*

 

Depressie

Sylvain Ephimenco − 10/02/09, 00:00

opinie Onlangs schoof mijn vriend P. aan onze keukentafel aan en keek me indringend aan. Ik had hem sinds de zomer niet meer gesproken en zag gelijk aan zijn lichaamstaal dat er iets ongewoons aan hem kleefde.

P is een kunstenaar, een eigenaardig wezen dus, die wel duizend methoden kent om zijn gevoelens vorm te geven. Maar niet op die dag. Met een verrassende en bijna rauwe directheid legde hij zijn ziel bruusk in mijn handen. „Wat zie je?”, vroeg hij. Ik zag nog niets en voelde alleen de vrieskou van het omhulsel door mijn vingers gaan. Hoe moet je een gesloten ziel ontcijferen? P. zuchtte diep, schoof zijn bord opzij en terwijl de woorden uit hem vloeiden, prikte hij een paar keer met zijn vork in de ziel.

Er begon een soort duister vloeistof uit het ding te sijpelen. En naarmate de tijd verstreek, werd het spul donkerder en dikker. „Depressie”, zei hij met gefronste wenkbrauwen. Ik antwoordde dat ik weinig van depressies afwist. Behalve ’s ochtends na half zes dan. Hoe dat komt weet ik niet, maar zwaarmoedigheid is bij mij een punctueel verschijnsel. Vlak nadat ik wakker word, rollen de meest uiteenlopende negatieve gedachten over mij heen. Totdat ze zich tot een verstikkende deken hebben samengeperst die geen zuurstof meer doorlaat, mijn keel vernauwt en een snijdende pijnscheut in mijn rechterborst achterlaat.

Opvallend is dat deze zwaarmoedige gedachten zowel van existentiële aard kunnen zijn als van onbeduidende betekenis. Een nog steeds niet gemaakte tandartsafspraak kan zich ogenblikkelijk met het besef versmelten dat ik al bijna twee derde van mijn leven heb opgebrand. Of dat mij vandaag slecht nieuws over mijn bejaarde ouders zou kunnen bereiken, terwijl ik ook nog een oude rekening allang had moeten betalen. En dan de afgeschreven verwarmingsketel die, net als een paar bloedvaten in mijn hoofd, het binnenkort zou kunnen begeven. En wie weet of dit niet tegelijk gaat gebeuren. Tegen deze ochtenddepressie heb ik iets radicaals: zo snel mogelijk opstaan en niet meer, zoals vroeger, nog een kwartier in bed blijven liggen peinzen. En het helpt! Ik weet niet of het wetenschappelijk al is bewezen, maar in horizontale positie ben je even kwetsbaar voor zwaarmoedigheid als de helmloze wielrenner in een afdaling kort voor zijn aanstaande val.

Zodra het lichaam in staande positie terugkeert, glijden de slechte en deprimerende gedachten van de geest af. Maar mijn vriend P. kreeg een ander soort depressie. Hij die tot voor kort met bijna niets moest rondkomen en iedere euro honderd keer moest omdraaien, werd door een rijke mecenas opgemerkt. Het gebeurde deze zomer. Plots werd hij door die steenrijke ondernemer met een vet maandsalaris opgezadeld. P. mocht ook op kosten van zijn weldoener zijn armoedige atelier inruilen voor een luxueus werkpaleis. Na de euforie van de eerste maanden kreeg hij overal jeuk en overal pijn. Hij geloofde dat zijn dood aanstaande was. Zijn ziel vulde zich met gebruikte motorolie. Niets hielp, ook snel opstaan niet. Het lijkt ongelofelijk, maar mijn vriend P. was door overvloedig geluk zwaar depressief geworden.

mailIcon print |