*

 

Eén keer vergiffenis, daarna het zwaard

Seije Slager − 06/02/09, 00:00

Het nieuws van vandaag heeft voorgangers in de geschiedenis. Zo moet Richard Williamson weten dat je zo voor een tweede keer geëxcommuniceerd kunt worden, zoals de Duitse keizer Hendrik IV ondervond.

  • (Trouw)

’Merkel eist klare taal van Benedictus’, kopte deze krant een paar dagen geleden. De Duitse bondskanselier is ontstemd, omdat de paus de excommunicatie van de omstreden bisschop Williamson heeft opgeheven.

Oei. Dat zou Benedictus tot nadenken moeten stemmen. In de elfde eeuw bond de Duitse regeringsleider ook al eens de strijd aan met de paus en ook toen was er een excommunicatie in het geding. Het einde van het verhaal was dat die paus eenzaam stierf, in ballingschap.

De ruzie staat bekend als de ’investituurstrijd’ en ging over de vraag wie het recht had om bisschoppen te benoemen: de paus of de vorst? Op de achtergrond speelde de vraag wie van die twee de macht had in de christelijke wereld.

Tot paus Gregorius VII (gestorven in 1080) aan zijn pontificaat begon, was het gebruikelijk dat koningen de bisschoppen in hun rijk benoemden. Hendrik IV (1050-1106), keizer van het Heilige Roomse Rijk, vond dat logisch: koning werd je immers door ’Gods uitverkiezing’, terwijl je om paus te kunnen worden voornamelijk heel goed moest kunnen konkelen in het Vaticaan.

Maar Gregorius – ’de eerste revolutionair op de troon van Petrus’, in de woorden van historica Jill Claster – zag dat net even iets anders. ’Zijn koningen soms uitgezonderd van de kudde schapen die door de Zoon van God aan Petrus zijn toevertrouwd?’, vroeg hij zich retorisch af.

Nee dus. In 1075 vaardigde hij een oekaze uit, de Dictatus papae, die er niet om loog. De kerk van Rome heeft nooit gedwaald en zal nooit dwalen, verklaarde Gregorius. Dus heeft de paus niet alleen het recht om bisschoppen te benoemen, hij mag ook koningen en keizers afzetten. Dat werd Hendrik IV net iets te gortig. Waar Merkel zich deze week nog beperkte tot een beschaafd ’We hebben een fundamenteel probleem’, bracht Hendrik zwaarder geschut in stelling tegen Gregorius. Het koningsschap heb ik van God gekregen, schreef Hendrik, en dat kan een ’nepmonnik’ als u mij dus niet afnemen. Hij verklaarde Gregorius voor afgezet.

Gregorius ging het gevecht graag aan en excommuniceerde Hendrik. Nu had Hendrik toch wel een probleem: zelf mocht hij weinig ophebben met de paus, voor zijn rivalen was de excommunicatie een goed excuus om tegen hem in opstand te komen. Er zat dus niets anders op dan de paus vergiffenis te smeken.

Hendrik trok naar Italië, naar het plaatsje Canossa, waar de paus in een slot verbleef. Drie dagen en drie nachten liet de paus hem buiten in de sneeuw voor de poort staan. Daarna besloot hij met zijn hand over zijn hart te strijken en Hendrik weer op te nemen in de kerk.

Hendrik vertrok met een vrome blik terug naar Duitsland en ging vervolgens vrolijk door met het eigenhandig benoemen van bisschoppen. Wat de paus ertoe bracht om Hendrik ten tweeden male te excommuniceren.

Nu had Hendrik zich echter beter voorbereid en hij ging opnieuw op audiëntie bij de paus. Deze keer droeg hij geen boetekleed, maar een maliënkolder: met zijn leger trok hij op naar Rome, om voor eens en voor altijd af te rekenen met Gregorius.

Doordat de paus steun kreeg van een leger van Noormannen, weerstond hij de aanval. Maar de Noormannen hielden zo huis in Rome, dat Gregorius uiteindelijk door het volk verjaagd werd. Hij stierf niet lang daarna, in Salerno. ’Ik hield van rechtvaardigheid en haatte ongerechtigheid; daarom sterf ik in ballingschap’, schreef hij nog mokkend.

mailIcon print |