*

 

Hoe goed zijn raadsleden die wethouder wegsturen?

Jaap Versluis − 25/03/09, 00:00

CDA-fractievoorzitster Duys kreeg onterecht applaus in de Rotterdamse affaire-Geluk.

Karin Duys, voorzitter van de Rotterdamse CDA-fractie, krijgt een pluim voor haar principiƫle opstelling tegenover haar eigen wethouder Geluk, die haar de mond zou hebben willen snoeren (Trouw commentaar, 21 maart). Ze wordt en passant ook nog als voorbeeld genoemd voor Van Geel, die zich in de Tweede Kamer te veel zou laten inpakken door Balkenende en de zijnen.

Als betrokken CDA-lid in Rotterdam heb ik het met verbazing gelezen. Enerzijds trekt Trouw van leer tegen het ‘doorgefourneerde monisme’ binnen de politiek. Anderzijds suggereert de krant dat politiek louter en alleen een spel is voor ingewijden, die de hoge kunst van het dualisme beheersen. Het woord ‘kiezer’ valt niet in het stuk en daarmee gaat de commentator bijna blind mee in de fout van Karin Duys, namelijk veronachtzaming van de kiezer, de pijler van de democratie.

In Rotterdam is er geen sprake van een affaire-Geluk, maar een affaire-Duys. Afgezien van ruis richting zijn fractie, is er met Leonard Geluk weinig aan de hand. Hij is een uitstekend functionerende wethouder met een scherp oog voor issues op het gebied van onderwijs en jeugdzorg.

Duys daarentegen doet iets wat absoluut niet kan: als een donderslag bij heldere hemel zegt zij, zonder enige vorm van overleg met haar kiezers, het vertrouwen op in de politiek leider. Duys verwijt Geluk een gebrek aan communicatie, maar juist op dit punt schiet zij als fractievoorzitter tekort.

Een raadslid dat zich thuis voelt in het dualistisch bestel, prikkelt het college, zoekt continu het maatschappelijk debat en houdt voortdurend contact met zijn eigen achterban. Nooit en te nimmer heb ik als CDA-lid de gelegenheid van de fractie gehad om mij uit te spreken over zaken die aanleiding waren om het vertrouwen in Geluk op te zeggen, zoals drugstesten op scholen en het jeugdzorgbeleid.

Duys en de andere twee fractieleden zijn zo opgegaan in hun eigen verkokerde wereld van vergaderstukken en wandelgangen, dat ze elk gevoel voor de maatschappelijke context hebben verloren. Niet Duys is monddood gemaakt, maar ik, een gewoon CDA-lid uit Rotterdam. En wie ‘bravo’ zegt tegen een volksvertegenwoordiger als Duys neemt de democratie niet serieus.

Rotterdam is een interessante casus voor heel bestuurlijk Nederland. Adviseur Wim Carabain legt in zijn opiniestuk het accent op verdere professionalisering van wethouders om een halt toe te kunnen roepen aan de stroom van vroegtijdig weggestuurde wethouders (Trouw, maandag). Een goede wethouder moet het spel op tenminste vier velden kunnen spelen: in het college, in de raad, met de samenleving en in de media.

Maar deze eisen gelden ook voor raadsleden. In zijn analyse gaat Carabain echter voorbij aan de kwaliteit van de raadsleden die de wethouders naar huis hebben gestuurd. Zijn zij wel voldoende toegerust om het dualistische spel goed te spelen? Snappen zij wel iets van de publieke opinie? Van nieuwe vormen van communicatie om hun achterban te mobiliseren?

Wil het dualisme goed gespeeld worden, dan moet het van twee kanten komen, met de blik naar buiten gericht. In Rotterdam wilde een wethouder voor de marathon gaan; de fractieleden vonden tien kilometer wel genoeg. En omdat ze hem niet meer konden bijbenen trokken ze de rode kaart.

mailIcon print |