*

 

Hebreeën 11:1

Rob Schouten − 09/02/09, 00:00

opinie Ik zou niet graag de mensen de kost geven (vreemde uitdrukking trouwens, die alleen kan gedijen in een tamelijk ongastvrije cultuur) die menen dat Andries Knevel nu eindelijk tot geestelijke wasdom en verlichting is gekomen.

Een vriend van mij, met wie ik in de kroeg zat, een gestudeerd man en een overtuigd atheïst, zei dat hij niet kon begrijpen dat verstandige en rationele mensen nog geloofden dat de wereld zesduizend jaar geleden in zes dagen was geschapen. Zo zei hij dat, met de getallen er nadrukkelijk bij, alsof hun geringheid de zaak voorgoed in een belachelijk perspectief zetten.

Ik voel mij in dit soort aangelegenheden altijd geroepen om de rol van advocaat van de duivel op mij te nemen. Per slot van rekening geloofden mijn grootouders nog heilig in het scheppingsverhaal en ik ken ook andere mensen met een verstandig hoofd en beschaafde zeden, die niet geloven dat we van de apen afstammen. ’Ik begrijp het anders best’, zei ik tegen mijn ongelovige vriend, ’in de eerste plaats zijn ratio en verstand niet zaligmakend. Ook verstandige mensen kunnen irrationele kanten hebben en ik snap heel goed dat het onveilig voelt om opeens oude zekerheden te verlaten, zoals jij wanneer je uit de PvdA zou stappen. Trouwens, de evolutietheorie zit ook niet zonder gaten. En is jouw verdediging van het darwinisme niet ook een soort geloof?

Je hebt het toch niet zelf allemaal tot in de puntjes bestudeerd? Je gelooft toch ook gewoon wat ze zeggen als ze ergens een dertien meter lange slang van zestig miljoen jaar geleden hebben gevonden.’ Ik zal je krijgen met je getallen, dacht ik. Ik was het, geloof ik, wel redelijk eens met mijn eigen betoog; ook het darwinisme is voor de meesten een geloof, zij het met heel wat meer wetenschappelijk bewijsmateriaal als voedsel dan het creationisme. Een groot deel van ons bestaan bestaat nu eenmaal uit geloven. Geloof dat de boven ons gestelden het beste met ons voor hebben. Dat rechtspraak onpartijdig is. Dat de bus je brengt waar je naartoe moet. Dat de prijzen die je voor goederen betaalt redelijk zijn.

Bisschop-af Williamson gelooft niet in de holocaust, ook niet nu de paus hem daartoe prest. Hij gelooft in iets anders, namelijk dat er maar driehonderdduizend joden in de oorlog zijn gestorven en niet in de gaskamers. Een kwade zaak. Hij wil alvorens hij zijn bekering tot de goede zaak bekendmaakt eerst alle bewijsmateriaal eens goed bestuderen. In gedachten zie ik hem zitten, lezend in Jonathan Liddell, in de verslagen van de Neurenberg-processen, vastgebonden als de hoofdpersoon in Clockwork Orange met opengesperde ogen om de oude beelden aan zich te zien voorbijtrekken: oorlogsdocumentaires, het Eichmann-proces, Shoah van Claude Lanzmann.

Benieuwd of hij na afloop zal zwichten en herroepen. Mij is het een raadsel dat je niet in de holocaust kunt geloven, bovendien is het moreel ongepast, veel ongepaster dan geloof in het scheppingsverhaal. Daarom wens ik ’m een Knevelachtige bekering toe, maar als-ie het echt niet wil geloven moet-ie maar in duisternis blijven rondwandelen.

mailIcon print |