De AOW-leeftijd staat ter discussie, nu ook in het kabinet, en op zichzelf is daar niets mis mee. Een verhoging van 65 naar 67 jaar levert een substantiĆ«le bijdrage aan het opvangen van de vergrijzingskosten. Veel 65’ers zijn fit genoeg om nog een paar jaar door te werken, en hebben er nog helemaal geen zin in thuis te gaan zitten. En hoewel dat in de huidige crisistijd anders ligt, gezien de verwachte massaontslagen, zijn oudere werknemers over een paar jaar waarschijnlijk hard nodig op de arbeidsmarkt.
Tegelijkertijd is de realiteit van dit moment dat slechts weinigen doorwerken tot hun 65ste verjaardag. De meesten houden het al een paar jaar eerder voor gezien en zeker voor degenen met de fysiek zware beroepen is dat volstrekt begrijpelijk. De volhouders, die zelfs na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd graag nog even door zouden gaan, zijn doorgaans de werkenden met de betere banen en navenante inkomens. Zij zijn bovendien doorgaans jaren later aan hun loopbaan begonnen, en dus ook later AOW-premie gaan betalen. Daarom is een generieke verhoging van de AOW-leeftijd – met in het kielzog een latere uitbetaling van pensioenen – eigenlijk een verre van elegant wapen in de strijd tegen de vergrijzingskosten.
De VVD wil daarom de AOW-leeftijd koppelen aan het aantal gewerkte jaren. Dat klinkt al beter: de fysiek zwaarbelaste bouwvakker kan dan terecht een paar jaar eerder stoppen dan een hoogleraar. Nadeel is dat zo’n flexibel stelsel bijzonder ingewikkeld kan worden. Hoe ga je om met deeltijdbanen, tijdelijke loopbaanonderbrekingen wegens ziekte of ouderschap, of gedwongen werkeloosheid?
Vast staat dat een voor iedereen gelijke regeling voorbijgaat aan de praktijk, waarin alleen al doorwerken tot 65 jaar soms redelijkerwijs onhaalbaar is. De oudedagsvoorziening moet linksom of rechtsom maatwerk bieden. De mogelijkheden van de overheid zijn daarbij beperkt omdat zij alleen iets te vertellen heeft over de AOW, het ’staatspensioen’.
Daarom zouden werkgevers en werknemers, die samen de pensioenfondsen bestieren, het voortouw moeten nemen. Zij kunnen afspraken maken om ook zwaar werk langer draaglijk te houden. Dat kan door ouderen via scholing klaar te stomen voor ander werk, door het bespreekbaar maken van demotie in de laatste jaren van de loopbaan, met goede regelingen voor deeltijdpensioen en met realistische pensioenleeftijden voor de beroepsgroepen in hun branche.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.