*

 

Met de hele familie onder de bomen leven

Elwin Verheggen − 25/03/09, 00:00

In rebellengebieden van Darfur wonen burgers, na de zoveelste aanval op hun dorp, al maanden onder bomen.

  • Een groep van zo¿n honderd ontheemde familieleden schuilt al maanden onder deze bomen. (FOTO JAN-JOSEPH STOK)
  • (Trouw)

In een woestijnachtig gebied staat sinds drie dagen een schutting om een boom, waarop gekleurde kinderkleding hangt te drogen. „Het takkenhek dient om de dieren buiten te houden als we slapen en het is tegen de kou ’s nachts’, zegt ontheemde Djadiya Ahamed (32).

De bladeren geven beschutting tegen de felle zon overdag. Ook helpen ze tegen de Antonov-bombardementen, die geregeld op dorpen in Darfur plaatsvinden. „Vanuit de vliegtuigen is nu niet te zien dat hier burgers wonen”, zegt Ahamed, terwijl ze haar koeien, geiten en schapen te drinken geeft. „Maar als we hier nog zijn in het regenseizoen, vanaf juni, moeten we wel hutten bouwen.”

Met wat familieleden woont ze sinds een paar weken onder deze boom, vlakbij Muzbat in Noord-Darfur. Ze is met een groep van ongeveer honderd ontheemden, allemaal familie van elkaar, die zich onder tien dergelijke ’boomhuizen’ gesetteld hebben. Rondom is een vergeeld grasland voor hun vee. Voor water lopen ze dagelijks zes uur, heen en terug, naar Muzbad met ezels die bepakt zijn met plastic jerrycans. Eten krijgen ze van het Wereldvoedselprogramma.

Volgens VN-schattingen sloegen er in 2008 ruim 300.000 mensen op de vlucht in Darfur, waarmee de teller eind vorig jaar op zo’n 2,7 miljoen ontheemden stond. De meesten trekken naar overbevolkte ontheemdenkampen langs de grote steden, in regeringsgebied. „Daar gaan we niet heen, ze willen ons doden”, zegt Ahamed gelaten. Drie keer moest ze Birmaza ontvluchten.

De eerste keer was eind 2003, toen talloze dorpen structureel aangevallen werden door regeringstroepen en de Arabische Janjaweed-milities. Ze kon met haar man en kinderen op tijd vluchten, maar verloor tien familieleden en al haar vee. Uit woede sloot haar man zich aan bij een rebellenbeweging.

Drie maanden bivakkeerden ze in de bergen, ongeveer 10 kilometer buiten Birmaza. Met honderden dorpelingen woonden ze onder de bomen, tot het weer veilig was om terug te keren. Omdat onheil dreigde had Ahamed vooraf al asida, lokaal Arabisch eten, verstopt in de bergen. „Het leven was er moeilijk, je moest water halen in het regeringsgebied, waar ook de Janjaweed zijn. Dat deed je ’s nachts, maar als ze je vonden dan vermoordden of verkrachtten ze je”, vertelt Ahamed.

Eind 2006 was er weer een aanval op Birmaza. Opnieuw was Ahamed alles kwijt, nadat ze oog in oog stond met de Janjaweed, toen ze met andere dorpelingen haar dieren in veiligheid trachtte te brengen. Ze wist ongedeerd weg te komen en vertoefde met haar kinderen maandenlang in de bergen.

Tot overmaat van ramp moesten Djadiya Ahamed en haar kroost afgelopen september voor de derde keer vluchten voor de Janjaweed, regeringstroepen en de Antonov-bombardementen. Dit keer kon ze haar vee meenemen naar de bergen, omdat rebellen de dorpelingen op tijd konden waarschuwen.

Terug naar Birmaza kan ze niet, omdat de regeringstroepen er zijn gebleven. „Het werd na vijf maanden ook te gevaarlijk in de bergen, omdat ze in de buurt patrouilleren. Mijn oudste drie kinderen stuurde ik naar hun grootmoeder in een nabijgelegen dorp, waar ze naar school kunnen. De jongste twee nam ik mee.”

Na een aantal weken lopen vond de groep ontheemde familieleden deze bomen, een kleine honderd kilometer verderop. Dat ze steeds moet vluchten vindt Ahamed verschrikkelijk, maar dat is volgens haar het leven in Darfur. „Boos word ik er allang niet meer van, dat verandert toch niets.”

mailIcon print |