Nog te veel jongeren haken af. Het onderwijs moet daar meer tegen doen.
Ontwikkelpsycholoog Westenberg stelt in de Trouw-bijlage School & Beroep van 31 januari dat sommige jongeren zich onder druk laten zetten en maar door blijven hannesen met hun studie. Ze zwemmen na hun profielkeuze in een fuik zonder uitgang. Dat valt wel mee. Veertig procent van de hbo-ers en wo-ers verandert al van studie binnen twee jaar. En veertig procent van de studenten heeft na zes tot acht jaar nog geen diploma behaald. Afgezien van de verspilde energie, levensgeluk en talenten kost de ’foute studie’ de overheid miljarden, zo berekende de Nationale Denktank.
Aan wie ligt dat? Dezelfde Trouw-bijlage suggereert dat het allemaal koek-en-ei is binnen de instellingen. In het artikel ’Als het misgaat’ staan warme voorbeelden hoe goede studieadviseurs studenten begeleiden en uit de misère helpen. Maar volgens onderzoek onder studenten schort het juist aan die begeleiding. Op de vraag ’Spreek je met je loopbaanbegeleider over zaken die je echt bezig houden in het leven’, antwoordt meer dan zestig procent ’nee’ en maar zeven procent ’ja’.
Leerlingen kiezen veel te vroeg. De focus binnen het voortgezet onderwijs ligt op het moment van de sectorkeuze in het vmbo en de profielkeuze in havo en vwo. De leerlingen zijn op dat moment nog maar veertien of vijftien jaar. De inrichter van ons onderwijs heeft gemist dat leerlingen van die leeftijd helemaal niet in staat zijn om goed na te denken over zichzelf en de toekomst. Uit recent brein- en ontwikkelingsonderzoek blijkt dat jongeren niet over de zelfstandigheid beschikken om goede keuzes te maken. Wij verwachten dus iets van onze leerlingen waartoe ze op dat moment niet in staat zijn.
Het ministerie van OCW laat het natuurlijk niet onverschillig: uitval bij de studie zal politiek altijd een hot item blijven. Het ontdekt al tientallen jaren hetzelfde probleem met dezelfde oplossing. Er zou onvoldoende informatie over opleidingen en beroepen beschikbaar zijn. Dus faciliteert en financiert het websites die uitpuilen van informatie, zoals Studiekeuze123. Dat ’123’ geeft opgewekt aan dat je een goede studiekeuze in een handomdraai kunt realiseren. Zo'n studiekeuze wordt alleen haalbaar wanneer de keuze niet wordt gezien als een moment maar als een proces. Het gaat niet om ’kiezen’, maar om ’leren kiezen’. Dat procesmatige met vallen en opstaan onderschrijft Westenberg wel.
Hoe kan het anders? Allereerst moet vanuit OCW aandacht komen voor het proceskarakter van loopbaanontwikkeling. Schoollang en schoolbreed moeten er activiteiten zijn die een leerling laten inzien dat hij niet (alleen) voor ’punten’ en een diploma werkt, maar voor zijn eigen toekomst. Het helpt wanneer de leerling vaak kennis maakt met opleidingen en beroepen door proefstuderen en stages. In de literatuur worden als verbeteringen ook genoemd ’loopbaandialoog’ binnen de school. Wie zou de dialoog en reflectie dan moeten begeleiden? Veel docenten voelen zich hiertoe niet geroepen. Zij hebben vooral een vak geleerd dat ze vaak met verve geven. De VO-raad, de gezamenlijke schoolbesturen, bereidt op dit moment een stimuleringsplan loopbaanoriëntatie voor in opdracht van OCW. Dat is mooi. Maar als het ministerie geen initiatieven neemt om de toekomst van de leerlingen een voornamer plek in het onderwijs te geven, wordt het niets. Daarmee blijft de goede studiekeuze nog ver buiten beeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.