*

 

Met Calvijn als tafelheer aten we tot kotsens door

Monic Slingerland − 20/01/09, 00:00

opinie Ik ben opgegroeid in die spannende tijd waarin Calvijn elke zondag een stap terug deed. Voor wie hij precies moest wijken, weet ik eerlijk gezegd nog steeds niet. Zijn we meer gaan genieten, sinds Calvijn niet meer dagelijks bij ons aan tafel zit? Of misschien wel minder?

Inderdaad heb ik het genoegen gehad, dat Calvijn mijn tafelheer was, jarenlang. Niet dat hij zelf at, ik heb hem althans nooit een hap zien nemen. Hij zat er, hij keek toe. En hij was streng, niet tot enig compromis te bewegen. Dat strenge zat hem er niet in dat hij ons iets verbood. Was dat maar zo, denk ik soms, dan zou dat gemakkelijker geweest zijn.

Op het Zuid-Hollandse platteland, de omgeving waarin ik in de jaren zestig opgroeide en waarin eigenlijk nog de cultuur van een decennium eerder heerste, was geen verbod op genieten. Sterker nog, het gold als zonde om iets duurs of luxueus te doen en er dan niet van te genieten. Calvijn gebood ons, te genieten wanneer er een uitspatting was. En gezien de sobere levenswijze was er al best gauw iets een uitspatting. Uit eten gaan bij de chinees, bijvoorbeeld.

Calvijn zat naast het rechaud met de theelichtjes, waar de schalen nasi en bami op warm gehouden werden en keek streng toe of ik wel genoot. En of ik wel alles opat van dat dure, heerlijke eten. Die buitenkans van het uit eten gaan moest van de strenge kerkvader tot op de bodem uitgebuit worden. Er mocht geen korreltje rijst, geen likje van de babi pangangsaus verspild worden, of ik nu allang mijn maag vol had of niet.

Later, toen uit eten gaan betekende dat er biefstuk op het houten bistrobord kwam, zat hij er nog steeds en keek toe tot alles op was. En eiste dat ik een gevoel van gelukzaligheid had, van de eerste hap van het voorgerecht tot de laatste lik chocolademousse. Dat was, achteraf gezien, waarschijnlijk de reden dat ik jarenlang al voor het voorgerecht geserveerd werd licht misselijk aan tafel zat tijdens etentjes. Zo is menig plezierig bedoeld diner voortijdig in de toiletpot beland, via de zelfde opening als waardoor het kostbare eten naar binnen kwam. De schuld van Calvijn. Stomme vent.

Het protestantisme is, als ik me niet vergis, de enige religieuze richting waar altijd alles gegeten mag worden. Geen voorschriften over vasten, over varkensvlees of vissen of beesten met en zonder schubben, of over het eten van alleen groenten en granen. Geen verplichting om met een lege maag ter kerke te gaan, een regel waar oudere katholieken nog over vertellen. Tot midden jaren zestig moesten katholieken zonder ontbijt naar de mis, om de Heer nuchter te kunnen ontvangen, met een maagdelijke spijsvertering. Ook daar hebben protestanten nooit last van gehad. Ook op Goede Vrijdag zijn er nooit verboden geweest over wat er op tafel kwam.

Grenzeloos maar raak eten, dat kan alleen in het protestantisme. Het verenigt ook alle protestanten, of ze nu van de zwarte kousen zijn of meer van het halleluja-klapklapklap.

Hoe dan ook, op een dag is Calvijn niet meer op komen dagen tijdens de maaltijd. Niet dat me dat is opgevallen of dat ik hem gemist heb. Op een dag realiseerde ik me dat ik al heel lang niet meer misselijk ben geweest tijdens een etentje buiten de deur. Van Calvijn mag ik nu zelf weten of ik geniet. Of misschien interesseert het hem niet meer en heeft hij wel wat beters te doen met etenstijd.

mailIcon print |