*

 

Iran dertig jaar later

Iris Ludeker − 10/02/09, 00:00

Iran viert dit jaar de dertigste verjaardag van zijn Islamitische Revolutie. Wat heeft die de Iraniërs opgeleverd?

  • Vrouwen passeren in Teheran een afbeelding van ayatollah Khomeini (1902-1989), stichter van de Islamitische Republiek Iran. Khomeini¿s grafmonument ten zuiden van Teheran is vooral in het weekeinde een drukbezochte attractie. (AFP)

De zonnebril die Fatehmeh Rasouli op heeft, stamt vermoedelijk nog van vóór de Islamitische Revolutie. De 47-jarige Iraanse, gehuld in een chador, staat wat afzijdig op het terrein van de universiteit van Teheran. Onder de bogen zitten honderden vrouwen in afwachting van het gebed.

Wie zoekt naar échte aanhangers van de Revolutie en van de huidige regering, zit hier op vrijdag goed. De mensen die hier komen, kun je één voor één vragen wat ze van de Revolutie vinden, en één voor één zullen ze zeggen dat die niets dan goeds heeft gebracht. Vrijheid vooral. „Dat is het allerbelangrijkste”, zegt Rasouli. „We hebben vrijheid van religie gekregen. Destijds, onder de sjah, waren er niet eens vrijdagpreken.”

Als Rasouli zijn er meer in Iran. Veel Iraniërs zijn erg religieus en vereren nog steeds de grondlegger van de Islamitische Republiek, ayatollah Khomeini. Die kon vandaag dertig jaar geleden de overwinning uitroepen op het regime van de sjah. „Hij was een docent en intellectueel die niet aan zichzelf dacht, maar aan het volk. Zijn gedrag, zijn simpele manier van leven, is nog steeds een voorbeeld voor ons”, zegt Heidar Farrokhi, die met een paar vrouwelijke familieleden thee drinkt op het grasveld voor Khomeini’s laatste rustplaats, aan de rand van Teheran.

Ook de vriendelijke kantoorklerk geeft hoog op van de vrijheid die de revolutie bracht, vooral voor vrouwen. „In media in het Westen zeggen ze dat we minder vrijheid hebben gekregen. Maar destijds was er geen veiligheid; die is er nu wel. Vrouwen kunnen op straat lopen, ze hebben werk en verantwoordelijkheden.”

Niet iedereen in Iran is zo enthousiast als Rasouli en Farrokhi over de vrijheden die de Revolutie heeft gebracht. Want die gelden niet voor mensen die kritiek hebben op de overheid. Journalisten, mensenrechtenactivisten, feministen, kunstenaars – zij lopen het risico op celstraf, ontslag en intimidatie. Een wat oudere intellectueel, een vrouw die zich altijd ver van politiek heeft gehouden, vertelt dat ze elke keer dat ze thuiskomt automatisch haar pas inhoudt, bang dat ’ze’ haar bovenaan de trap staan op te wachten.

Ook journalist Peyman (niet zijn echte naam) weet hoe de overheid zich diep in je persoonlijke leven kan nestelen. Hij mag vijf jaar niet werken, hoewel hij geen idee heeft wanneer die vijf jaar zijn ingegaan. Hij mag niet naar het buitenland, en er hangt hem een opgeschorte celstraf van vier jaar boven het hoofd. Dat laatste is een favoriete methode van de Iraanse overheid om mensen het zwijgen op te leggen zonder ze daadwerkelijk op te sluiten.

In zijn woning, vol krulstoelen, porseleinen beeldjes en Perzische tapijten, en met BBC World blèrend vanuit een belendende ruimte, vertelt Peyman dat alle tien kranten waar hij ooit voor schreef inmiddels gesloten zijn. Zelf schrijft hij nu columns voor internetpublicaties. Hij heeft zich neergelegd bij zijn rol: „Misschien zit de zoetheid van het bestaan wel in de kans dat je opgepakt wordt. Ik schrijf wat ik wil, dat is mijn missie. Die missie zou er niet meer zijn als iedereen mag zeggen wat hij wil.”

Het leven als criticus van het regime is voor velen te zwaar, zegt hij ook. „Sommigen gaan weg, anderen stoppen ermee; die willen ook aan hun eigen leven denken, studie, werk. Ze worden moe. Toch neemt het aantal mensen dat streeft naar hervorming niet af, want er komen altijd weer jongeren bij.”

De vermoeidheid is ook het resultaat van dertig jaar vechten tegen de bierkaai. In de eerste tien jaar na de Revolutie zorgde Khomeini ervoor dat de Islamitische Republiek vaste grond onder de voeten kreeg. Wat begonnen was als een brede volksopstand, gedragen door gelovigen en door links, werd al snel een puur islamitische aangelegenheid. Politieke tegenstanders werden in de eerste jaren, tijdens de oorlog tegen Irak, een kopje kleiner gemaakt.

Iran heeft een verraderlijk politiek systeem, dat de indruk wekt democratisch te zijn, maar dat niet is. Er zijn allerlei gekozen organen – een parlement, een president – maar parallel daaraan zijn er raden van ’experts’, geestelijken die het uiteindelijk voor het zeggen hebben. De geestelijk leider – eerst ayatollah Khomeini, nu diens opvolger ayatollah Khamenei – heeft op veel vlakken het laatste woord.

Tussen geestelijken onderling is er sinds het ontstaan van de Islamitische Republiek wel discussie over dit politieke systeem. Sommige sjiitische kopstukken menen dat de leiding niet langer in handen van één figuur moet zijn, maar dat de macht gespreid moet worden in een opperste raad van meerdere geestelijken. Anderen zijn van mening dat de macht van de geestelijk leider sowieso ingeperkt moet worden, ten gunste van de burgers.

Het lijkt er alleen helemaal niet op alsof de mensen die dit soort ideeën propageren snel hun zin zullen krijgen, want hun macht binnen het geestelijk establishment is beperkt. Zelfs geestelijken moeten oppassen dat ze niet te kritisch zijn.

Dat bleek eens te meer midden jaren negentig, toen de hervormingsgezinde president Khatami de verkiezingen won en het politiek bestel zich leek te openen voor democratische veranderingen. Ayatollah Khamenei stak daar met behulp van de rechterlijke macht een stokje voor. Inmiddels is de conservatieve populist Mahmoed Ahmadinejad president, en het beetje ruimte dat de hervormers onder Khatami hadden gekregen, is weer weg.

Ahmadinejad lijkt niet geïnteresseerd in hervormingen in het hier en nu, eerder in het verleden en het hiernamaals. Hij kwam aan de macht met steun van de Revolutionaire Garde en de basij, de elitetroepen en volksmilitie die de Islamitische Republiek moeten beschermen. Met een cultus rond de ’martelaars’ probeerde hij vanaf dag één de oude idealen van de Islamitische Revolutie nieuw leven in te blazen.

Daarnaast gelooft Ahmadinejad in de spoedige terugkeer van de ’Verdwenen imam’, een soort messias binnen de sjiitische islam.

Politicoloog Ali Mirmoosavi, een geestelijke die doceert aan de Mofid-universiteit in de heilige stad Qom, stelt dat Ahmadinejad daarmee een exponent is van een nieuwe trend in de politieke islam: het messianisme. „Hij heeft apocalyptische ideeën en beweegt zich ter rechterzijde van de conservatieven binnen de geestelijkheid.”

Veel mensen, ook in Iran, maken zich mede daarom zorgen over Ahmadinejads confronterende toon op het wereldtoneel en zijn koppig vasthouden aan Irans recht op kernenergie. De Verdwenen imam keert terug in een chaotische eindtijd – en wat als Ahmadinejad een handje wil helpen om de wederkeer te bespoedigen? Mirmoosavi gelooft dat zelfs in conservatieve kringen Ahmadinejads ideeën als een onaangename verrassing kwamen. „Ze dachten in eerste instantie dat hij een van hen was. Pas later realiseerden ze zich hoe messianistisch hij is.”

Niettemin houdt geestelijk leider Khamenei president Ahmadinejad tot nu toe de hand boven het hoofd. Maar elders in conservatieve kring neemt de kritiek toe, zeker nu de economische situatie in Iran steeds nijpender wordt door de instortende olieprijzen waar de Iraanse begroting bijna geheel afhankelijk van is. Of Ahmadinejad in juni bij de presidentsverkiezingen een tweede termijn binnensleept, hangt af van de vraag of Khamenei niet meer om deze kritiek heen kan. De ’Qomwatchers’ zijn hierover verdeeld.

Kantoorklerk Farrokhi, voor de graftombe van ayatollah Khomeini, is in ieder geval teleurgesteld. „Ahmadinejad is niet erg succesvol geweest. Dat komt door de sancties en de druk uit het buitenland, maar ook doordat de mensen die verantwoordelijk zijn, niet geschikt zijn voor hun werk. Als er een betere kandidaat is dan Ahmadinejad, dan stem ik daarop.” Inmiddels heeft de hervormingsgezinde oud-president Khatami zich kandidaat gesteld.

De vraag blijft waar de Islamitische Revolutie staat, dertig jaar na dato. Economisch ligt het land in puin, na jaren oorlog, sancties, corruptie en wanbeleid. De vooruitzichten zijn slecht, met een snel groeiende bevolking die ook aan het werk geholpen moet worden, werk dat er niet is.

Het nieuwe elan dat de hervormers wilden brengen, is op niets uitgelopen. Maar het elan van Ahmadinejad is ook gesmoord in gebrek aan enthousiasme, niet nagekomen beloftes, toegenomen repressie en nóg meer economische ellende. De meeste Iraniërs moeten al hun energie steken in overleven.

Journalist Peyman denkt daarom dat hervormen van het vermolmde systeem een kwestie van lange adem blijft – aan omverwerpen denkt hij überhaupt niet. „We zijn nu al 35 jaar bezig met deze onvolbrachte missie – we ontketenden een revolutie maar bereikten ons doel niet. We blijven proberen onze missie te volbrengen, tot de wil van het volk de leidraad wordt – tot iedereen mag zeggen wat hij wil, er geen mensenrechten meer worden geschonden en er democratie is.”

mailIcon print |