Hij beheerst het mannenschaatsen met een haast achteloze nonchalance. Sven Kramer won dit weekeinde in Hamar tijdens het WK zijn zesde allroundtitel op rij.
Hij moet af en toe mijmerend wakker schieten – rechtop in zijn bed, denkend aan een tijdperk zonder Sven Kramer; of een tijdperk waarin de suprematie van de Nederlander niet zo alom vertegenwoordigd zou zijn. Maar elke mijmering, elke gedachte aan zo’n periode wordt tijdens een groot toernooi direct in de kiem gesmoord. Zonder Kramer zou de Noor Harvard Bükko zonder twijfel de beste schaatser van deze tijd zijn geweest – hij steekt immers met kop en schouders boven de rest uit. Op die ene vermaledijde Nederlander na.
Op 22-jarige leeftijd voegde Kramer zich gisteren bij een illuster rijtje schaatsers. Hij kwam met zijn derde wereldtitel op rij op gelijke hoogte met de legendarische Noren Oscar Mathisen, Hjalmar Andersen, landgenoot Ard Schenk en de Amerikaan Eric Heiden. Ook zij wonnen het WK drie keer op rij. Andersen en nu ook Kramer waren tijdens hun mondiale hegemonie ook de beste op Europese allroundkampioenschappen.
Gisteren benadrukte de Fries tijdens het WK allround in Hamar dat hij zonder twijfel de beste is van dit era. Op de tien kilometer speelde hij met zijn belangrijkste tegenstrever Bükko. De Noor viel acht ronden voor het einde van de langste afstand aan, in een poging het gat van 4,5 seconden met zijn concurrent te dichten.
Kramer spande de spieren, volgde de tempoversnelling van Bükko en reed vervolgens hard van hem weg; alsof hij een lastige vlieg van zich af sloeg. Kramer: „Hij plaatste de aanval te vroeg. Maar hij moest wel. Voor eigen publiek kon hij het niet maken om alleen maar in mijn buurt te blijven. Hij moest aanvallen.”
De aanval van de Noor was – objectief beschouwd – eigenlijk vooral een kunstje om het hartstochtelijk meelevende thuispubliek tevreden te stellen. Kramer besliste het toernooi al op de eerste dag. Met een majestueuze vijf kilometer zette hij al zijn opponenten onmiddellijk op een vrijwel onoverbrugbare achterstand. Kramer reed 6.09,74; een officieus wereldrecord op een laaglandbaan. Alleen op hoog gelegen schaatsbanen is ooit sneller gereden. Coach Gerard Kemkers noemde de race de beste uit de loopbaan van zijn pupil.
De Fries was getergd, na een incident op de 500 meter. Vlak voor hij aan de eerste afstand moest beginnen, ontdekten de baancommissarissen een drietal scheuren in het ijs. De reparatie van dat euvel kostte liefst twintig minuten. Kramer vermoedde – zonder het expliciet uit te spreken – enige kwade wil.
„Ik reed er na tien minuten langs en toen was het gat ook wel dicht. Het zal geen opzet zijn geweest, maar het kwam ze in ieder geval niet slecht uit. Het was lastig om mijn spanningsboog zo lang goed te houden. Dat vergt veel concentratie en energie – vooral mentaal. Daarom ben ik wel heel blij dat ik 36,3 reed.”
De vijf kilometer die daarop volgde was indrukwekkend. Kramer schaatste een zeer vlak schema, met alleen rondjes laag in de 29 seconden. Kemkers noemde de race uitmuntend: „Het was knap dat hij zijn boosheid goed gebruikte. Hij moest zijn energie niet in de eerste rondes verbruiken, want dan had hij zich kunnen forceren. Dat deed hij heel goed. Ik heb niet eerder meegemaakt dat iemand zijn boosheid zo goed en zo efficiënt kan gebruiken. Dat is vrij uniek.”
Kramer kreeg dit weekeinde de bevestiging dat de seizoensopbouw dit jaar goed is geweest. Hij vertelde de structuur van dit seizoen erop gericht was om een zo goed mogelijke vijf kilometer te schaatsen in Hamar. Volgend jaar vallen de Olympische Spelen ongeveer in dezelfde periode als het WK nu. „Ik denk niet dat we veel hoeven te veranderen”, aldus de drievoudig wereld- en Europees kampioen. Kemkers: „Al bestaat er geen blauwdruk. We hebben te maken met menselijke lichamen en elke dag kan er wat veranderen. In het algemeen kun je wel zeggen dat we voor Sven de juiste dingen doen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.