*

 

Directies besparen graag met de ’laffe kaasschaaf’

Maartje Smeets − 02/05/09, 00:00

Bedrijven ontslaan lukraak werknemers omdat ze niet weten wat hun personeel in huis heeft. ’Dit is het tijdperk van lui management’.

Willekeurige ontslagen en geen oog voor de lange termijn. Dat is op dit moment de gang van zaken bij veel bedrijven, stelt Raymond Brood, zakelijk directeur bij Mercer adviesbureau in Personeel en Organisatie.

„Leidinggevenden van grote bedrijven weten niet goed wat ze aan menskracht in huis hebben, merk ik bij de vele bijeenkomsten die we voor werkgevers organiseren over de crisis. Er wordt visieloos ontslagen met behulp van de kaasschaafmethode. Dit is een kortetermijnoplossing die op de lange termijn mogelijk onherstelbare schade veroorzaakt. Er moet goed worden gekeken naar ervaring, kennis en competenties van personen en naar de demografische opbouw van het personeelsbestand. Anders verergeren werkgevers het volgende probleem, namelijk de komst van de vergrijzing.”

Niet alleen gebrek aan inzicht staat bedrijven in de weg om op een slimme manier te reorganiseren, denkt hoogleraar personeelswetenschappen Rob Vinke. „Onder druk vallen directies, met name van grote bedrijven, terug op oude zekerheden. Bij alle afdelingen een percentage van de medewerkers afschrapen, is voor leidinggevenden een makkelijker instrument dan precies kijken wie nu en in de toekomst waardevol zijn voor de onderneming. Bovendien worden bedrijven nauwlettend in de gaten gehouden door de vakbonden, die de hakken in het zand zetten als bijvoorbeeld het last-in-first-out-principe ter discussie wordt gesteld. Terwijl het juist nu belangrijk is jonge mensen met nieuwe kennis te behouden.”

Het is een hele opgave waar leidinggevenden zich in de crisis voor gesteld zien, denkt Vinke. Eerste prioriteit is het overleven van het bedrijf. Maar wat leidinggevenden vergeten is zich een beeld te vormen van hoe het bedrijf zich uit de crisis kan werken. „Dit is het tijdperk van lui management, waar in slechte tijden vooral naar het drukken van de kosten wordt gekeken. Dat betekent tijdelijke contracten stopzetten en geen vaste contracten aanbieden. Verdere besparing op het personeel vindt plaats met de laffe kaasschaaf. Grote bedrijven hebben vaak geen idee wat en wie ze aan personeel nodig hebben, ook niet na de crisis.”

Vinke bestrijdt dat leidinggevenden zich er makkelijk vanaf maken door terug te vallen op de kaasschaafmethode. Daadwerkelijk streven naar het behoud van alleen mensen die passen in de organisatie roept veel weerstand op. „Dan gaan er, overigens niet onterecht, oerkrachten vanuit vakbonden en ondernemingsraden tegen je werken. Als je werknemers op straat zet die geen toegevoegde waarde meer hebben, kun je strijd verwachten. Het is ten slotte de taak van de leidinggevende om te investeren in al zijn personeel, ook in mensen die dertig jaar in dienst zijn. Het is zijn eigen schuld als zijn personeel niet de vereiste competenties heeft.”

Tegen de stroom in toch investeren in dat wat levenskrachtig is, is volgens Vinke de oplossing, hoe moeilijk dat nu ook lijkt. „Het lijkt tegennatuurlijk om in slechte tijden te investeren in scholing, opleiding, in mensen. De overheid zou daar wat mij betreft serieuzer op in moeten zetten met minder vrijblijvendheid voor bedrijven. Die hebben nu weliswaar een scholingsplicht, maar de vraag is of ze daar ook aan gehouden worden.”

Volgens Raymond Brood ligt de oplossing in het voorspellen van de productiecapaciteit per functie. Daarvoor moet gekeken worden naar de arbeidsvoorwaarden, verzuim, ziektekosten en leeftijd. Zo voorkomen bedrijven dat nu, via de kaasschaaf, mensen afvloeien, die over een paar jaar weer hard nodig zijn. „Bedrijven moeten voorbij de korte termijn kijken en oog hebben voor de demografische ontwikkeling in hun bedrijf. Het kan vaak juist voordelig zijn mensen langer aan te houden. Voordat een bedrijf goed en wel de beslissing heeft genomen mensen te ontslaan, is het veelal al een half jaar na de start van een neergaande periode. Als het weer beter gaat, worden mensen ook vaak net iets te laat aangenomen en moeten ze ook nog worden opgeleid. In totaal betekent dit al snel een jaarsalaris dat bedrijven extra kwijt zijn.”

mailIcon print |