari trad verantwoordelijk wethouder Tjeerd Herrema (PvdA) af. Hij werd het eerste politieke slachtoffer van de metrolijn. In die periode werd de discussie rondom de aanleg steeds heftiger en zwol de kritiek aan. De plannenmakers konden de onrust bij de Amsterdammers niet wegnemen en hadden een onafhankelijk oordeel nodig over de toekomst van de lijn. Waarop de commissie van econoom Veerman werd geformeerd.
De deskundigen gingen aan de slag met drie opties: doorgaan met de hele lijn, helemaal stoppen of alleen het noordelijke deel afronden. „De eerste mogelijkheid blijft de verstandigste”, zei Veerman gisteren tijdens de presentatie van het adviesrapport ’Bouwen aan verbinding’.
Voorwaarde is dan wel dat het stadsbestuur alle aanbevelingen integraal overneemt. Dat kon de huidige verantwoordelijk wethouder Hans Gerson (PvdA) niet garanderen. Het college reageert pas later inhoudelijk op het rapport. Ook wilde de stadsbestuurder niet zeggen of Amsterdam meer geld zal vragen aan het Rijk, waar de commissie in het rapport voorzichtig op aanstuurt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.