*

 

EU-lidstaten krijgen zwartepiet toegespeeld

Jeroen den Blijker − 22/04/09, 00:00

25 jaar Europees visserijbeleid heeft alleen verliezers opgeleverd. De lidstaten kregen te veel ruimte voor hun eigen belangen.

Het leest hier en daar als een verslag van een curator. Want eurocommissaris Joe Borg, belast met visserijzaken, laat er in zijn green paper geen misverstand over bestaan hoe het faillissement van het sinds 1983 gevoerde gemeenschappelijke visserijbeleid is veroorzaakt.

Zonder een land specifiek te noemen schuift hij de zwartepiet naar de visserijministers van de EU-lidstaten. Volgens Borg was er immers jarenlang sprake „van hoge politieke druk om korte termijn-visserijbelangen veilig te stellen”. Het gemeenschappelijk belang van verstandig bestandsbeheer was daaraan ondergeschikt. Zo worden die korte termijn-belangen bijvoorbeeld ieder jaar in december tot op de millimeter bevochten in de Visserijraad, als de vangstquota worden vastgesteld. Of als de Europese Commissie met nieuwe plannen komt. Alle EU-lidstaten met een vloot zijn dan aanwezig. Maar, voor de goede verstaander, de ene is wel wat meer verantwoordelijk voor het gemeenschappelijk falen dan de ander. Vooral in de zuidelijke lidstaten worden visserijministers geboren met zwakke knietjes. Begrijpelijk, want de vissers zijn daar talrijk en vertegenwoordigen een machtige politieke stem. Een haventje meer of minder blokkeren, daar zien ze niet tegenop.

Per saldo leidde deze ongewenste inmenging door de lidstaten volgens Borg tot ’micromanagement’, een woud aan aanvullende regels en uitzonderingsbepalingen, waardoor het Brusselse visserijbeleid moeilijk te begrijpen, moeilijk uit te voeren en moeilijk te controleren is. Begrijpelijk dus dat de Europese Commissie nu zijn kans ruikt om de lidstaten opzij te schuiven en hen niet meer wil laten sleutelen aan iedere punt en komma. Al blijft het de vraag of de lidstaten Borgs analyse over de oorzaak van de dramatisch slechte visstand delen en bereid zijn slechts ’ja of nee’ te zeggen tegen voorstellen van de commissie.

Borgs green paper is vooral een discussiestuk voor het nieuwe gemeenschappelijke visserijbeleid dat pas, zo is afgesproken, in 2013 moet ingaan. Eerder invoeren –waarvoor veel te zeggen is, gezien de visstand– zal vooral op praktische bezwaren stuiten. Niet alleen omdat sommige lidstaten vast alle tijd zullen benutten om er het beste voor hun vissers uit te slepen. Ook omdat de sector de kans geboden moet worden de bedrijfsvoering aan te passen.

25 jaar visserijbeleid heeft, zo concludeert Borg terecht, de vissers uiteindelijk weinig opgeleverd. Hun financiĆ«le positie is al jarenlang beklagenswaardig. „Er is sprake van chronische overcapaciteit, het gevolg van zware publieke financiĆ«le steun”, aldus Borg. Te veel subsidie, van Brussel maar ook van de lidstaten, hield te veel schepen in de vaart, vaak om de werkgelegenheid overeind te houden. Maatregelen om de overcapaciteit aan te pakken hebben niet of onvoldoende gewerkt. Sloopregelingen, die zouden moeten zorgen voor een capaciteitsreductie van twee tot drie procent per jaar, zijn teniet gedaan door technische verbeteringen aan de resterende schepen, waardoor weer meer gevist kon worden. Borg: „Het is noodzakelijk in de toekomst sociale maatregelen in lijn te brengen met langtermijn ecologische duurzaamheid.”

Maar tegelijk heeft Borg ook een boodschap die de vissers wel zal aanspreken. Hij wil ze minder op de huid gaan zitten, meer vrijheid geven om naar eigen goeddunken verantwoord te gaan vissen. Brussel houdt daarbij op afstand controle. „Degene die zich verantwoordelijk gedraagt moet toegang krijgen tot de visbestanden”, aldus Borg. Nu is het vooral aan de sector om te bewijzen dat die weet wat duurzaamheid is.

mailIcon print |