*

 

’Negatieve stemmen kunnen niet op tegen liefde van God’

Koert van der Velde − 06/02/09, 00:00

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Bart de Ruijter.

Wat hebt u meegemaakt?

„Zes jaar geleden werkte ik als accountmanager bij een Amerikaans bedrijf dat kopieermachines verkocht. Er heerste een harde sfeer, met targets die je moest halen en onderlinge competitie. Daar kon ik niet goed tegen en toen is het helemaal mis gegaan. Ik had al eerder lichte psychoses, maar nu kreeg ik de zwaarste die ik ooit had meegemaakt. Ik geloofde dat de stemmen die ik voortdurend hoorde van bovennatuurlijke oorsprong waren. En ik leed aan complotwanen, had het gevoel dat iedereen op straat over me praatte. Men had het op mij gemunt, dacht ik. Bovendien had ik last van grootheidswaanzin. Ik dacht dat ik met Nelson Mandela in contact stond en dat ik een kardinaal was.

De stemmen pakten me op mijn zwakste plekken. Ze scholden speciaal degenen uit die mij dierbaar waren. Omdat geloof altijd een belangrijke plek in mijn leven had, werden ook de paus, Jezus en Maria mikpunt van hun aanvallen. Het was mijn gewoonte in de kerk een kaarsje aan te steken bij Maria. ‘Daar hebben we die rotte Maria’, klonk het dan. Of tijdens de mis zeiden ze voortdurend: ‘Jezus aan het kruis, Bart de Ruijter aan het kruis’. En als ik eens probeerde God te hulp te roepen in mijn strijd tegen de stemmen en zei: ‘In naam van God, flikker op!’ dan klonk het: ‘Bart, in naam van God, jij gaat er aan!’ De stemmen waren niet bang voor God. Ik ben gestopt ze uit te schelden. Het was te vermoeiend en het hielp toch niet.”

Bleef u wel in het bestaan van God geloven?

„’God bestaat niet, God bestaat niet’, fluisterden ze me in als ik in de kerk zat. Vanwege die pesterijen ben ik een paar jaar niet meer naar de kerk gegaan. Een tijdje heb ik door die stemmen gedacht dat God inderdaad niet bestaat. Twee jaar geleden had ik een paar gesprekken met een priester. Hij zei me dat ik ondanks de stemmen toch altijd welkom was in de kerk. Vanaf toen ben ik weer gegaan.

In de mis klinken er ook tegenwoordig nog wel eens stemmetjes die negatief zijn over het geloof. Die negeer ik. Wat ze zeggen is toch niet waar. Als een stem zegt: ‘God bestaat niet’, benader ik dat rationeel en kom ik tot de conclusie dat volgens mij God juist wel bestaat.

Die stemmen zijn een ziekte. Onder een scan blijkt dat ze voortkomen uit kortsluiting tussen je linker- en je rechterhersenhelft. Er is niks bovennatuurlijks aan. Het geloof in een bovennatuurlijk karakter van de stemmen maakt heel angstig. Ongeloof is een sterk medicijn. Als ik nu een stem iets naars hoor zeggen, schakel ik mijn verstand in en denk: hoezo ‘Bart aan het kruis’? Dat kan die stem helemaal niet, die stem is volstrekt machteloos.”

Gaf uw religiositeit u steun?

„Ik kan niet zeggen dat ik erdoor ben genezen, maar het geloof heeft zeker bijgedragen. Ik heb in mijn leven meerdere psychoses gehad en bij elke psychose zocht ik de kerk toch op. Kerkgang gaf me kracht. In mijn gebeden vroeg ik God me te helpen. Ik ben ervan overtuigd dat negatieve stemmen niet op kunnen tegen de liefde van God.

Ik geloof dat God me door een diep dal heeft gevoerd met de opdracht om er sterker uit te komen en anderen te helpen. Ik ben niet voor niets op de wereld. Tegenwoordig ken ik mijn taak: lotgenoten ondersteunen. Niet dat ik tegen hen zeg dat God hen bij wijze van les een psychose heeft bezorgd. Maar ik ben wel benieuwd hoe anderen hier tegenaan kijken. Ik steun ook de kerk. Al tijdens mijn psychose doneerde ik best veel tijdens collectes. Met de opbrengst van mijn boek steun ik de katholieke kerk in Rusland.”

mailIcon print |