Ook buiten de sekssector worden vaak mensen uitgebuit, blijkt uit onderzoek. De Bulgaarse Turk Hazan werkte vijftien uur per dag onder erbarmelijke omstandigheden in de bouw en sliep op de bouwlocatie, waar ook weleens een dode viel.
Elke morgen om zes uur staat Hazan buiten, weer of geen weer, te wachten op het busje dat hem naar het werk brengt. Uiteindelijk moet hem dat voldoende geld opbrengen om nooit meer zo vroeg te hoeven opstaan. Al bijna acht jaar lang wacht hij dagelijks op dat busje van het loonbedrijf dat hem elke keer weer naar een andere bouwput brengt. Zelf slaapt de 37-jarige Bulgaarse Turk tegenwoordig in een bovenwoning, met acht andere Oost-Europese arbeiders.
Hij verblijft al die jaren illegaal in Nederland en werkte voor elf verschillende loonbedrijven. „Soms denk ik er weleens aan om even iets verkeerd te timmeren, zodat dat hele ding instort”, zegt Hazan. „Ik werk aan huizen van mensen die genoeg geld hebben om een gigantisch woning te bouwen. Terwijl ik niet eens een tientje per uur maak. Zo moet ik eigenlijk niet praten, maar zo voelt het wel, als ik weer eens te moe ben om mijn ogen open te houden en ik nog acht werkuren heb te gaan.”
Hazan verhaalt over het afscheid van zijn vrouw en drie kinderen, hoe hij uit een dorpje in de buurt van de stad Khaskovo in het zuiden van Bulgarije in een busje stapte op zoek naar werk in het westen. Omdat hij nog geen verblijfsvergunning heeft, wil hij niet met zijn gezicht in de krant, ook wil hij alleen bij zijn voornaam worden genoemd. In die acht jaren Nederland, leerde hij goed Nederlands spreken.
„Het was geen goed besluit om weg te gaan uit Bulgarije, maar wat moest ik anders? Mijn familie was heel arm. Dat maakte ons kwetsbaar. Er moest iets gebeuren. Bijna wekelijks komen in mijn dorp, dichtbij de Turkse grens, busjes die arbeiders meenemen. Bussen vol Bulgaren en Turken rijden naar West-Europa, ook naar Nederland. Ik hoorde dat ze zoveel geld naar hun familie sturen, dat die gewoon een nieuw huis voor zichzelf kan bouwen. Dat wilde ik ook, voor mijn vrouw, voor mijn kinderen.”
Zowel Hazan als zijn vrouw hebben alleen lagere school. „Mijn kinderen hebben al meer opleiding. De oudsten zitten op de middelbare school, de jongste gaat volgend jaar. Dat kunnen we betalen van geld uit Nederland, keiharde euro’s, verdiend met heel hard werken.”
Hazan is geboren in Turkije, maar vertrok op jonge leeftijd met zijn ouders naar Bulgarije. Daar bouwden ze aan een betere toekomst. „En het werd beter dan wat hen in Turkije wachtte. Daar kreeg mijn vader tenminste werk. In de bouw, waar mijn broers en ik ook gingen werken na onze lagere school. Ik bleef in de bouw, maar het werd al snel duidelijk dat wanneer het nóg slechter ging met het land en de sector, de immigranten, de Turken dus, het moesten ontgelden. Al het werk ging naar de Bulgaren zelf. Wij werden overgeslagen. Ik had daar geen werk meer. Vandaar dat ik weg wilde en op de bus stapte.”
Hij leende geld van familie om de reis te kunnen betalen. Tweeduizend Bulgaarse leva (ongeveer 1000 euro) betaalde hij daarvoor. „Al ons geld was op.” Zijn echtgenote vond het vreselijk dat hij wegging en haar met drie kleintjes achterliet. „Ik hoorde achteraf dat ze twee dagen heeft gehuild en dat de kinderen mij enorm misten. Hartverscheurend.”
De reis was misschien wel het zwaarste wat hij in de afgelopen acht jaar meemaakte. „Met ons achten zaten we in de bestelwagen. We stopten een of twee keer per dag om te eten. Verder niet. We reden eerst naar Duitsland, daar bleven we drie dagen in een pension. Waarna we in een ander busje moesten om naar Holland te reizen. Inmiddels hadden Turken uit Nederland ons overgenomen.”
Hazan weet dat de Bulgaren die hem meenamen uit zijn land, contant geld van de Turken kregen. Ook werd zijn paspoort aan het begin van zijn reis ingenomen. Dat vindt hij niet erg, want het was voor de goede zaak en hij heeft er zelf voor gekozen. Hoewel hij niet had verwacht dat het in Nederland zo zwaar zou worden.
„Meteen de ochtend nadat we ’s avonds in het Westland aankwamen waar we tijdelijk logeerden, werden we om 4 uur gewekt om te gaan werken. Om 5 uur begon de werkdag. Het was winter en erg koud. Die hele dag hebben we buiten pallets vol stenen versleept. Eén pauze hadden we, van een half uur. Om tien uur ’s avonds werden we weer thuisgebracht. In totaal werkte ik die dag zo’n 15 uur. Pas achteraf hoorde ik hoeveel geld ik zou krijgen: 75 euro. Voor de hele dag.”
Dat bedrag was wat Hazan dat jaar dagelijks zou blijven verdienen. Het aantal werkuren varieerde van minstens tien tot maximaal vijftien uur, exclusief de totale reistijd heen en terug van soms wel vier uur. „Ik betaalde elke dag vijf tot tien euro per nacht voor een matras om op te slapen. Ik at van dat geld en wat er overbleef, zo’n 50 euro per dag, stuurde ik naar mijn familie. Verzekeringen, pensioenafdrachten en zorgpremies bestonden niet voor mij.”
Na ongeveer een jaar werd hij door een andere aannemer overgenomen. „Die betaalde geld aan het loonbedrijf, waarna wij zijn eigendom werden. Bij hem sliepen we ook niet in een woning, maar in de werkplaats. Er werd geen rekening gehouden met onze gezondheid. Gelukkig ging het met mij goed, maar een andere Bulgaar werd heel ziek. Van de baas moest hij blijven werken. Hij viel op een dag flauw en werd weggedragen. Een paar uur later hoorden we dat hij was overleden. Toen ik naar die collega vroeg, zei de baas dat ik me er niet mee moest bemoeien.”
Bij elke nieuwe baas waren er weer andere problemen, vertelt Hazan. „De ene betaalde niet op tijd, waardoor we soms geen geld hadden om eten te kopen. De andere zorgde juist goed voor ons, door ons brood te betalen. Weer een ander liet ons soms slapen in het busje waarin we werden vervoerd. Eentje had een dokter die ons wekelijks kwam controleren op klachten. Bij een ander bedrijf maakte ik controles van de vreemdelingenpolitie mee, waarbij ik mij moest verstoppen. Dat was elke keer weer spannend, maar dat hoorde erbij. Het was in elk geval elke keer weer wennen en nogmaals, ik heb er zelf voor gekozen.”
Hij denkt dat hij nu bij zijn laatste baas zit. Die zorgt goed voor Hazan. Hij is zelfs leidinggevende, ’omdat ik zoveel ervaring heb’. In de praktijk komt het erop neer dat hij langere werkdagen maakt omdat hij de arbeiders samen met een chauffeur in een busje moet ophalen en brengen, hetzelfde werk moet doen en maar een euro per uur meer verdient: 90 euro per dag.
Zijn paspoort heeft hij vorig jaar na zeven arbeidsjaren in Nederland definitief teruggekregen, zonder verblijfsstempel. De aannemer voor wie hij werkt heeft een aanvraag voor een werkvergunning ingediend, zegt hij, ’want dat is veiliger, beter en dan kan ik ander werk zoeken, wit werk’. Bewijs heeft Hazan daar niet van, want hij heeft nooit een formulier gezien of een brief hoeven te ondertekenen.
Hoe dan ook, hij is er tevreden over. Volgens hem is er nooit sprake van uitbuiting geweest, hoe vreselijk de omstandigheden ook zijn. „Ik werk me al acht jaar kapot, ben vernederd, heb veel meegemaakt, veel slechts gezien. Maar ons huis wordt nu in Bulgarije gebouwd, mijn kinderen kunnen naar school. Mijn vrouw heeft genoeg eten om te koken en een tevreden familie in de buurt om haar bij te staan. En ik zei het al, het was mijn eigen keuze. Het wordt alleen een probleem als ik mijn werkvergunning niet krijg, want dan moet ik misschien terug en kan ik mijn huis niet laten afbouwen. Want werk is er nog steeds niet voor mij in Bulgarije. Misschien moet ik dan toch illegaal blijven. Wachten op het busje, totdat het niet meer hoeft en ik terug kan naar mijn gezin.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.