Dit Indonesische gerecht bevat als smaakmaker een serehstengel, oftewel citroengras in het Nederlands. Sereh heeft een friszure citroensmaak. Om die smaak goed tot zijn recht te laten komen, worden de serehstengels voor stoofgerechten of soepen eerst gekneusd en dan in z’n geheel meegekookt.
Voor het serveren worden ze verwijderd. In gerechten zoals deze bebotok (gehakt) wordt alleen het onderste witte deel gebruikt. Dat is sappig en niet houtig en kan gemakkelijk in de keukenmachine worden gepureerd.
Snij de sjalotjes, knoflook, pepers, serehstengel en de geschilde laoswortel in stukken. Maal dit in een keukenmachine samen met de kemirienoten fijn. Verhit de olie in een wok en fruit hierin het mengsel even aan. Voeg garnalenpasta, gemalen koriander, komijn, tamarindepasta, zout, suiker en citroenbladeren toe. Alles goed omscheppen. Voeg het gehakt toe en maak dit al omscheppend met een vork rul.
Het gehakt moet alleen verkleuren en hoeft nog niet helemaal gaar te zijn. Los de santen op in een deciliter kokend water en voeg dit toe aan het gehakt. Klop met een vork het ei los en voeg ook dit toe. Alles goed omscheppen en iets laten indikken. Zet het vuur uit. Laat het gehakt iets afkoelen en verdeel het dan over de acht vellen aluminiumfolie. Maak er rolletjes van en vouw ze goed dicht. Verhit in een pan een laagje water en leg de rolletjes in het stoommandje of rekje.
Zorg dat de rolletjes droog blijven. Stoom de bebotok daging in ongeveer vijftien minuten. Serveer direct. Geef er gekookte witte rijst bij en gado-gado, een gemengd groentegerecht van bijvoorbeeld gekookte witte kool, schijfjes gekookte aardappel, taugé, komkommer en partjes gekookt ei met bovenop een pindasaus.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.