Het referendum leek dood en begraven, maar het beleefde deze week een wederopstanding in politiek Den Haag dankzij minister Ter Horst (PvdA) van binnenlandse zaken. Zij sprak zich onverhoeds uit voor een initiatief van de Kamerleden Halsema, Kalma en Van der Ham, om burgers via het correctief referendum het laatste woord over wetsvoorstellen te geven. De verklaring van de minister was niet alleen onverwacht, maar ook verrassend, omdat deze coalitie heeft afgesproken nu eens niet te knutselen aan het bestaande, representatieve stelsel. Dat was een verstandig besluit na vier decennia van vruchteloze discussie. Je moet ook eens een punt durven zetten.
Daarvoor pleitte ook, dat de afgelopen jaren op een voor burgers bijna onnavolgbare manier is gejojood met allerlei vormen van referenda. In de meeste gevallen riepen deze volksraadplegingen op nationaal en lokaal niveau vooral frustraties en onvrede op, zowel bij burgers als bij politici. Bij zulke averechtse effecten is het wijs en realistisch het bestaande stelsel serieus te nemen. Maar dan ook wérkelijk serieus te nemen. Beter dan, bij gebrek aan originele ideeën, een oude koe uit te sloot te halen met als platgeslagen argument dat je de kloof tussen politiek en burgers wilt verkleinen.
De politieke discussie over het Irak-onderzoek heeft laten zien dat het stelsel goed kán functioneren. De Tweede Kamer liet het hier vanwege een te ver doorgevoerd coalitiemonisme afweten, maar de Eerste Kamer hield in de figuur van PvdA-senator Klaas de Vries druk op de ketel en maakte daarmee haar functie waar als ’laatste strohalm’ of Kamer van correctie.
De gang van zaken houdt niettemin een ernstige waarschuwing aan de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers in, om hun vrije en zelfstandige positie te koesteren. Het beste antwoord op de roep om een referendum is een Tweede Kamer die dualistisch en zelfbewust opereert, tussen de burgers en de regering in. Het CDA-Kamerlid Schinkelshoek zei deze week als fervent verdediger van het bestaande stelsel, dat het referendum meer kapotmaakt dan je lief is. Daar heeft hij misschien wel gelijk in. Maar dat gevaar schuilt evenzeer in een coalitiemonisme, dat het parlement beknot in de uitoefening van zijn rechten, zoals het recht van onderzoek.
Als deze ontwikkeling doorzet, roept de Tweede Kamer over zichzelf af dat de senaat haar vaker zal corrigeren en dat de discussie over een referendum een gebed zonder end wordt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.