Een duurzame samenleving is niet alleen een ver toekomstperspectief. De consument kan nu al beginnen zijn leven energiezuiniger in te richten. Een serie verhalen vertelt hoe. Deel 2: meubilair.
De tijd dat we twintig jaar op dezelfde bank zaten, is lang voorbij. Woninginrichting is onderhevig aan mode. Ieder jaar worden er in Europa zo’n 12 miljoen kasten, 3 miljoen complete keukens, 21 miljoen stoelen, 7,2 miljoen tafels en 18,4 miljoen matrassen weggegooid. Dat zijn nog maar voorzichtige schattingen op basis van Europese cijfers verzameld door Milieu Centraal, de organisatie die consumen ten praktische milieu-informatie biedt. Het grootste deel van het meubelafval bestaat uit hout en plaatmateriaal. De rest is voornamelijk plastic, PUR-schuim, glas en metaal.
Meubels zijn goed voor bijna twintig procent van het houtverbruik in Nederland. Toch zijn houten meubels beslist niet slecht voor het milieu, vindt Marc Zitzen van Milieu Centraal. „Maar dan moet het natuurlijk geen tropisch hardhout zijn, en ook liever geen teakhout.”
En daar zit een probleem Alleen al voor hout zijn er zestig verschillende keurmerken, waarvan FSC het meest gebruikte is. Zitzen: „Maar het staat er ook meestal niet op. De meubelproducent weet wel waar hij het hout vandaan haalt, maar op het kaartje dat aan de nieuwe bank hangt, staat het bijna nooit.”
Anders dan bij bijvoorbeeld huishoudelijke apparaten, speelt het milieu bij meubels nauwelijks een rol tijdens het gebruik. Tafels en stoelen verbruiken geen energie. Er worden alleen wat schoonmaakmiddelen gebruikt of een nieuw likje verf. Het milieu wordt belast tijdens de fabricage door gebruik van grondstoffen, tijdens het vervoer naar Nederland en als de meubels uiteindelijk weer bij het afval terechtkomen.
Daar is winst te behalen, vindt Zitzen: „Er wordt heel weinig op gelet. Klanten vragen natuurlijk maar zelden in een winkel waar iets vandaan komt. Maar bij leer bijvoorbeeld is dat heel belangrijk. Er is niets tegen een leren bank, als deze maar uit Europa komt, waar strenge regels gelden voor het afvalwater van leerlooierijen. Als het leer uit een derdewereldland komt kun je er bijna zeker van zijn dat er sterk vervuild afvalwater in het milieu geraakt. Voor het bewerken van 200 kilo huiden is 500 kilo chemicaliĆ«n nodig, ga maar na wat dat betekent.”
„Ook met aluminium moet je heel voorzichtig zijn. Eigenlijk moet je het helemaal vermijden, want tijdens het winnen van aluminiumerts ontstaat veel schade aan het plaatselijke milieu. Maar recycle je oud aluminium, dan belast dat het milieu nauwelijks. Helaas wordt op geen enkele meubel aangegeven of het van gerecycled aluminium gemaakt is of niet.”
„Daarnaast is het vervoer belangrijk. Steeds meer meubels worden in China gemaakt en dat moet allemaal hierheen op containerschepen. Maar als consument heb je daar weinig zicht op. Je kunt wel een matras van een Nederlands of Duits merk kopen, maar wie garandeert dat er geen delen toch uit China komen?”
Zitzen deed voor Milieu Centraal onderzoek naar de milieulast van woninginrichting. Er bleek weinig over bekend. Zitzen: „Naar vervoer en voedsel bijvoorbeeld is veel meer onderzoek gedaan. Hier is weinig aandacht voor en moet je enorm zoeken naar informatie. Het belangrijkste advies wat wij kunnen geven is: koop zo min mogelijk. Koop goede spullen waar je langer mee doet. Ga voor tijdloze ontwerpen. Er is bijvoorbeeld voor zitmeubels nogal wat verschil in kussens. Een goede kwaliteit PUR-schuim heeft een hoge dichtheid. Dat moet een verkoper je kunnen vertellen. Je kunt ook kijken of je oude meubels een verfje nodig hebben of stoelen opnieuw bekleden. Of kijk naar tweedehands meubels, dat kan ook een goed alternatief zijn.”
Het boek ’Eco Chic wonen’ van de Britse interieurspecialist Oliver Heath doet wat dat betreft watertanden. Bij hem is het ’eco-interieur’ het stadium van wat armoedig opgeverfde kastjes lang voorbij. Pagina’s lang geeft hij voorbeelden van inspirerende woonkamers, keukens en kinderkamers ingericht met tweedehands spullen en een goede smaak. Milieu Centraal zet wel kanttekeningen bij de handel in tweedehands goed. Zitzen: „Het lijkt vaak een goede oplossing, maar is dat niet altijd. Het moet namelijk wel zinvol zijn. Als een meubel van ver moet komen, of erg veel reparatie nodig heeft, zal het alleen maar voor nodeloos transport zorgen voordat het alsnog op de afvalhoop terechtkomt. Als iets kapot is, kun je het beter gedemonteerd aanbieden bij de afvalverwerker. Er zijn onderdelen die heel goed gebruikt kunnen worden of zelfs veel waard zijn zoals koper en aluminium. Maar ook PUR-schuim, plastics en metaal kunnen opnieuw worden gebruikt. Hoe meer je apart aanbiedt hoe groter de kans dat het wordt hergebruikt.”
Maar lang niet iedereen heeft zin in een tweedehands kast of tafel. Integendeel, de afgelopen twintig jaar is interieurinrichting steeds belangrijker geworden. Veel mensen willen helemaal geen bank meer waar ze twintig jaar mee doen. Meubels zijn consumptiegoederen geworden die je weg doet als je ze niet leuk meer vindt of aan iets anders toe bent.
Vooral jonge interieurontwerpers pakken de uitdaging wel op. Op de academies en ontwerpbureaus is milieu inmiddels een belangrijke factor. David Heldt is ontwerper en oprichter van Tuttobene, een platform voor ontwerpers en producenten die een verantwoordelijke positie innemen ten aanzien van maatschappelijk en ecologische vraagstukken. Onlangs had de organisatie een grote presentatie op de meubelbeurs van Tokio.
David Heldt: „Vier jaar geleden zijn wij duurzaamheid als selectiecriterium gaan toepassen op meubeldesign. Het moet ecologisch of sociaal zijn. En dan kom je voor dilemma’s te staan. Wanneer noem je een bureaustoel duurzaam? Door de constructie is het praktisch onmogelijk zo’n stoel te maken van alleen duurzame materialen. Het kan wel voor een deel. De ene stoel is wel duurzamer dan de andere. Onlangs wilde een ontwerper zich bij ons aansluiten die een tafel van epoxy had gemaakt. Dat is geen milieubewust materiaal natuurlijk, maar zei deze ontwerper: die tafel gaat 500 jaar mee. We hebben hem toch niet toegelaten. Want daar zit volgens ons de winst niet.”
„Op zich is design als het in Nederland wordt geproduceerd natuurlijk duurzamer als het voor de lokale markt wordt gemaakt. De meeste meubels worden in China geproduceerd en bij Nederlandse producten bespaar je enorm op het vervoer. Maar wij hebben ook een vloerkleed uit BraziliĆ«. Dat wordt door gehandicapten gemaakt van restjes leer. Anders wordt dat materiaal weggegooid en die mensen hebben zo ook een inkomen. En neem aluminium, dat is vervuilend door de manier van produceren maar wel weer eindeloos te hergebruiken. Wat is dan beter?”
Mensen willen toch steeds hun interieur veranderen, zegt Heldt: „En er zit handel in, dus je moet naar andere oplossingen zoeken.” Dat kunnen nieuwe materialen zijn. Heldt: „Er zijn plastics op basis van olijfolie waar je stoelen van kunt maken. Het materiaal spuit je in een vorm en als je er genoeg van hebt, kun je de stoel in de compostbak gooien. Een bij ons aangesloten ontwerpster maakt prachtige gordijnen van paardenhaar. Prima materiaal, het groeit maar door. Er zijn nu ook prachtige tafels en kasten van karton. Die vergaan ook gewoon. In die ontwikkeling zit veel winst. Misschien kun je over tien jaar je iPod wel in een bloempot stoppen als hij op is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.