Onlangs kregen de leden van de Vlaamse Academie voor Streekgebonden Gastronomie een boek toegezonden met de titel ’Brusselse wafels’.
De auteurs: Jo van Caenegem, Danny Crauwels, Gustaaf Ingelaere en Ghislaine Steps. Het boek is een initiatief van Erfgoed Brussel, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en bovengenoemde Academie. ’In geuren en kleuren’ staat er op de omslag: wrijf erover en ruik. Je moet er niet aan denken dat elk kookboek zijn eigen geur zou verspreiden, maar dit ruikt echt naar vanillewafels en daar kreeg ik zo’n zin in dat ik meteen een ijzer heb aangeschaft. Voor wafels met zestien vakjes, net zoals Adriaen van Ostade ze schilderde. Dat is helemaal niet goed volgens het boek dat de hele geschiedenis beschrijft, het moeten er 24 zijn. Op de oudgemaakte bladzijden staan reproducties van schilderijen en prenten, oude en nieuwe recepten en de constatering dat een Belg onder meer bestaat uit 1/10de bier, 1/10de jenever, 1/10de paling in ’t groen, 1/10de tomaat-garnaal, 1/10de witloof met hesp en kaassaus, 1/10de pralines, 1/10de Ardeense ham, 1/10de mosselen en ... 1/10de wafels. Identiteit, eetgewoonten en voedsel – je kunt ze niet scheiden, vinden de schrijvers. Gelijk hebben ze.
De melk en boter zachtjes warmen tot de boter is gesmolten. Afkoelen tot lauw.
Bloem, suikers en zout zeven in een kom, kuiltje maken. De dooiers daarin werpen.
Witten met de garde van de mixer stijfkloppen.
De lauwe melk geleidelijk aan bij de dooiers mixen. Doorgaan tot een glad beslag ontstaat.
De stijfgeklopte eiwitten erdoorheen spatelen. Dan dadelijk bakken of uurtje wachten: het beslag wordt dan handelbaarder.
Mijn ijzer is anti-aanbak, dus het hoeft alleen maar te worden verwarmd. Beslag over de gaatjes verdelen. Dichtdoen, 4-6 minuten bakken.
Vers eten met poedersuiker, zacht fruit en slagroom of heel spectaculair: met in elk gaatje een uitgelekte kers en een scheutje kirsch.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.