Zijn wij gevangenen van de moderne communicatietechniek? Die vraag werpt Daniel Kehlmann op in ’Roem’, een roman in negen verhalen. In zijn Berlijnse woning licht hij toe hoe internet en mobiele telefonie het leven en de literatuur volgens hem veranderen.
’Een mooi lang afscheid, dat bestaat niet meer,” zegt Daniel Kehlmann. „Nauwelijks hebben mensen elkaar omarmd en gedag gezegd, of ze schrijven elkaar alweer een sms.” Volgens de jonge schrijver hebben de moderne communicatietechnieken de manier waarop mensen met elkaar omgaan diepgaand veranderd. „Al begrijpt niemand nog echt hóe diepgaand. Ook ik niet.”
Gelukkig hoeft een romanschrijver niet de laatste wijsheid over de wereld te bezitten, zegt Kehlmann. Maar hij kan als schrijver wel dingen onderzoeken en laten zien. „Ik besloot om verhalen te schrijven die ermee beginnen dat er iets mis gaat met de communicatietechniek. Om vervolgens te vertellen hoe dat het leven van iemand ingrijpend kan veranderen.”
Het resultaat is het boek ’Roem’, met negen korte verhalen die zo nauw met elkaar verweven zijn dat ze tezamen een roman vormen. In het eerste verhaal krijgt de hoofdpersoon een mobiel telefoonnummer toegewezen dat nog een ander toebehoort. Hij krijgt allemaal mensen aan de lijn die hem voor ene ’Ralf’ aanzien. Hij besluit in de rol van die Ralf te kruipen en begint een tweede leven, een leven dat veel opwindender lijkt dan het zijne.
„De moderne communicatiemiddelen maken het de mensen mogelijk om parallelle levens te leiden,” vertelt Kehlmann. „Dat is ook het geval in het verhaal over de bedrijfsleider die in een andere stad dan waar hij woont een tweede leven met een tweede vrouw begint. Ik denk dat zoiets alleen kan dankzij e-mail en mobiele telefoon. Die bieden immers de mogelijkheid om net te doen of men ergens is waar men in werkelijkheid niet is.”
De man vraagt zich op een gegeven moment in het verhaal af hoe mensen dat vroeger deden. „En ik vraag me dat ook af,” zegt Kehlmann. De 33-jarige schrijver leeft volop in de moderniteit. Zijn vorige roman, ’Het meten van de wereld’, was een internationale bestseller, waarvan er alleen al in Duitsland bijna anderhalf miljoen zijn verkocht. Hij reist nu over de hele wereld, vertoeft vaak in New York en kan zich in Berlijn een tweede huis veroorloven.
De geboren Münchenaar woont en werkt in Wenen, waar hij op zesjarige leeftijd met zijn ouders naartoe verhuisde. Hij houdt van het opwindende leven in Berlijn (’het centrum van Europa’) en in New York (’het centrum van de wereld’). Wenen is traag en rustig. „Ik woon in het centrum. De hele dag hoor ik het hoefgetrappel van de paardenkoetsen, de zogenoemde fiakers, in mijn straat. Anders dan in New York en Berlijn is er weinig dat me naar buiten lokt. Daarom kan ik er goed werken.”
Die fiakers doen denken aan de tijd waarin ’Het meten van de wereld’ speelt. Dat boek gaat over de levens van twee negentiende-eeuwse geleerden. „Dat is een traditioneel verhaal met één grote spanningsboog. Ik heb met ’Roem’ iets tegenovergestelds willen doen. Die roman is heel gefragmenteerd, het verhaal valt in vele stukken uiteen. Daarmee wil ik iets zeggen over de moderne tijd.”
Kehlmann wil in ’Roem’ de misverstanden laten zien die optreden tussen werelden die los naast elkaar bestaan. „Ik beschrijf parallelle werelden die elkaar tegenspreken zonder dat de personages daar iets van merken. Alleen de lezer ziet de conflicten, die ziet de personages telkens weer in andere perspectieven terugkeren. Daarom had ik die vorm van die negen verhalen nodig, verhalen die ook allemaal sterk van toon en stijl verschillen.”
„Ik geloof,” zegt Kehlmann aarzelend, „dat ik in ’Roem’ iets over het moderne leven vertel dat je niet snel elders leest. Ik zal niet zeggen dat ik de eerste ben, dat wil ik me niet aanmatigen, maar het gaat wel om iets heel actueels. In weblogs wordt voortdurend over literatuur gediscussieerd, maar in literatuur lees je nog weinig over weblogs. De wereld van de moderne communicatietechnieken is nog nauwelijks tot de literatuur doorgedrongen.”
Een van de verhalen in ’Roem’ gaat over een fanatieke blogger en is ook helemaal in de kortaffe taal van weblogs geschreven. „Die blogtaal verandert de kijk op de werkelijkheid. Net als de taal in e-mails. Een Weense collega van me, Daniel Glattauer, heeft een liefdesroman in e-mailvorm geschreven. Die roman laat heel goed zien hoe de techniek emoties verandert. Het tempo waarin mensen e-mails uitwisselen, bepaalt het tempo waarin ze van emoties wisselen.”
De nieuwe communicatiemiddelen zullen op den duur de literatuur veranderen, denkt Kehlmann. „Plots die erop berusten dat personages bepaalde informatie niet hebben omdat ze ergens zijn waar niemand ze kan bereiken, kunnen niet meer. Ik wil nog verder gaan. De moderne technieken veranderen niet alleen onze omgangvormen, onze emoties en onze literatuur, ze veranderen ook onze relatie met tijd en ruimte.”
Kehlmann meent dat we gevangenen zijn geworden van de moderne techniek. Hij citeert graag de filosoof Martin Heidegger, die dat al tientallen jaren geleden beweerde en eraan toevoegde: alleen een god kan ons nog redden. Maar zelf maakt Kehlmann allerminst de indruk een gevangene te zijn. Tijdens het gesprek houdt zijn mobiel zich opvallend rustig. In zijn ascetisch ingerichte woning herinnert alleen een opengeslagen laptop aan de moderne techniek.
Kehlmann reist liever in de echte dan in de virtuele wereld. Hij is veel op vliegvelden. „Klinisch dode zones,” noemt hij ze, „waar het leven ondoorgrondelijk is.” Ze spelen in ’Roem’ een belangrijke rol. De schrijver Leo Richter, die in de verhalen steeds weer opduikt, haat vliegvelden. Hij komt er vaak omdat hij voortdurend op tournee is. „Hij heeft de absurde angst dat hij er voor altijd in gevangen zal raken.”
Dat overkomt niet Richter, maar de schrijfster Maria Rubinstein, die hem op een van zijn tournees vervangt. Ergens in Centraal-Azië raakt ze haar reisgroep kwijt. Haar mobiele telefoon weigert dienst. Niemand kan of wil haar helpen. Zo blijft ze jarenlang gevangen op de steppe. „Door een toeval ontloopt Richter het lot waar hij zo bang voor was.”
Richter speelt een bijzondere rol in ’Roem’. „Veel mensen denken dat hij een alter ego van me is. Dat is niet zo. Ik ben een veel minder nerveuze reiziger dan hij en hopelijk ook minder onuitstaanbaar. Hij is eerder een alter-alter ego, ik speel een spel met hem. Ik laat hem enkele van de verhalen in ’Roem’ schrijven. Ook het laatste verhaal, waarin tal van lijnen uit de voorafgaande verhalen samenkomen.”
In dat verhaal lopen werkelijkheid en fictie op een nachtmerrieachtige manier door elkaar. „In het begin gelooft de lezer dat Richter met zijn vriendin Elisabeth werkelijk naar Afrika is afgereisd. Maar dan blijkt het alleen maar een verhaal van hem te zijn. Dan is gebeurd waar Elisabeth altijd al bang voor was: dat Richter een personage van haar zou maken. En terwijl Richter zichzelf uit het verhaal laat verdwijnen, blijft zij erin gevangen.”
Wil Kehlmann soms beweren dat er steeds minder verschil is tussen de echte wereld en de virtuele wereld van de communicatie en de literatuur? „Ja, maar ik wil niet beweren dat de echte werkelijkheid geheel verdwijnt. Dat is ook in dit verhaal zo. Elisabeth zit weliswaar in het verhaal gevangen, maar op de achtergrond dreunt de oorlog. Er is weldegelijk een echte wereld, en in die echte wereld spelen ook de echte problemen. Oorlog bijvoorbeeld.”
Zijn de mensen in Kehlmanns omgeving nu bang dat hij ze in een van zijn verhalen ’gevangen’ zal nemen? „Nee, daar hoeven ze niet bang voor te zijn,” zegt hij lachend. „Ik gebruik natuurlijk wel aspecten van mensen die ik ken, en ik gebruik dingen die ze gezegd hebben. Maar de essentie van het schrijven is de transformatie. Bij het schrijven veranderen de dingen zo dat ze voor niemand meer herkenbaar zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.