*

 

Ouderschapsplan slecht geregeld

Ditte Vrolijks, partner bij Ariëns Schoonderbeek Damman advocaten in Amersfoort − 26/03/09, 00:00

De nieuwe echtscheidingswet is een stap vooruit maar kent tevens nog veel weeffouten.

  • (Trouw)
  • Na scheiding zijn beide ouders verantwoordelijk. (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Soms worden goede bedoelingen gesmoord in ontoereikende uitvoering. De nieuwe echtscheidingswet is zo’n voorbeeld. Snelle actie is nodig om weeffouten te herstellen.

De nieuwe echtscheidingswet is op veel punten een verbetering van de oude regelgeving. Er is meer aandacht voor het kind en voor een evenwichtige verdeling van zorg- en opvoedtaken. Tot politiek vuurwerk heeft de wet niet geleid, wat de brede steun illustreert voor het initiatief. Maar in de uitvoering vertoont de regelgeving veel weeffouten waarvan uiteindelijk – goedwillende – ouders en hun kinderen de dupe van kunnen worden. Herstelwerk is dringend noodzakelijk en bovendien eenvoudig uitvoerbaar.

Neem het verplichte ouderschapsplan. Vaders en moeders die hun huwelijk willen ontbinden dienen de rechter een plan voor te leggen waarin zij aangeven hoe ze na de scheiding de opvoeding en de zorg van de kinderen gaan verdelen. Een soort businessplan voor gescheiden ouders. Maar de rechter loopt kans heel veel standaardepistels te ontvangen die met knippen/plakken zijn samengesteld. Een juridische formaliteit, maar in potentie een debacle voor de kinderen wier welzijn afhankelijk is van de mate waarin het zorgplan doordacht is samengesteld.

Voor ouders is het niet eenvoudig dergelijke plannen op te stellen in een emotioneel veeleisende tijd. Zij zullen een beroep doen op mediators en scheidingsadvocaten die weliswaar uitstekende juridische documenten kunnen opstellen, maar niet zijn getraind als gezinscounselor of pedagoog. Terwijl elk kind en elk gezin een individuele aanpak verdient. Wellicht dat proactieve rechters met contouren van richtlijnen komen, maar dat kost tijd die ten koste gaat van de huidige kinderen van gescheiden ouders. Dat moet de samenleving niet willen.

Een ander manco is het ontbreken van een sanctie op het niet-opstellen van een dergelijk plan. De wet is in dit opzicht tandeloos geboren. Idee van het ouderschapsplan is dat ouders het belang van de kinderen scherper voor ogen krijgen. Er is echter een grote groep ouders die hier niet gezamenlijk uit kan komen.

In de praktijk is het voor ouders vrij eenvoudig om aan het overleg van het ouderschapsplan te ontsnappen. De groep scheidende ouders die er met de huidige wetgeving niet met elkaar uitkomt, zal dit met de nieuwe wet niet beter kunnen. Bovendien is het een illusie te denken dat de nieuwe wet – die een grotere gelijkwaardigheid tussen ouders tot doel heeft – ook werkelijk ouders in beweging zet die geen zorgtaken op zich willen nemen na een scheiding.

Met een verwijzing naar ’gelijkwaardigheid’ heeft een kind het recht gelijkwaardige zorg en opvoeding van beide ouders te ontvangen. Dit begrip is echter onvoldoende uitgewerkt. Een ouder die zorg- en/of opvoedingstaken weigert, kan daar in de praktijk niet toe worden verplicht. Dat betekent dat de ander er alleen voor komt te staan. Zonder herstelwerk is pijnlijk juridisch getouwtrek onvermijdelijk.

Een gemiste kans daarbij in de nieuwe wet betreft een regeling voor de procedure rond het wettelijk erkennen van kinderen van samenwonende ouders. Duizenden vaders die samenwoonden komen er na het verbreken van de relatie achter dat het erkennen niet voldoende is om gelijkwaardige ouderschapsrechten te krijgen. Daarvoor moeten zij na de geboorte bij de rechtbank een zogeheten ‘aantekening in het gezagsregister’ aanvragen. Gebeurt dit niet, dan kan het opzetten van een omgangsregeling wel een jaar duren.

Verreweg de meeste samenwonende ouders beperken zich tot een erkenning van het kind bij de burgerlijke stand. In de nieuwe wetgeving blijft dat zo en dat is jammer. Teleurstelling kan worden voorkomen door aan de erkenning automatisch het vestigen van gezamenlijk gezag te koppelen. Nu dit wettelijk niet goed is geregeld, heeft de overheid in ieder geval de morele plicht om met proactieve voorlichting samenwonende ouders nadrukkelijk te wijzen op de situatie waarin zij verkeren.

mailIcon print |