’Koninkrijk der Nederlanden’, staat er op mijn paspoort. Naar mijn gevoel geeft dit een bijzondere status aan ons land, waarop ik als onderdaan kan meeliften. Onze monarchie moet dan ook vooral in stand blijven.
Hoe anders ligt dat voor de traditionele koninginnedagviering. Dit jaarlijks terugkerende feest is voor mij geen happening waar ik met reikhalzend verlangen naar uitzie.
Als kind vond ik het bepaald al geen genoegen om enkele uren op een winderig plein te moeten staan om met alle schoolklassen van het stadje te zingen. Tot mijn grote ergernis had mijn moeder mij getooid met feestmuts, vlaggetje en een oranje sjerp, waardoor ik mij nogal aangestaard voelde.
Als de notabelen van de stad zich dan eindelijk op het bordes van het stadhuis hadden verzameld, kon het zingen een aanvang nemen.
Met driftige armgebaren, spoorden overijverige juffrouwen en meesters ons aan alsof de Majesteit het zou moeten horen. Dit alles tot groot genoegen van de trots glunderende ouders die hun eigen kroost ook nog eens aanmoedigden.
Kortom: er is niks mis met een oranjebittertje en een vrije dag. Maar wat mij betreft liever geen zaklopen en defilés al staat de viering van onze koninginnedag in de top drie, van nationale feesten.
Rinus van der Molen Purmerend
Voor de meeste Nederlanders spreekt uit de viering van Koninginnedag ongetwijfeld een waardering voor het vorstenhuis. En die viering vertoont Nederlandse trekjes. Het mag niet teveel kosten en gaat gepaard met gering uiterlijk vertoon. Oranjecomités en Oranjeverenigingen zien hun bestaansrecht bevestigd. Ook nieuwe Nederlanders tonen grote waardering voor het fenomeen.
Wat is het alternatief? In Engeland viert de koningin haar verjaardag op on-Nederlandse wijze met Trooping the colour’, een militair spektakel met paarden en saluutschoten. Landen zonder vorstenhuizen vieren hun nationale feestdag met militaire parades en marsmuziek.
Vanwege de afstandelijkheid van de Engelse koningin en haar familie verwierf prinses Diana met haar persoonlijke optreden de titel people’s princess, prinses van het volk. Hoewel koningin Beatrix in afwijking van haar moeder een zekere afstand gepast acht, worden op Koninginnedag de protocollaire teugels wat gevierd.
Vieren wij op Koninginnedag de verjaardag van onze ’people’s queen’?
Jazeker, ook al is het maar één dag per jaar.
Bert Prang Leiderdorp
Het weer speelt een belangrijke rol bij de feestelijkheden op koninginnedag.
Zolang het zonnetje schijnt is de herrie uit de muziekboxen en de op pleinen en trottoirs uitgestorte troep uit de kelders en zolders van onze beschaving nog wel te harden. Maar als het regent!
Dan wordt de kneuterigheid toch wel heel andere koek, die dan niet meer echt te happen valt.
Dat verschil wordt duidelijk op die andere oranjedag, de dodenherdenking vier dagen later. Dan staat Oranje, stemmig zwart gekleed, stil bij de witte pilaar van oorlog en vrede op de Dam. En als het dan regent? Niemand die zou opvallen.
René Jacobs Amsterdam
Met koninginnedag vieren we wel iets, maar dat is niet afhankelijk van de koningin.
Als we ons door het Wilhelmus hebben geworsteld met het Duitse bloed en de Spaanse koning, zie je wel veel nationale kleuren en weet je dat het hele land feestviert. Toch geloof ik niet dat het vooral een nationaal feest is.
Bij ons in Zwammerdam is de markt met koninginnedag een reünie van het hele dorp met activiteiten van Zwammerdamse groepen en verenigingen voor een Zwammerdams publiek en een Zwammerdamse organisatie die de plannen doorlopend verandert. Dan denk ik: Zwammerdam viert geen koninginnefeest, Zwammerdam viert geen Nederland.
Zwammerdam viert Zwammerdam.
Leve de koningin!
Geert Koster Zwammerdam
We hoeven niet zo ver te zoeken naar de diepere betekenis van Koninginnedag. Ieder volk vindt het nu eenmaal prachtig dat er af een toe een dag is met minder regels, minder plicht en meer plezier. Of dit nu gekoppeld wordt aan koninginnen, veldslagen of vergeten dichters, dat doet niet terzake.
We vinden elkaar in de voor even herwonnen vrijheid en saamhorigheid.
Jan Atze Nicolai Leeuwarden
Koninginnedag is een soort functionele mix van het jaarlijkse carnaval en de wekelijkse voetbaluitspattingen. Niets bijzonders, maar gewoon: Brood en Spelen. Onze in naam veelkleurige maatschappij heeft, zoveel is wel duidelijk, van tijd tot tijd behoefte aan één kleur. En dat is in dit geval oranje.
Opvallend is dat dit fenomeen niet pleit voor een zelfbewuste natie, die zichzelf met oog voor verscheidenheid en zonder koningshuis wenst te besturen. Slechts twee procent van onze bevolking ambieert de verantwoordelijkheid die samenhangt met het vormgeven van een levende democratie zonder monarch.
We kampen heden met doorgeschoten individualisme, dat vaak ontaardt in hufterigheid. Er leeft zelfs minachting voor het door onszelf democratisch ingestelde gezag. Maar waar het om het koningshuis gaat, spelen, zo lijkt het, andere motieven een rol. In plaats van het nemen van eigen bestuurlijke medeverantwoordelijkheid, vinden we het makkelijker te blijven leunen op de ‘koning-majesteit’. Als het hem of haar behaagt, strooit deze majesteit af en toe lintjes rond om mensen aan zich binden.
Zou het daarom een idee zijn om naast, of als vervanger van de koninklijke onderscheiding een ‘seculiere’ nationale onderscheiding in te stellen? Op die manier komt ook het minder royalistische deel van de bevolking aan zijn trekken. Geef de burger lokaal niveau waardering voor maatschappelijke verdiensten in het algemeen plaatselijk belang.
Gerard Floor Appelscha
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.